RECENSIE: Dorman – Wahnfried

***
© Falk von Traubenberg
Karlsruhe, 28 januari 2017

Wereldpremière ‘Wahnfried’ van Avner Dorman in Karlsruhe

 

De venijnigheid van Wagners antisemitisme komt duidelijk tot uiting in zowel zijn publicaties als in zijn brieven. Een directe lijn kan worden getrokken van Wagner naar Hitler via de racistische theorieën van Wagners schoonzoon Houston Stewart Chamberlain. Over de opkomst van Chamberlain in de Wagnerfamilie gaat de nieuwe opera ‘Wahnfried’ van de Israëlische componist Avner Dorman.

De Engelsman Houston Stewart Chamberlain (1855-1927) was een aanhanger van het antisemitisme, nationalisme en pan-germanisme. Zijn bekendste werk ‘Die Grundlagen des neunzehnten Jahrhundert’ uit 1899 werd het standaardwerk voor het racistische en ideologische antisemitisme in Duitsland. Al in 1888 bracht Chamberlain zijn eerste bezoek aan Villa Wahnfried en trouwde twintig jaren later met Eva, de jongste dochter van Richard Wagner (1813-1883) en Cosima Liszt (1837-1930). Over de opkomst van Chamberlain in de Wagnerfamilie gaat de nieuwe opera ‘Wahnfried’ van de componist Avner Dorman (Tel Aviv, 1975) in Karlsruhe.

Haat, intolerantie, intriges, machtsstrijd en racisme vormen de ingrediënten voor deze nieuwe opera. Het libretto van ‘Wahnfried’ werd geschreven door het paar Lutz Hübner en Sarah Nemitz – bekend van de hilarische film ‘Frau Müller muss weg’ – en het is inmiddels alweer hun derde operalibretto. Het verhaal begint bij de dood van Wagner en eindigt bij de intrede van Hitler in de Wagnerclan. In de tussenliggende veertig jaren was Chamberlain een soort surrogaat zoon voor Cosima Wagner en verstrengelde hij de familie Wagner met de geschiedenis van het Duitse antisemitisme. Steeds komen in de opera de onderwerpen van het verhaal weer bijeen in zijn personage. Interessant is de finale als de geest van Wagner tegen Chamberlain zegt: “Wist je niet, dat al mijn helden falen?” Vervolgens wordt de plaats van Chamberlain in de Wagnerfamilie overgenomen door Hitler en is de naam van de Engelsman slechts nog een voetnoot.

Hübner en Nemitz willen erg veel vertellen in 21 scènes van ieder zo’n vijf minuten. Er is de begrafenis van Wagner, het huwelijk van Chamberlain met Eva, de geest van Wagner die verschijnt op een draak en de geest van Hermann Levi als een marionet bespeeld, een liefdesscène van Siegfried met een vreemde man, kortom teveel om op te noemen. Door deze korte scènes blijven de personages echter eendimensionaal en worden ze nooit echt uitgediept en interessant. Het veertienkoppige ensemble van Karlsruhe geeft zijn volle inzet om deze personages toch overtuigend te portretteren. Matthias Wohlbrecht geeft karakter aan de bijna heldenpartij van Chamberlain. Het leed van Siegfried Wagner vanwege zijn homoseksualiteit wordt met volumineuze countertenor geschetst door Andrew Watts in muziek à la Benjamin Britten. Cosima wordt als dramatische mezzo weergegeven door Christina Nissen en de hoge partij van Winifred Wagner krijgt uitdrukking van de sopraan Ina Schlingensiepen. De bariton Armin Kolarczyk vestigt de aandacht op zich als de geest van Wagner en de bas-bariton Renatus Mészár poogt als dirigent Hermann Levi te verzoenen. Hitler is als weke lyrische tenor in handen van Eleazar Rodríguez.

Regisseur Keith Warner (Londen, 1955) voert de handeling naar het toneel van het Bayreuther Festspielhaus en bij het opengaan van het doek ziet men toeschouwers, figuranten en medewerkers. Warner weet het toneel te vullen, werkt effectief en houdt van toneeltrukjes. Hij weet om te gaan met de verrassende effecten en met de delicate gevoelens en verbindt het tastbare met het onwerkelijke.

De muziek van Avner Dorman is vooral metrisch, vaak syncopisch en veelal tonaal. De korte scènes zijn contrastrijk en kolderieke momenten worden afgewisseld met intiemere. Maar over het algemeen blijft het fragmentarisch zonder grote boog. De instrumentatie van het grote orkest is dynamisch, kleurrijk en afwisselend, maar nooit echt verrassend. En Dorman maakt graag gebruik van de muziekliteratuur. Zo is er barok, jazz, minimal music en operette. Als Chamberlain zijn racistische theorieën verkondigt ondersteunt Dorman dit met dansmuziek en de intrede van de Kaiser wordt door hoempapamuziek begeleid. Wellicht ironisch bedoeld nodigt het allemaal niet echt uit tot lachen. Het meest indringend zijn de bespiegelende momenten “Dort geht er, poor little one” van Anna Chamberlain in de eerste akte en “Eva! Anna! Hohe Frau!” van Chamberlain en het kwintet “Wir sind die Wagners” in de tweede akte.

Het Badische Staatsopernchor zong zijn grote aandeel trefzeker en dirigent Justin Brown leidt de Badischen Staatskapelle nauwkeurig en dynamisch door de partituur. Als prelude tot ‘Wahnfried’ werd voor het Badisches Staatstheater van Karlsruhe de Hermann-Levi-Platz geopend. Levi was tussen 1864 en 1872 Kapellmeister van de Karlsruher Hoftheater en dirigeerde in 1882 in Bayreuth de wereldpremière van ‘Parsifal’. 

Buitenlandse Recensies, Nieuwe Recensie