RECENSIE: Adès – Powder Her Face

© Krzysztof Bieliński
Brussel, 25 september 2015

‘Powder Her Face’ krijgt geen gezicht in Brussel

Een lijst met 88 namen van vermeende minnaars en een reeks van 13 polaroidfoto’s met compromitterende situaties vond de Duke van Argyll in de slaapkamer van zijn echtgenote. Dit betekende de start van de langste en meest besproken echtscheidingsprocedure in de Britse geschiedenis.

Het levensverhaal van de Duchess van Argyll vormde de inspiratiebron voor de opera ‘Powder Her Face’ van de componist Thomas Adès (Londen, 1971). Deze opera werd op 1 juli 1995 – twee jaar na de dood van de ‘Dirty Duchess’ – voor het eerst opgevoerd op het festival van Cheltenham en wordt nu gepresenteerd door de Munt Opera van Brussel in co-productie met het Teatr Wielki van Warschau.

In ‘Powder Her Face’ wordt in een serie van acht scènes het leven van Margaret Duchess of Argyll geschetst en een beeld gegeven van haar losbandigheid. Het is een vermakelijke opera die zijn levensvatbaarheid inmiddels over de hele wereld heeft getoond. De muziek van Adès is boeiend, geconcentreerd, dissonant, lyrisch, klankrijk en gevoelvol. Hij brengt goede differentiatie aan tussen de scènes en de personages. Elk personage heeft zijn eigen klankwereld en eigen muzikale entiteit. Zo is de Maid een coloratuursopraan met een stratosferische hoogte, de Electrician een lyrische tenor en de Hotel Manager een basso profundo. Hiermee borduurt Adès voort op muzikale operatradities.

De regisseur Mariusz Treliński (Warschau, 1962) zet in de nieuwe productie van ‘Powder Her Face’ de Duchess niet neer als instigator, maar als slachtoffer en wil de hypocrisie van de samenleving tonen. Zo wordt de bekende fellatioscène – de eerste in de operageschiedenis – bij Treliński een verkrachtingsscène, waardoor de Duchess van actieve persoon tot lijdend voorwerp wordt. Erotische diensten worden haar aangeboden door halfnaakte mannen in cabines en zelfs de rechter bevindt zich tijdens zijn passacaglia in de zesde scène in haar slaapkamer. Treliński verlegt daarmee het focus van het verhaal, ontkracht de absurditeit van de opera en slaagt er helaas niet in om de toeschouwer in de wereld van de Duchess te trekken en te intrigeren.

Voor het decor is flink uitgepakt. De lichten, de glanzende vloeren, het pompstation uit de jaren vijftig, de spiegels, de discoglitters, alles in de stijl van de tijd waarin het zich afspeelt. Duister, ruimte en leegte domineert. En er zijn sterke vondsten. Zo wordt het paar rechtbankjournalisten veranderd in een echtpaar dat in de huiskamer voor de televisie verveeld commentaar geeft. En het geluid van de regen maakt de slotmonoloog van de Duchess extra aangrijpend.

De Schotse mezzosopraan Allison Cook is fysiek goed getypecast en een evenbeeld van de Duchess of Argyll. De Zweedse coloratuursopraan Kerstin Avemo als Maid, Minnares en Journaliste heeft stamina en klinkt fel als een hamer op een aambeeld. De Amerikaanse tenor Leonardo Capalbo is een lyrische Elektricien, Pompbediende, maar zijn lied in de tweede scène kan nog meer “musical” krijgen. Geen basso profundo als Hotel Manager, maar de Australische bariton Peter Coleman-Wright in de veeleisende rollen (rechter, hertog). De tekstverstaanbaarheid van de zangers laat helaas te wensen over en dat ligt niet aan de muziek van Adès. De Argentijnse dirigent Alejo Pérez zet het 18-koppige ensemble van het Orchestre symphonique de la Monnaie helaas te zwaar aan. Hij flirt niet met de tango’s, de muziek van Kurt Weil en maakt het te massief.

De Munt Opera voert ‘Powder Her Face’ op in de Hallen van Schaarbeek wegens de renovatie van de Munt Schouwburg. Een opvoering van een opera over losbandigheid in een wijk waar losbandigheid niet wordt getolereerd en velen ’s avonds niet op straat durven, vertaalt zich in een matige zaalbezetting. En na de pauze waren er nog meer lege stoelen…

Buitenlandse Recensies, Nieuwe Recensie