RECENSIE: Rubinstein – Demon

Brussel, 24 januari 2016

‘Demon’ beleeft boeiende Belgische première in versneden vorm

De Munt van Brussel brengt de Belgische première van de opera ‘Demon’ van Anton Rubinstein in copresentatie met Bozar Muziek. De opera wordt tegenwoordig zelden opgevoerd en alsdan in een gecoupeerde versie. Zo ook in Brussel.

De opera ‘Demon’ van Anton Rubinstein (1829-1894) was eind 19e eeuw één van de populairste, Russische opera’s, maar wordt tegenwoordig nog maar sporadisch opgevoerd. En tijdens de boeiende concertante uitvoering in de Brusselse concertzaal Bozar verbaast het dat men vandaag de dag deze opera zo links laat liggen.

‘Demon’ beleefde zijn wereldpremière in St. Petersburg in 1875 en was daarmee een tijdgenoot van ‘Boris Godoenov’ van Moessorgsky. Maar er is een wereld van verschil tussen deze beide opera’s. Want waar Moessorgsky naar binnen kijkt en de Russische traditie onderhoudt, kijkt Rubinstein naar buiten en vindt hij zijn toonbeeld in de Franse muziek. Rubinstein was bovendien – op het door hemzelf opgerichte conservatorium van St. Petersburg – de docent van Tchaikovsky, waardoor men in ‘Demon’ ook al aankondigingen van ‘Jevgeni Onjegin’ hoort. Het verhaal is spannend en onderhoudend en gaat over een demon die de mooie Tamara achtervolgt, haar verloofde uit de weg ruimt en haar uiteindelijk in het klooster zoent, waarop zij overlijdt.

Mikhail Tatarnikov – die ‘Demon’ een jaar geleden ook dirigeerde in Moskou met Dmitri Hvorostovsky in de titelrol – laat met het Symfonieorkest van de Munt de dramatische kracht van ‘Demon’ horen. Maar liefst vier koren werden bijeen gebracht om deze kooropera te bewerkstelligen en zij bliezen in de proloog het dak van het uitverkochte Bozar. Daarom was het ontluisterend te constateren dat meerdere koordelen verderop in de opera werden geschrapt.

In de bijrollen vielen de Kroatische bas Ante Jerkunica als Prins Goedal en de Russische mezzosopraan Elena Manistina als de Gouvernante op. De rol van de Engel – hier gezongen door de Nederlandse mezzosopraan Christianne Stotijn – liet Tatarnikov in Moskou nog zingen door een countertenor. De Litouwse bas-bariton Kostas Smoriginas in de titelrol toont aan op weg te zijn naar de wereldtop. Naast zijn fantastische heldengeluid en uitstekende dictie en frasering had hij nog iets meer expressie kunnen geven. De Georgische sopraan Veronika Dzhioeva maakte de kentering van onschuldige coloratuursopraan Tamara naar de dramatische, dwalende vrouw volstrekt aannemelijk. Hun duet in de derde akte was het hoogtepunt van deze concertante uitvoering, die nog meer geslaagd zou zijn geweest als men ‘Demon’ niet met ruim een half uur muziek had ingekort.

Buitenlandse Recensies, Nieuwe Recensie