RECENSIE: Kálmán – Die Herzogin von Chicago

****
© Matthias Baus
Koblenz, 12 november 2016

Michiel Dijkema viert feest met Kálmán in Koblenz

Theater Koblenz brengt een nieuwe productie van ‘Die Herzogin von Chicago’ van Emmerich Kálmán in een feestelijke enscenering van de Nederlandse regisseur Michiel Dijkema.

De Joodse componist Emmerich Kálmán (1882-1953) werd als Imre Koppstein geboren en regeerde samen met zijn Oostenrijks-Hongaarse landgenoot Franz Lehár tijdens het ‘Zilveren Tijdperk’ van de Weense Operette in het eerste kwart van de 20ste eeuw. Kálmán had in Wenen groot succes met operettes als ‘Die Csárdásfürstin’ en ‘Gräfin Mariza’, maar na de Anschluß werd hij gedwongen te vluchten en belandde via Parijs in California. Het libretto voor zijn operette ‘Die Herzogin von Chicago’ werd geschreven door de Joodse auteurs Alfred Grünwald en Julius Brammer, die ook teksten vervaardigden voor onder anderen Lehár, Leo Fall, Oscar Straus en Robert Stolz. De Tsjechisch-Oostenrijkse librettist Julius Brammer week na de Anschluß uit naar Zuid-Frankrijk en overleed daar in 1943 aan een hartaanval. Zijn Weense collega Alfred Grünwald werd na de Anschluß opgepakt, maar kon vluchten naar New York.

‘Die Herzogin von Chicago’ beleefde op 5 april 1928 haar wereldpremière in het Theater an der Wien. De titelrol werd gezongen door de Berlijnse soubrette Rita Georg, die eind jaren dertig naar Nederland vluchtte en hier zong in het ‘Theater der Prominenten’ van Willy Rosen (✡︎ 1944, Auschwitz). In 1943 werd zij door de Duitsers opgepakt, maar kon toch emigreren naar Canada. In het Theater an der Wien werd ‘Die Herzogin von Chicago’ 242 maal opgevoerd totdat de Nazi’s de operette verboden. Zij werd pas eind jaren negentig herontdekt en is sindsdien al in tientallen verschillende producties opgevoerd. Eerder dit jaar bracht het Staatstheater Kassel een nieuwe realisatie en nu neemt het Theater Koblenz het initiatief met een nieuwe enscenering van de Nederlandse regisseur en decorontwerper Michiel Dijkema.

Dijkema is een verteller en hij onthult inzichtelijk de visie van het vroeg-20ste-eeuwse Europa op de Amerikaanse cultuur en de impact van Amerika en de sociale revolutie. Hij laat in een sfeervol decor de verarmde prins Sandor van Sylvaria en de Amerikaanse rijkeluisdochter Mary Lloyd hun verliefdheid uitdansen in een concurrentie tussen Walzer en Csárdás enerzijds en Charleston en Slowfox anderzijds gekleed in flapperkostuums en maffiakleding. Met behulp van een draaitoneel worden in de openings- en slotakte het interieur en de buitenzijde van de club Grill Américaine te Boedapest getoond. Mary komt als een Amelia Earhart per vliegtuig aan en crasht in een fraaie coup de théâtre voor de ingang van de club. Hier viert Dijkema een fraai operettefeestje en betrekt hij zo nodig ook de zaal bij de party.

Het heeft echter iets aanmatigends als de originele dialogen van een opera of operette door een productieteam worden bewerkt. De aanpassingen van Dijkema & co. aan het satirische libretto geven de indruk dat men de sterke teksten van Brammer & Grünwald niet onderschreef. Zo zijn de Joodse grappen aangaande Mary’s secretaris James Bondy geschrapt. En de enkele, toegevoegde, actuele grappen (Trump) zijn geestig, maar te zeldzaam om een crescendo van schik te bewerkstelligen. Daarnaast gaat de voice-over met aankondigingen al snel vervelen. De dialogen worden daarentegen zo fantastisch gebracht door de drie acteurs van deze productie – die ieder meerdere rollen voor hun rekening nemen – dat men alleen maar kan genieten.

De zangers zijn van de bovenste operetteplank en laten het publiek smullen van de heerlijke songs en duetten van Kálmán. De Amerikaanse sopraan Emily Newton was in 2013 een fantastische Anna Nicole in Dortmund en ook nu weer schitterend in de titelrol van Mary Lloyd. De Duitse tenor Mark Adler is een echt operettedier als prins Sandor. Zijn landgenoot Peter Koppelmann heeft een ietwat kelige tenor voor Bondy, maar is een uitstekend danser. En de Japanse soubrette Haruna Yamazaki is een lieflijk lispelende prinses Rosemarie. Het Staatsorchester Rheinische Philharmonie klinkt onder leiding van dirigent Rasmus Baumann – de huidige GMD van Gelsenkirchen – nog niet vanzelfsprekend in de verschillende dansen en stijlen, maar zal in de voorstellingsreeks nog wel accommoderen. Baumann boetseert de entr’actes overigens prachtig.

In Nederland is operette een uitgestorven kunstvorm, want de quasi elite van de Nederlandse muziekgezelschappen bestempelen het genre als “niet intellectueel genoeg”. Zo is het 64 jaren geleden dat DNO ‘Die lustige Witwe’ heeft opgevoerd! Daarom zijn het Theater Koblenz en andere Duitse theaters te prijzen voor hun operette-initiatieven.

♪ Kálmán – ‘Die Herzogin von Chicago’: “Ein kleiner Slowfox mit Mary” (Rita Georg, dirigent Frieder Weißmann, 23 oktober 1928) ♪

Buitenlandse Recensies, Nieuwe Recensie