RECENSIE: Meyerbeer – Vasco de Gama

© Bettina Stöss
Berlijn, 15 oktober 2015

‘Vasco de Gama’: Deutsche Oper Berlin moet Meyerbeer nog ontdekken

De opera ‘Vasco de Gama’ van Giacomo Meyerbeer heeft in de herziene versie bij de Deutsche Oper van Berlijn nog niet zijn levensvatbaarheid kunnen bewijzen.

Giacomo Meyerbeer (1791-1864) werkte ruim 25 jaar op en af aan zijn laatste opera en veranderde gedurende die tijd de werktitel ‘L’Africaine’ in ‘Vasco de Gama’. Maar Meyerbeer overleed kort voor de eerste repetities en de L’Opéra de Paris gaf de Belgische musicoloog Françoise-Joseph Fétis opdracht het materiaal van Meyerbeer te construeren tot een werkzame uitvoering. Fétis versneed, veranderde en verkorte de compositie en herstelde de oude werktitel ‘L’Africaine’. Sinds de postume première op 28 april 1865 heeft het publiek de opera slechts in versneden vorm mogen beleven. In 2013 reconstrueerde muziekwetenschapper Jürgen Schläder ‘Vasco de Gama’ voor de uitgever Ricordi en bracht alle bekende muziek van Meyerbeer terug in de opera. Deze editie werd op 2 februari 2013 in Chemnitz voor het eerst uitgevoerd en het CD-label CPO maakte een studio-opname van deze revisie.

Giacomo Meyerbeer ligt in Berlijn begraven en nu haalt eindelijk de Deutsche Oper van Berlijn (DOB) ook de muziek van Meyerbeer naar Berlijn terug. De DOB heeft zich namelijk een Meyerbeer-cyclus voorgenomen, die met een nieuwe productie van de herziene versie van ‘Vasco de Gama’ begint en de volgende seizoenen met ‘Les Huguenots’ en ‘Le Prophète’ wordt voortgezet.

De DOB-productie van ‘Vasco de Gama’ is van de hand van regisseuse Vera Nemirova (Sofia, 1973). In haar enscenering staat religie centraal en vertaalt zij het verhaal in religieus fanatisme en misbruik. Nonnen gaan in de derde akte mee op het schip en bekeren de slavin Sélika hardhandig tot het katholicisme. Hierdoor wordt de finale II vervreemd, want hoe kan Inès over Sélika beslissen als zij haar slavin niet meer is maar een non? Uiteindelijk wordt in finale III nog een andere non verkracht en bedreigd met onthoofding. Dit alles tenslotte afgerond met Isis-achtige taferelen.

Nemirova’s visie toont zich in het begin nogal onbestendig met de ontdekkingsreiziger Vasco in guerilla-outfit (en T-shirt met opdruk van zijn navolger Galileo?), Inès in schooltenue, Sélika in bhagwan en Nélusco op sneakers. Een leuke ingeving is het dat men in IV getuige is van het huwelijk tussen Sélika en Vasco, maar helaas lijkt het bruidsbed in V in het schemerlicht meer een vierkante pizza.

De regie past in hetgeen dat wordt gezongen, maar alles is expliciet en men mist de kracht van de illusie. De regie en alles erbij gaat ten koste van de concentratie en de focus op het verhaal en zijn emotie. En uiteindelijk werkt de kortsluiting die ontstaat tussen de culturen en cultuur van toen en nu lachwekkend. De enscenering geeft het werk niet de energie die het nodig heeft.

De Frans-Italiaanse tenor Roberto Alagna heeft zichzelf de laatste jaren meer en meer in dienst gesteld van het verwaarloosde Franse repertoire en dat is bewonderenswaardig. Zo zong hij Ulysse in ‘Penelope’ van Fauré, Rodrigue in ‘Le Cid’, Lancelot in ‘Le Roi d’Arthus’ en nu Vasco de Gama. Alagna heeft een schitterende stem (ook al leek hij deze avond niet gedisponeerd), zijn dictie is fantastisch en hij geeft goed gestalte aan de officier en ontdekkingsreiziger. Maar hij zet bijna iedere noot een semitoon lager aan en dat verveeld uiteindelijk.

De Duitse bariton Markus Brück als Nélusko heeft de stem van de avond. Nu nog vast bij de DOB zal hij ongetwijfeld doorgroeien tot één van de belangrijkste baritons van de onze tijd. De Franse mezzosopraan Sophie Koch weet in de eerste akte niet de lieflijkheid van Sélika te portretteren en probeert daarna haar lyrische mezzosopraan tot dramatische proporties op te blazen. De Georgische sopraan Nino Machaidze als Inès heeft een prachtige stem en maakt heel mooie armgebaren tijdens het zingen, maar zij vocaliseert onverstaanbaar. Verder zijn er opvallende bijdragen van de Britse bas Andrew Harris als Don Diego en de Duitse bas Gideon Poppe als Le Grand Prêtre de Brahma. De Spaanse dirigent Enrique Mazzola het Orchester der DOB geven goed uiting aan de Grand-Opéra en het Chor der DOB zingt zorgvuldig.

De Deutsche Oper Berlin hernoemt Sélika tot Selica, Nélusko wordt Nelusco en Vasco de Gama wordt Vasco da Gama. Het is tegendraads dat DOB “da” gebruikt, terwijl Meyerbeer “de” schreef, de productie in Chemnitz en hun uitgave van de CD “de” hanteerden en de zangers “de” zingen. Wellicht gebruikt DOB de Portugese naam, maar men kan zich dan afvragen wat DOB gaat doen bij producties als ‘La Traviata’, ‘Lucia di Lammermoor’, ‘Don Giovanni’, ‘Nabucco’ en ‘Madama Butterfly’?

‘Vasco de Gama’ heeft met deze opvoering nog niet zijn levensvatbaarheid kunnen bewijzen, maar zal met toekomstige producties aan groeikracht en vitaliteit winnen. Daarvoor is de muziek van Meyerbeer sterk genoeg.

Buitenlandse Recensies, Nieuwe Recensie