RECENSIE: Křenek – Jonny Spielt Auf


****
© Klaus Lefebvre
Hagen, 16 januari 2016

Theater Hagen succesvol met avontuurlijke ‘Jonny Spielt Auf’

Met glitter, glamour en goud gloeit de finale van de nieuwe productie van de opera ‘Jonny Spielt Auf’ in het Theater Hagen.

‘Jonny Spielt Auf’ van Ernst Křenek (1900-1991) gold als voorbeeld van vrijheid in de kunst in de gouden jaren twintig. De opera beleefde op 10 februari 1927 zijn wereldpremière in Leipzig en had in zijn eerste seizoen maar liefst 421 opvoeringen in meerdere theaters. Maar aan dat succes kwam al snel een einde. Want de Oostenrijker – van Tsjechische origine – Křenek viel onder andere vanwege de jazz-invloeden in ‘Jonny Spielt Auf’ in ongenade bij de Nazi’s. Door protesten van vroege Nazibewegingen werden de eerste opvoeringen in de Wiener Staatsoper en de Bayerische Staatsoper van München al verstoord. En uiteindelijk werd in 1938 het beeld van Jonny in vervormde gedaante misbruikt als middelpunt van de posteradvertentie van de Nazitentoonstelling ‘Entartete Musik’.

7852In de enscenering van ‘Jonny Spielt Auf’ van regisseur Roman Hovenbitzer (Düsseldorf, 1972) voor het Theater van de Duitse stad Hagen – met slechts 85.000 inwoners – botst de romantische wereld van de egocentrische componist Max heftig met de nieuwe massacultuur. Max is de eigenlijke held van de opera en de belichaming van de romantische ik-persoon. Zijn romantische wereld is een alpengletsjer, die in het draaidecor van Hovenbitzers vaste ontwerper Jan Bammes wordt gesymboliseerd door een grote stapel partituren. Een schitterend coup de théâtre presenteert Hovenbitzer hier als de standbeelden uit de werkkamer van Max aan hem op de gletsjer verschijnen en hem weerhouden van zijn zelfmoord. Het universum van Max stoot op het metropole consumentisme van de Amerikaan Jonny, dat door Hovenbitzer karikaturaal worden neergezet in het Parijse hotel middels film, jazz, radio en schlagers. Uiteindelijk gloeit de finale met glitter, glamour, een discobol en het woord “Liberty” in gouden letters en sfeervolle belichting van Ulrich Schneider.

Voor de rol van de afstandelijke Europese zangeres Anita – minnares van Max en immuun voor de aantrekkingskracht van de gewetenloze Jonny – heeft het Theater Hagen de Bayreuth-sopraan Edith Haller weten te engageren. Zij geeft een mooi volle en verstaanbare vertolking, ook al verliest haar sopraan in de hoogte contact met de rest van haar stem. De titelrol van de amorele Jonny wordt licht en jofel vertolkt door de Amerikaanse barihunk Kenneth Mattice op gouden schoenen en omgeven door drie intrigantes. Gastoptredens zijn er verder van de Duitse tenor Hans-Georg Priese als Max met heldische proporties – in de hoogte enigszins geknepen – en van de jonge, uiterst talentvolle Australische bariton Andrew Finden als de violist Daniello (Finden blijkt zelf ook violist). De Duitse sopraan Maria Klier is ensemblelid in Hagen en een charmante Yvonne. Opmerkelijk sterk ook het trio politiemannen Matthew Overmeyer, Paul Jadach en Egidijus Urbonas.

Florian Ludwig exploreert met het Philharmonisches Orchester Hagen succesvol de verschillende stijlen van Křenek, nochtans nog zonder muzikale flow. En het Opernchor en Extrachor des Theater Hagen verplaatsen zich goed in de rol van de decadente demimonde ondanks de enigszins kneuterige danspasjes. Helaas was de zaal tijdens de première op 16 januari 2016 zeer matig gevuld. Maar deze ‘Jonny Spielt Auf’ van het Theater Hagen – dat zich al vaker heeft bewezen met een avontuurlijke, moedige en succesvolle programmering – is de moeite van een reis naar de Duitse stad volstrekt waard.

Buitenlandse Recensies