RECENSIE: Tsjaikovski – Schoppenvrouw

***
© DNO
Amsterdam; 21 juni 2016

‘Schoppenvrouw’ bij DNO geen troefkaart

MUZIKAAL

1. Is DNO trouw aan de muziek of zijn er veranderingen? ****
– De Nationale Opera (DNO) presenteert een nieuwe productie van ‘Schoppenvrouw’ van Pyotr Tsjaikovski (1840 – 1893) in het kader van het Holland Festival. De opera wordt integraal zonder coupures uitgevoerd.

2. Zijn de zangers rollendekkend? ****
– Het sextet hoofdrolzangers vertolkte hun rollen al eerder elders. De Oekraïense tenor Misha Didyk zong Gyerman in 2014 in Zürich, brengt uitdrukkingskracht mee voor de neurotische streber en zet de partij goed breed aan. Zijn lied in de finale is overigens twee semitonen naar beneden getransponeerd. De Bulgaarse bariton Vladimir Stoyanov is een lyrische Yeletski. De Russische bas-bariton Alexey Markov zong Tomski ook in Zürich en heeft een vol geluid en slanke hoogte. De Russische sopraan Svetlana Aksenova is vocaal geloofwaardig als het onschuldige meisje Liza. De 62-jarige, Russische mezzosopraan Larissa Diadkova zingt de titelrol van de Gravin met vleselijk timbre, extravagantie en de geur van de dood. De Russische mezzosopraan Anna Goryachova zong Paulina ook in Zürich en vertolkt haar romance in de eerste akte mooi.

3. Is de dirigent betrokken bij het podium? ****
– Voormalige chef-dirigent Mariss Jansons keert terug bij het Koninklijk Concertgebouworkest. Het is een genot om weer eens een dirigent in het Muziektheater te zien die contact heeft met het podium. Het is overigens onbegrijpelijk dat Jansons deze productie muzikaal leidt na het debacle van 2011, maar daarover later meer.

4. Vormen de (koor- en) orkestleden onderling en samen een eenheid? ****
– Het Koninklijk Concertgebouworkest tovert adembenemend mooie kleuren uit de partituur. Het orkest speelt nauwkeurig tot in de details en vooral de strijkers zijn gul en de houtblazers zijn machtig. Ook het koor zet zijn grote aandeel overtuigend en als een geheel neer.

DRAMATURGISCH

5. Wordt er een verhaal verteld? **
– Regisseur Stefan Herheim (Oslo, 1970) is na zijn debacle bij DNO met ‘Jevgeni Onjegin’ in 2011 door DNO teruggevraagd voor een opera van nota bene dezelfde componist. Voor Herheim is het verhaal van de opera over de jonge officier Gyerman – die door het gokken prestige en rijkdom wil verwerven en van een oude gravin het geheim van de drie speelkaarten wil krijgen – niet genoeg. Hij verweeft het verhaal met een vertelling over de homoseksualiteit van Tsjaikovski. Al in de openingsscène heeft Yeletski verkleed als Tsjaikovski seks gehad met de prostitué Gyerman en telkens opnieuw brengt Herheim Tsjaikovski en diens homoseksualiteit naar voren. Het idee van een synchrone vertelling is leuk bedacht, maar het is te gekunsteld en bovendien storend.

6. Komt de enscenering overeen met het libretto? **
– Dit regieconcept van ‘Schoppenvrouw’ komt nergens in detail overeen met het libretto. Overigens betuigt Herheim dat Tsjaikovski zelfmoord zou hebben gepleegd door zich te besmetten met cholera – hier in de hoedanigheid van koorleden die ieder als een Tsjaikovski de gifbeker drinken – maar die bewering is zeer discutabel. Herheim laat hiermee opnieuw zien een niet heel diepgaande visie te hebben.

7. Hoe is de esthetiek en functionaliteit van de vormgeving? *
– Het regieconcept van ‘Schoppenvrouw’ zit vol vondsten, ideeën en trucjes: Er zijn gifbekers, engelen, duivels, erotische symbolen; Het is alles teveel van het goede en het leidt af van waar het in de opera werkelijk om draait.

8. Hoe is de integratie regie – muziek? **
– In zijn enscenering getuigt Herheim ook niet van grote muzikaliteit. Zo laat hij Gyerman al ruim voor zijn cellothema opkomen, waardoor dit thema mosterd na de maaltijd wordt. En net als in ‘Jevgeni Onjegin’ bepaalt niet Tsjaikovski, maar Herheim waar de pauze valt, namelijk midden in de tweede akte…

ALGEMEEN

9. Is de productie onderscheidend of spraakmakend? *
– Herheim blijkt in de afgelopen vijf jaren geen ontwikkeling te hebben doorgemaakt. In ‘Jevgeni Onjegin’ vertelde hij het verhaal niet vanuit het oorspronkelijke perspectief van Tatyana, maar uit het oogpunt van Onjegin, die de hele voorstelling voortdurend rondloopt. In ‘Schoppenvrouw’ vertelt Herheim het verhaal uit het perspectief van Yeletski die verkleed als Tchaikovsky eveneens de hele voorstelling voortdurend rondloopt. Het regieconcept lijkt een copy/paste van eerdere zetten.

10. Is de productie artistiek innovatief? *
– Het inbrengen van een parallel verhaal in een operavoorstelling is inmiddels een uitgekauwd idee. Ook de verwijzing naar de homoseksualiteit van Tsjaikovski in diens opera’s is niet nieuw. Zo maakte regisseur Krzysztof Warlikowski de personages van Onjegin en Lensky in ‘Jevgeni Onjegin’ al gay voor de Bayerische Staatsoper van München in 2012.

11. Is er Nederlandse betrokkenheid bij de productie (zangers, regisseur, ontwerpers, dirigent)? *
– Slechts twee bijrollen zijn met Nederlandse zangers bezet; De sopraan Maria Fiselier zingt de twaalf woorden van Mascha in de eerste akte en de tenor Morschi Franz is de ceremoniemeester in de tweede akte.

12. Hoe is het bezoekersaantal in verhouding tot de zaalcapaciteit? ****
– Bij de vijfde voorstelling van ‘Schoppenvrouw’ was de zaal van het Muziektheater redelijk bezet. Deze productie is een passende sluiting van een onbeduidend DNO-seizoen; De ‘Khovansjtsjina’ en ‘Il Trovatore’ waren goed, maar de overige producties waren van een zeer middelmatig niveau.

De Nationale Opera