RECENSIE: Lehár – Der Graf von Luxemburg

***
© Hans Jörg Michel
Duisburg, 28 december 2016

Bo Skovhus in glansrol ‘Graf von Luxemburg’ te Duisburg

Operahuizen rondom Nederland blijven gelukkig operettes op het repertoire houden. De stoutmoedigheid, ongehoorzaamheid, vrijzinnigheid en gejaagdheid van de operettes zijn verrukkelijke ingrediënten en haar overdreven komedie is helemaal van onze tijd. De operette ‘Der Graf von Luxemburg’ van Franz Lehár bevat al deze bestanddelen, ook al komen zij in het operettedebuut van regisseur Jens-Daniel Herzog voor de Deutsche Opera am Rhein niet allemaal op smaak.

De operette ‘Der Graf von Luxemburg’ van Franz Lehár (1870-1948) behandelt de invloed van de belofte van rijkdom op liefde en het huwelijk. Het verhaal gaat over de verarmde graaf René van Luxemburg, die tegen betaling een schijnhuwelijk aangaat met de operazangeres Angèle zonder dat zij elkaar zien. Hierdoor krijgt zij een aristocratische titel en zou zij na hun scheiding een passende bruid zijn voor prins Basil. Uiteindelijk ontmoeten René en Angèle elkaar voor het eerst zonder te weten al getrouwd te zijn en worden zij verliefd.

Het libretto van ‘Der Graf von Luxemburg’ werd geschreven door Alfred Willner, Robert Bodanzky en Leo Stein en de muziek werd door Lehár – naar eigen zeggen – binnen drie weken gecomponeerd. De operette ging op 12 november 1909 met groot succes in wereldpremière in het Theater an der Wien. Lehár maakte gedurende de jaren daarna diverse veranderingen aan het werk en de productie van 1937 in het Theater des Volkes van Berlijn wordt tegenwoordig het meest gespeeld.

Voor de nieuwe productie van ‘Der Graf von Luxemburg’ blijkt ook de Deutsche Opera am Rhein (DOR) gekozen te hebben voor deze versie uit 1937, ook al vermeldt het programmaboekje 1909. Regisseur Jens-Daniel Herzog – sinds 2011/12 intendant van de Oper Dortmund en vanaf 2018/19 intendant van het Staatstheater Nürnberg – maakt met ‘Der Graf von Luxemburg’ zijn operettedebuut. In het decorontwerp van Mathis Neidthardt schuiven in de eerste akte steeds nieuwe ruimten binnen, geeft een draaitoneel in de tweede akte een rondleiding door het operahuis waar Angèle zingt en bevindt men zich in de derde akte in de hotelfoyer.

Helaas toont Herzog zich geen begaafd operetteregisseur en heeft hij geen groot gevoel voor humor. Hij richt zich op de Russische achtergrond van Basil en aan dit concept wordt alles ondergeschikt. Er is Russische maffia (Pélégrin, Pavel, Sergei), een Russisch orthodox huwelijk, een Russische balletparodie op het Zwanenmeer en men zingt over “Ein Scheck auf die russische Bank” (in plaats van “englische”). Het voelt alles nogal geforceerd aan. Bovendien vindt de DOR de productie – waarschijnlijk vanwege de Russische agressie – geschikt voor 14 jaar en ouder. Overigens kan men zich afvragen of Basil als maffiabaas zich iets zou hebben aangetrokken van de huwelijksetiquette en Angèle niet gewoonweg gelijk al had getrouwd. De obligate, “moderne” theatermomenten van freeze en slow-motion zijn uiteraard ook te vinden in deze enscenering. Jammer genoeg hebben de liefdesavonturen en de geestige aspecten van ‘Der Graf von Luxemburg’ onder dit alles te lijden.

Bo Skovhus en Juliane Banse gelden sinds hun optreden in het Theater an der Wien in 2005 als het droompaar voor René en Angèle. De Deense bariton Bo Skovhus is ideaal voor de titelrol. Zijn eerlijke geluid, krachtige toon en heerlijk Schmalz zijn verrukkelijk en zijn acteerprestaties voortreffelijk. De Duitse sopraan Juliane Banse heeft een gepeperde toon en vertolkt het melancholische karakter van Angèle vol nostalgie. De overige zangers zijn ensembleleden van de DOR en brengen hun goede humeur mee voor de ondersteunende rollen. De Duitse sopraan Lavinia Dames als Juliette – sinds 2014 bij de DOR – en de Zwitserse tenor Cornel Frey als Armand – sinds 2012 bij de DOR – vormen een heerlijk buffo-paar. De Britse tenor Bruce Rankin – sinds 1998 bij de DOR – vertolkt Basil en de Amerikaanse mezzo Susan Maclean – sinds 2010 bij de DOR – krijgt voor haar 1937-aria in de derde akte helaas een volledig nieuwe tekst te zingen. De bekende Duitse acteur Oliver Breite heeft in de derde akte de lachers op zijn hand voor zijn sketches.

De Amerikaanse pianist en dirigent Patrick Francis Chestnut – sinds 2008 repetitor bij de DOR – brengt met charme en overgave de intieme partituur van Lehár tot klinken met de Duisburger Philharmoniker, die met buitengewone levendigheid en zorgvuldigheid spelen. De meeste dansmuziek van Lehár is geschrapt. Als toegift is ook het marsterzet “Packt die Liebe einen Alten” uit de derde akte geschrapt en naar het slotapplaus verplaatst. Of zoals Lehár zegt “Was schert nuns das Ziel”.

Buitenlandse Recensies, Nieuwe Recensie