1.
Victoria de los Ángeles excelleerde in de meisjesrollen met M en Marguerite, Mimì, Manon en Madama Butterfly waren haar vier belangrijkste partijen. Zij maakte haar roldebuut als Cio-Cio-San in ‘Madama Butterfly’ van Giacomo Puccini (1858-1924) op 3 maart 1951 in Marseille en zong de partij voor het laatst op 25 en 26 september 1959 voor de stereo-opname van His Master’s Voice in het Teatro dell’Opera van Rome. Victoria de los Ángeles had de partij tussen 26 juli en 23 augustus 1954 ook al voor His Master’s Voice in het Teatro dell’Opera van Rome in mono opgenomen en de rol in die vijf jaar – en na bijna 40 keer ‘Madama Butterfly’ op het toneel – vocaal en muzikaal enorm uitgediept. Haar Cio-Cio-San is breekbaar, innemend en aandoenlijk. Oprechter kan men Madama Butterfly nauwelijks vertolken. Jussi Björling biedt een meer macho uitbeelding van de luitenant Pinkerton in ruil voor de hartstochtelijke benadering van Giuseppe di Stefano in De Los Ángeles’ opname van 1954 en Mario Sereni geeft een krachtige portrettering van de consul Sharpless als alternatief voor de meer genuanceerde lezing van Tito Gobbi in 1954. Miriam Pirazzini is een betrouwbare Suzuki. Gabriele Santini was van 1945 tot 1962 chefdirigent van het Teatro dell’Opera van Rome en leidt solisten, koor en orkest met een grote boog vol ruimte en rust door de partituur. Een opname van betoverende schoonheid waarin alles klopt!
EMI CMS 7 63634-2 (2CDs)

2.
CD_Butterflly_Sony
Deze productie van de Metropolitan Opera Association kwam tot stand tussen 26 en 28 mei 1949 in de Columbia Studio’s van New York. Cio-Cio San werd gezongen door Eleanor Steber, die al in 1940 op 25-jarige leeftijd hoogtepunten van ‘Madama Butterfly’ met het orkest van de Metropolitan Opera opnam in de studio voor RCA. En toch zong zij de rol zelden op het toneel en nooit in de Met! Steber is een betrokken, geloofwaardige en aangrijpende Cio-Cio-San en haar perfecte dictie, intonatie en kleurrijke klank zijn adembenemend. Ook Richard Tucker zong de rol van Pinkerton nooit in de Met, maar brengt de luitenant als geen ander tot leven. Zijn vanzelfsprekendheid is fascinerend en zijn melancholische klank uitstekend passend. Tucker bezit hier overigens meer glans dan 13 jaren later voor de RCA-opname in Rome met een meeslepende Leontyne Price in de titelrol en de enigszins rechttoe rechtaan directie van Erich Leinsdorf. Giuseppe Valdengo maakte als Sharpless in 1946 zijn debuut bij de New York City Opera en geeft een goede karakterstudie van de consul. Jean Madeira legt in de derde akte grootse dramatiek in de partij van Suzuki. De dirigent Max Rudolf vluchtte voor de Nazi’s naar de Verenigde Staten en was van 1945 tot 1958 tweede dirigent van de Met. Hij leidt solisten, koor en orkest van de Met met “Weltschmeltz”, vuur en hartstocht. Een stijlvolle en spannende uitvoering!
Sony Masterworks Heritage MH2K 62765 (2CDs)

3.
CD_Butterflly_Warner
Maria Callas zong de titelrol van ‘Madama Butterfly’ slechts drie maal op het toneel, in voorstellingen in Chicago in november 1955. Drie maanden eerder nam zij de rol tussen 1 en 6 augustus 1955 op voor het label Columbia in het Teatro alla Scala van Milaan, waar ook de première van ‘Madama Butterfly’ op 17 februari 1904 had plaatsgevonden. Het getuigt van de grootsheid van Maria Callas hoe zij voor deze eerste vertolking van de partij ten tijde van de studio-opname zo in de huid kroop van Cio-Cio-San. Callas portretteert Madama Butterfly niet, zij ís haar. De fijngevoeligheid en verlegenheid in de eerste akte, de vermoeide en onzekere toon in de tweede akte en de waardigheid in de laatste akte zijn niet gespeeld, maar natuurlijk. Nicolai Gedda is een weke en zorgeloze Pinkerton en Mario Borriello een onopvallende Sharpless. Dirigent Herbert von Karajan is hier nog relatief bescheiden, heeft vlottere tempi dan in zijn studio-opname van twintig jaren later en voert het koor en orkest van het Teatro alla Scala door een delicate en symfonische lezing van de partituur. Vooral dankzij Maria Callas een absolute must voor elke operacollectie!
Warner Classics 2564634099 (2CDs)

4.
CD_Butterflly_EMI_2
His Master’s Voice (HMV) was tussen 16 en 27 augustus 1966 terug in het Teatro dell’Opera van Rome voor hun zevende (!) opname van een complete ‘Madama Butterfly’. Cio-Cio-San was nu Renata Scotto in één van haar glansrollen. Haar laatste optreden in de Metropolitan Opera van New York was ook als Madama Butterfly in 1987 en zij zou de partij in 1978 ook nog voor CBS opnemen, maar was toen al minder goed bij stem. Scotto suggereert in de studio-opname van 1966 de tiener intelligent met lichtheid en ontspannen in de intieme momenten. Er zijn mooie Callas-achtige tonen in het middenregister, maar de scherpte in het forte en de hoogte – het kopregister staat vaak resonansloos los van de laagte – zal niet iedereen aanspreken. Maar haar vertolking van Cio-Cio-San is absoluut aangrijpend! Carlo Bergonzi als Pinkerton en Rolando Panerai als Sharpless zingen in belcantostijl en ook dat kan de opera goed hebben. Dirigent John Barbirolli leidt het orkest van het Teatro dell’Opera van Rome met plompe tempi en mist de levendigheid en vanzelfsprekendheid van Rudolf, Santini en Gavazzeni. HMV plakt af en toe de onderdelen lelijk aan elkaar, zoals in Scotto’s “Son l’anime degli avi” in de eerste akte. Een opname die herinnert aan Scotto als één van de meest interessante Butterfly’s van de twintigste eeuw!
EMI Classics for Pleasure 3.67720-2 (2CDs)

5.
CD_Butterflly_Decca
Herbert von Karajan was tussen 28 en 31 januari 1974 in de Sofiensaal van Wenen voor zijn tweede opname van ‘Madama Buttefly’, nu in stereo voor Decca. Hij biedt met de Wiener Philharmoniker een verzadigde klank en brede dynamiek, maar net als bij Barbirolli trekken de slepende tempi in de tweede en derde akte de spanning uit de uitvoering. Von Karajan bracht een homogene bezetting bijeen. Mirella Freni overtuigt als een prachtig lyrische en tere Cio-Cio-San. Dit is één van de twee studio-opnamen van Freni als Butterfly – de andere volgde tien jaren later – en ook in 1974 nam Von Karajan een filmversie van ‘Madama Butterfly’ met Freni op. Daartegenover Luciano Pavarotti als de meest wulpse Pinkerton op CD, Robert Kerns als een onopvallende Sharpless, Christa Ludwig een zoete Suzuki en Michel Sénéchal een luxueuze Goro. Live-opnamen van Freni als Butterfly bestaan er zover bekend niet en daarom is deze studio-opname een aanrader!
Decca 417 577-2 (3CDs)

BONUS:

1.
CD_Butterflly_Nimbus
De eerste uitvoering van ‘Madama Butterfly’ in de Metropolitan Opera van New York was op 11 februari 1907 met Geraldine Farrar als Cio-Cio-San, Enrico Caruso als Pinkerton en Antonio Scotti als Sharpless. Puccini regisseerde zelf de productie en was bij de repetities en première aanwezig. Farrar had al in 1906 wekenlang dagelijks met de Japanse actrice Fu-ji-Ko aan de rol gewerkt. Na de première schreef Puccini in zijn brieven dat hij Farrar niet bevredigend vond, ook al vertelde hij de New York Times diplomatiek “she is delightful… She puts something of herself into each role. I gave her very few ideas for her Butterfly, the art came from her own mind”. Hoe het ook zij, de namen Geraldine Farrar en Madama Butterfly waren tot haar afscheid bij de Met in 1922 onlosmakelijk met elkaar verbonden. En op 2 oktober 1909 stond zij in de studio in Camden, New Jersey, om zes fragmenten uit ‘Madama Butterfly’ voor de grammofoonplaat op te nemen. Het is fantastisch om te kunnen horen hoe men ruim honderd jaar geleden ‘Madama Butterfly’ interpreteerde. Geraldine Farrar was een hartstochtelijke Cio-Cio-San en je begrijpt waarom een uitvoering van ‘Madama Butterfly’ in de Met garant stond voor een uitverkocht operahuis. Nimbus heeft de CD aangevuld met duet-opnamen van Caruso en Scotti uit de eerste en derde akte van 14 maart 1910, van Farrar en Caruso uit de eerste akte van 10 maart 1908 en van Farrar en Scotti het duet uit de tweede akte van 6 oktober 1909. Caruso is een robuuste en afstandelijke Pinkerton en Scotti een scherpzinnige Sharpless. Een uitgave met hoogtepunten uit ‘Madama Butterfly’, zoals Puccini de opera zelf moet hebben gehoord.
Nimbus NI 7857 (1CD)

2.
CD_Butterflly_Naxos
Van de drie 78-toeren opnamen van de integrale ‘Madama Butterfly’ in Italiaans is de registratie van His Master’s Voice in het Teatro dell’Opera van Rome uit augustus 1939 de meest interessante. Het is vooral vanwege haar unieke vertolking van de titelrol van Cio-Cio-San dat de coloratuuursopraan Toti Dal Monte tegenwoordig herinnerd wordt. Zij stelt de 15-jarige Cio-Cio San volkomen en hartverscheurend voor met haar hoge, meisjesachtige timbre en zette daarmee maatstaven voor hele generaties Butterfly’s na haar. De relatie van Beniamino Gigli en His Master’s Voice duurde van 1918 tot en met 1955 en de Italiaanse tenor nam voor het label ruim 400 platen en acht complete opera’s op. Zijn lyrische tenor is misschien zelfs te honingzoet voor de onsympathieke Pinkerton, maar prachtig in het liefdesduet van de eerste akte. De Italiaanse bariton Mario Basiola als Sharpless is geen krachtige stem of karakter, maar heeft een mooi timbre, fraai legato en heldere dictie. Volgens Lauri-Volpi leerde Basiola zijn partijen noot voor noot, adem voor adem en woord voor woord van zijn leraar, waardoor de rollen geen grote portrettering kregen. Dirigent Oliviero De Fabritiis was – vóór Gabriele Santini – artistiek leider van het Teatro dell’Opera van Roma van 1932 tot 1943, speelt doorschijnend en geeft alle ruimte aan de solisten. Een onmisbare opname!
Naxos Historical 8.110183-84 (2CDs)