RECENSIE: Wagner – Parsifal

© Barbara Aumüller
Frankfurt, 3 april 2015

Frank van Aken weergaloos in ‘Parsifal’ op Goede Vrijdag

Gezegend zijn zij die wat betreft opera niet slechts afhankelijk zijn van wat er in Nederland wordt gepresenteerd. En een operareis naar het buitenland wordt helemaal de moeite waard als men de Nederlandse heldentenor Frank van Aken in zijn glansrol van Parsifal op Goede Vrijdag kan horen.

Het uitvoeren van de opera ‘Parsifal’ (1882) van Richard Wagner (1813-1883) op Goede Vrijdag is in Duitsland inmiddels traditie geworden. Aanleiding hiertoe is Parsifals terugkeer in de derde akte op Goede Vrijdag na zijn omzwervingen in zijn zoektocht naar de graalburcht. Dit jaar wordt ‘Parsifal’ op Goede Vrijdag uitgevoerd in onder andere Chemnitz, de Berlijnse Staatsoper, Karlsruhe, Leipzig, Mannheim en Frankfurt.

De Oper Frankfurt herneemt de productie van ‘Parsifal’ uit 2006 en net als in de eerdere herneming in 2010 wordt de titelrol gezongen door de Nederlandse heldentenor Frank van Aken. Er zijn van die avonden waarop Frank van Aken zó goed bij stem is, dat geen andere tenor ter wereld hem kan evenaren. Zo’n avond was ook de Goede Vrijdag 2015 in Frankfurt. Zijn vertolking van Parsifal is in elk opzicht spectaculair te noemen. Zeldzaam doorvoeld overtuigt zijn portrettering van de jonge en argeloze “reine Tor”. Zo zingt hij het “Amfortas! Die Wunde!” in de tweede akte uitzonderlijk hartstochtelijk en is zijn “Nur eine Waffe taugt” in de derde akte intens met een voorbeeldige dictie. De Nationale Opera zou zich diep moeten schamen dat zij Van Aken nog nooit hebben geëngageerd voor een grote rol.

Ook de overige rollen zijn uitstekend bezet. De Duitse Claudia Mahnke is uitgegroeid tot één van grote Kundry’s van onze tijd. Vocaal zoekt zij de grenzen van haar mezzosopraan indrukwekkend op en geeft zij daarmee expressie aan Kundry’s begeerte, bekoring, nederigheid en vertwijfeling. De Duitse bas Franz-Josef Selig is één van de belangrijkste bassen van nu en zijn Gurnemanz heeft statuur. Zijn klank is ruig, robuust, open, maar ook warm. Selig is expressief en een goed verteller met een fantastische dictie en hij maakt van zijn grote epische scènes in de eerste en derde akte schitterende, verhalende mini-drama’s. Soms wenst men ook in de hoogte meer van zijn sonore geluid te horen.

De Amerikaanse bariton Brian Mulligan valt in als Amfortas en heeft een goed heldengeluid, ook al valt op dat hij achter elke slotmedeklinker een “e” zingt. Ook een treffend breed en open heldengeluid heeft de Engelse bas-bariton Simon Bailey als Klingsor. De IJslandse bas Magnus Baldvinsson zingt al vele jaren bij de Oper Frankfurt en is een gevestigde Titurel.

De Duitse regisseur Christof Nel (1944) geeft de zangers een goed podium. Nel is een surrealist en zijn voorliefde gaat uit naar bouwconstructies op een draaiend toneel (vergelijk zijn ‘Der Rosenkavalier’ in Hannover 2009). Deze ‘Parsifal’ speelt zich af rond hoge planken, die een schutting of woud pretenderen. De enscenering is natuurlijk, donker, gedetailleerd en geconcentreerd en sluit aan bij de vredigheid van ‘Parsifal’.

De Franse dirigent Bertrand de Billy maakt dit Wagnerfeest helaas niet compleet. Hij mist de subtiliteit voor ‘Parsifal’ en het Frankfurter Opern- und Museumsorchester speelt onder zijn leiding slordig en meer dan eens ongelijk met de zangers.

Kijk op YouTube

Buitenlandse Recensies, Nieuwe Recensie