RECENSIE: Herrmann – Wuthering Heights

© Volker Beinhorn
Braunschweig, 15 mei 2015

Europese première scenische ‘Wuthering Heights’ geen hoogtepunt

Het is verwonderlijk dat pas in 1951 een opera verscheen, die gebaseerd was op het boek ‘Wuthering Heights’ van Emily Brontë uit 1847. Het verhaal over de onmogelijke liefde tussen Catherine Earnshaw en Heathcliff op het landhuis Wuthering Heights waar iedereen onaardig is tegen iedereen leent zich namelijk uitstekend voor opera.

Bernard Herrmann (1911-1975) werd als zoon van Joods-Russische immigranten in New York geboren. Geen componist droeg meer bij aan films dan Herrmann, die meer dan 50 films voorzag van muziek. Zo werkte hij met regisseurs als Orson Welles, Alfred Hitchcock, François Truffaut en Martin Scorsese aan films als ‘Citizen Kane’ (1941), ‘Vertigo’ (1958), ‘North by Northwest’ (1959), ‘Psycho’ (1960) en ‘Taxi-Driver (1976). Herrmann voltooide in 1951 zijn opera ‘Wuthering Heights’, waarvoor de librettiste Lucille Fletcher – Herrmanns eerste echtgenote – zich nauwkeurig hield aan de tekst van Emily Brontë. Maar het werk werd tijdens het leven van Herrmann nooit scenisch opgevoerd. Een productie voor de New York City Opera kwam niet tot stand, aangezien dirigent Julius Rudel aandrong op coupures en een ander einde, dat Herrmann weigerde. Zelf legde Herrmann in 1966 ‘Wuthering Heights’ integraal in de studio vast voor de grammofoonplaat. De officiële scenische wereldpremière was pas in 1982 in Portland, maar voor die productie werden 45 minuten van Herrmanns muziek gecoupeerd en een ander einde bij de opera verzonnen.

En pas nu vindt de Europese première van de scenische opvoering van ‘Wuthering Heights’ plaats. Helaas heeft het Staatstheater van Braunschweig zich de kans ontnomen om recht te doen aan ‘Wuthering Heights’ door de opera muzikaal en scenisch te bewerken. Regisseur Philipp Kochheim (Hamburg, 1970) verandert de Woeste Hoogten in een penthouse met plasmascherm, een ligbad, iPhones, laptops en inhalers. De onrustige Cathy wordt voorgesteld als een manipulatieve borderline, die al in de eerste scène vrijt met de playboy Heathcliff. Ook dringt zij zich op aan Joseph, die hier geen ongure zwetser is, maar een druilerig sulletje. Haar broer Hindley is geen slechterik, maar een saaie salonheld. Kochheim stelt de personages te eendimensionaal voor en daardoor wordt het oninteressant.

Kochheim brengt zijn eigen verhaal verder goed over en er zijn aardige momenten, zoals wanneer Nelly – en niet Heathcliff – Hindley ontwapent, Cathy tijdens haar aria in de tweede akte zelfmoordpogingen doet, Isabel in de vierde akte per email een bericht stuurt aan Nelly en Cathy overlijdt aan het infuus. Fraai ook het dubbelbeeld van zowel Wuthering Heights als Thrushcross Grange in de finale van de derde akte tijdens de waanzinsaria van Cathy. Maar uiteindelijk zijn deze momenten niet genoeg om te boeien.

En de enscenering past dramaturgisch absoluut niet bij de directe en fantastische muziek van Herrmann, die zo volkomen de personages, het landschap, de omgeving, de sfeer, de kleur van het moment en het weer treft. Iedere akte is een klankgedicht, maar dat komt in de enscenering niet tot uiting. En van de muziek heeft het productieteam van Braunschweig 25% geschrapt! Zo is de proloog eruit geknipt – behalve de introductie en Heathcliffs slot – en daarmee de rol van Lockwood weggelaten, waardoor de spannende terugblik ongedaan wordt gemaakt. Ook de epiloog is weggelaten en mislukt de muzikale cirkel, die de proloog met de epiloog zou moeten verbinden.

De Nederlandse dirigent Enrico Delamboye had natuurlijk nooit akkoord mogen gaan met zoveel coupures, maar verklinkt met het Staatsorchester Braunschweig de neoromantische muziek zo mooi dat het hem is vergeven. De houtblazers spelen fraai zuchtende frasen en de lage strijkers toonzetten zwoel het landgoed. En Delamboye laat zo nu en dan schitterende geluidsexplosies uit de partituur ontstaan!

En het Staatstheater Braunschweig heeft een fantastisch ensemble ingezet. De Turkse lyrische bariton Orhan Yildiz zingt al vele jaren in Braunschweig en is vocaal een viriele Heathcliff. De Franse sopraan Solen Mainguené als Cathy opent in de hoogte nauwelijks haar mond en heeft daardoor een opgesloten geluid en matige dictie. De Litouwse mezzosopraan Milda Tubelytė zingt nu drie seizoenen in Braunschweig en laat als Isabel horen dat zij meer in haar mars heeft dan de Knappen, Pages, Damen en Blumenmädchen die zij in Braunschweig zingt. Een nieuwe Susan Graham biedt zich aan! Ook de Oekraïense heldenbariton Oleksandr Pushniak is ensemblelid in Braunschweig en zingt breed en zuiver een valse Hindley. De sympathieke Edgar is de mooi lyrische, Zwitserse tenor Matthias Stier.

Volgend seizoen krijgt het Staatstheater Braunschweig de mogelijkheid tot eerherstel met ‘Mansfield Park’ van Jonathan Dove en ‘The Crucible’ van Robert Ward.

Buitenlandse Recensies, Nieuwe Recensie