Britse bariton Benjamin Luxon wordt 80 jaar

24-03-2017

De bariton Benjamin Luxon werd op 24 maart 1937 in Redruth – Cornwall – geboren.

Benjamin Luxon studeerde zang aan de Guildhall School of Music en bij Walter Gruner in Londen. In 1963 debuteerde Luxon bij de English Opera Group van Benjamin Britten als Tarquinius in diens opera ‘The Rape of Lucretia’. Luxon zong bij de English Opera Group ook Demetrius in ‘A Midsummer Night´s Dream’ van Britten en in 1970 in ‘King Arthur’ van Purcell. Met dit gezelschap ondernam hij in 1963 ook een toernee door Rusland, waar hij optrad als Tarquinius en verder als Sid in ‘Albert Herring’ van Britten. Later gaf Luxon met de groep optredens in Canada en Australië.

In 1965 was Luxon prijswinnaar van een internationaal zangconcours in München. Vanaf dat jaar was hij verbonden aan de Scottish Opera in Glasgow (in 1965 als Sjtsjelkalov in ‘Boris Godoenov’, in 1981 in de titelrol van ‘Jevgeni Onjegin’ van Tsjaikovski, in 1980 en 1983 in de titelrol van ‘Wozzeck’ van Berg, in 1983 en 1985 als Papageno in ‘Die Zauberflöte’ van Mozart) en bij het Edinburgh Festival (in 1965 als Sid in ‘Albert Herring’ en in 1970 in de titelrol van ‘King Arthur’ bij gastoptredens van de English Opera Group en in 1986 als Scherasmin in ‘Oberon’ van Von Weber).

Bij de Glyndebourne Touring Opera Company maakte hij op 1 april 1971 zijn debuut in de rol van Jevgeni Onjegin en zong op 25 mei 1972 officieel tijdens het Glyndebourne Festival in de titelrol van ‘Il Ritorno d’Ulisse in Patria’ van Monteverdi. Deze rol zou hij in 1973 herhalen. Tijdens het Glyndebourne Festival vertolkte hij ook in 1973 de rol van Almaviva in ‘Le Nozze di Figaro’ van Mozart, in 1975 de Boswachter in ‘het Sluwe Vosje’ van Janáček, in 1976 en 1977 Ford in ‘Falstaff’ van Verdi, in 1977 de titelrol in ‘Don Giovanni’ en in 1978 en 1980 Papageno.

Luxon maakte op 12 juli 1972 zijn debuut in het Royal Opera House Covent Garden Oper als de Jester in de wereldpremière van de opera ‘Taverner’ van Peter Maxwell Davies. Daarna zong hij in het Royal Opera House op 10 mei 1973 de titelrol in de wereldpremière van ‘Owen Wingrave’ van Britten, die hij op 16 mei 1971 al in de oeropvoering voor de Engelse BBC televisie had vertolkt. Verder zong hij in het Royal Opera House in 1974 nog de titelrol in ‘Jevgeni Onjegin’. Op 12 november 1976 trad hij in het Londense operahuis op als Diomede in de wereldpremière van de tweede versie van ‘Troilus and Cressida’ van Walton.

In 1972 hoorde men Luxon in de San Francisco Opera als Demetrius in ‘A Midsummer Night’s Dream’ en bij het Grand Théâtre van Genève als Cyrus in ‘Belshazzar’ van Händel. Ook in Genève zong hij in 1986 Jevgeni Onjegin. Vanaf 1974 zong Luxon bij de English National Opera (onder andere als Posa in ‘Don Carlos’ van Verdi). Daar vertolkte hij verder nog de titelrol in ‘Gianni Schicchi’ van Puccini en Papageno (1990).

Bij De Nederlandse Operastichting debuteerde hij op 9 september 1978 als Wolfram in ‘Tannhäuser’ van Wagner. In dat seizoen zong hij bij de stichting tevens de rol van Papageno in ‘Die Zauberflöte’, waarmee hij ook het seizoen 1981/1982 van de stichting opende. Het seizoen daarop zong hij bij de stichting zijn glansrol van Jevgeni Onjegin en herhaalde deze vertolking in de seizoenen 1981/1982 en 1982/1983. Bovendien trad hij in het seizoen 1981/1982 bij De Nederlandse Operastichting nog op als Balstrode in ‘Peter Grimes’ van Britten.

Luxon maakte zijn debuut aan de Metropolitan Opera van New York als Jevgeni Onjegin op 2 februari 1980. Aan de Grand Opéra van Parijs gasteerde hij in 1981 als Balstrode in ‘Peter Grimes’ en in 1982 als Jevgeni Onjegin. Met deze laatste partij maakte hij op 17 juni 1986 ook zijn debuut aan de Scala van Milaan, waar hij een jaar later ook in een concert onder leiding van Luciano Berio optrad.

Bij de Opera Philadelphia zong Luxon in 1987 de rol van Captain Balstrode in ‘Peter Grimes’. In Los Angeles vertolkte hij in 1988 de titelrol in ‘Wozzeck’ en in 1990 de titelrol in ‘Falstaff’. Met deze laatste rol maakte hij ook op 7 maart 1993 zijn debuut in de Wiener Staatsoper.

De stem van Benjamin Luxon is vastgelegd door diverse label als Philips (‘L’Incontro Improviso’ en ‘Orlando Paladino’ van Haydn en de Achtste Symfonie van Mahler), Decca (‘Owen Wingrave’, ‘The Rape of Lucretia’, ‘Acis and Galatea’ van Händel), DGG (‘La Passione di Gesù Cristo’ van Motta), RCA (‘Die tote Stadt’ van Korngold, ‘Die Zauberflöte’, ‘Samson’ van Händel, ‘Elias’ van Mendelssohn), HMV (‘Riders to the Sea’ van Vaughan Williams, ‘Troilus and Cressida’ van W. Walton, ‘A Village Romeo and Juliet’ van Delius), Edition Schwann (‘Oedipus Rex’ van Stravinsky), Telarc (‘War Requiem’ van Britten), Chandos (liederen van Butterworth en Guerney, ‘Winterreise’ van Schubert), Pickwick-Video (‘Il Ritorno d’Ulisse in Patria’, ‘Don Giovanni’ en ‘Falstaff’) en SL-Longman Video (‘Die Zauberflöte’).

Kijk op YouTube

Home, Nieuws