RECENSIE: Prokofiev – De Speler

****
© Barbara Aumüller
Frankfurt, 27 januari 2017

Frank van Aken tomeloos in titelrol ‘De Speler’ in Frankfurt

 

De schrijver Dostojevski verloor ooit in het casino van Wiesbaden grote sommen geld. Derhalve wordt vaak beweerd dat de plaats Roulettenburg in zijn boek ‘De Speler’ zich zou bevinden in Wiesbaden. Het is 25 km van Wiesbaden dat de opera ‘De Speler’, die Prokofiev baseerde op Dostojevski’s verhaal, door de Oper Frankfurt wordt hernomen. In deze productie is de Nederlandse heldentenor Frank van Aken te bewonderen in de titelrol.

De opera ‘De Speler’ (1929) van Sergej Prokofiev (1891-1953) beleefde zijn Frankfurter première in 2013 in de regie van Harry Kupfer. Het is één van de meesterwerken van de inmiddels 81-jarige grootmeester uit Berlijn. Kupfer maakt van ‘De Speler’ een voorstelling vol humor en drama, die ontbraken bij de enscenering van deze opera door Andrea Breth bij DNO. Hij ontvouwt het verhaal over beproeving en ondergang op meerdere vlakken in het kleurrijke decor van Hans Schavernoch. Er zijn onafhankelijk van elkaar bewegende draaitonelen, waarvan één scheefstaande schijf een enorme roulettetafel voorstelt. In het hotel met casino ziet men tegelijkertijd een psychiatrische inrichting als metafoor voor de dwaasheid van het gokken. Parallel wordt op dramatische momenten ook beeldsprakig de inslag van een komeet op de aarde geprojecteerd ten teken van het noodlot.

Kupfer vertelt met snelheid, speelsheid en spot het verhaal over de personages die elkaar in de gaten houden en wachten op de dood van de grootmoeder in Moskou. Haar erfenis zou hen immers van hun (gok)schulden kunnen verlossen. Maar zij overlijdt niet, komt in een rolstoel op en verliest ten slotte tot ergernis van allen haar hele fortuin in het casino. De uitzichtloosheid en de wanhoop van dit alles treft Kupfer met indrukwekkende beelden en een fascinerende personenregie.

‘De Speler’ is een modern conversatiewerk, heeft geen aria’s en bevat een bepaalde muzikale onrust. De opera bezit een impuls van het verhaal en de personages, waardoor het zeer afhankelijk van de uitbeelding van de hoofdpersonen door de solisten. Bij DNO was de rol van Alexei foutief bezet door een karaktertenor, maar in Frankfurt is de heldenpartij goed gecast met de Nederlandse tenor Frank van Aken, die de rol al bij de Frankfurter première in 2013 zong. Hij speelt de rol uitbundig als in een roes, opgewonden en fysiek onuitputtelijk rennend en springend over het toneel. En ondanks dat zingt hij de partij stralend met zijn brede en tomeloze heldentenor. Van Aken mag deze partij – blijkens het grote applaus van het publiek – voegen bij zijn fraaie reeks glansrollen.

De Duitse mezzoveterane Hedwig Fassbender zong vorig jaar nog Kostelnička in Hannover naast de Jenůfa van Kelly God en portretteert in ‘De Speler’ de grootmoeder veelkleurig, bevlogen en met warmte, maar gaat ook de dramatische, felle klanken van de dominante oude dame niet uit de weg. Ontroerend zingt zij ook het sombere ogenblik, nadat zij haar vermogen in het casino heeft verloren en ontgoocheld terugkeert naar Moskou. De Amerikaanse sopraan Sara Jakubiak was ook Polina bij DNO en schetst opnieuw vocaal de verdeeldheid en harteloosheid van de stiefdochter goed. De Ierse Paula Murrihy zingt Blanche met mooie mezzosopraan en schildert daarbij haar wispelturigheid overtuigend. Ook de overige ruim 25 rollen zijn prima bezet.

Generalmusikdirektor Sebastian Weigle verklinkt nog niet helemaal de ironie voor deze conversatie-opera. Het orkest levert niet zozeer het commentaar op de situatie, maar dat kan in de loop van deze herneming nog verbeteren. De Duitstalige versie van ‘De Speler’ komt goed aan bij het publiek, dat de première met een groot applaus beloonde. Verdere voorstellingen in Frankfurt nog op 5, 11 en 17 februari 2017.

Buitenlandse Recensies, Nieuwe Recensie