RECENSIE: Mozart – Die Entführung aus dem Serail

© Agathe Poupeney
Parijs, 8 november 2014

Philippe Jordan steelt de show in Parijse ‘Entführung’

Terwijl aan de oostkant van Parijs in L’Opéra Bastille de productie van ‘Tosca’ door Pierre Audi door recensenten beoordeeld wordt met “que dire enfin de la direction d’acteurs qui semble inexistante”, is in het centrum van de lichtstad een nieuwe productie van de opera ‘Die Entführung aus dem Serail’ te bewonderen in Palais Garnier.

Wolfgang Amadeus Mozart (1756-1791) was een aantal keren in Parijs. Vier keer was hij er als kind en het vijfde en laatste bezoek aan Parijs maakte hij opnieuw met zijn ouders in 1778. De 22-jarige Mozart kwam op 23 maart 1778 aan in Parijs en hoopte er een aanstelling te krijgen. Hij werd overal uitgenodigd om te spelen, maar verdiende er nauwelijks geld. In deze periode componeerde hij ook zijn bekende ‘Parijse Symfonie’ die haar triomfantelijke première beleefde op 18 juni 1778. Tijdens het verblijf van de familie Mozart in Parijs overleed na een wekenlang ziekbed zijn moeder op 3 juli 1778. Uiteindelijk keerde Mozart na een verblijf van in totaal zes maanden op 26 september 1778 naar München terug.

Vier jaar later ging op 16 juli 1782 in Wenen Mozarts eerste belangrijke operasucces ‘Die Entführung aus dem Serail’ in première. Deze opera bereikte Parijs op 16 november 1801 voor een uitvoering in het Théâtre de la Gaîté en werd in een Franse vertaling van Pierre-Louis Moline opgevoerd als ‘L’Enlèvement au Sérail’. Dit seizoen 2014/2015 speelt de L’Opéra de Paris ‘Die Entführung aus dem Serail’ in Palais Garnier. Het extravagante, neobarokke operahuis werd in opdracht van Napoleon III gebouwd door Charles Garnier en geopend op 5 januari 1875 met een Frans programma. Voor Duits repertoire was door de Frans-Pruisische Oorlog toen nog geen plaats.

De Parijse actrice en theaterregisseuse Zabou Breitman (1959) maakt met haar enscenering van ‘Die Entführung aus dem Serail’ in Palais Garnier haar operadebuut. ‘Die Entführung aus dem Serail’ is geen makkelijk werk om te ensceneren vanwege het ontbreken van een grote eenheid en van spanningen en verwarringen zoals in zijn latere opera’s. Denk ook aan de mislukte regie van Johan Simons voor DNO in 2008. Maar Breitman geeft een uitstekend visitekaartje af. Zij plaatst de opera aan het begin van de 20e eeuw, waarin Konstanze en haar tableau de la troupe als ontdekkingsreizigers richting het oosten trekken. Dit verhaal wordt tijdens de ouverture verhelderend ingeleid met een “stomme film”. De enscenering zit vervolgens vol clichés, zoals negers als slaven, buikdanseressen en waterpijpen, maar dat mag de pret niet drukken. Blondchen en Pedrillo persifleren in de finale II de boegscène uit de film ‘Titanic’ en maken een selfie. Ook de dirigent wordt bij de enscenering betrokken en een deel van het orkest speelt af en toe op het toneel. Als de orkestleden op het toneel even niet spelen, geven zij de waterpijp aan elkaar door. Breitman voert een uitstekende personenregie waardoor er genoeg gebeurt.

De bezetting is een jonge, talentvolle zangers, die allen rollendekkend zijn. De Amerikaanse sopraan Erin Morley geeft nog haar eigen waarde en dynamiek aan de noten van Mozart en zingt weinig lijnen, waardoor “Traurichkeit ward mir zum Lose” als een nachtkaars uitgaat. Zij geeft daarentegen goede uitdrukkingskracht aan wat zij zingt. De lange noten en toonladders in “Martern aller Arten” – in overigens de moeilijke versie – werden verstoord door onnodige ademteugen. De Nederlandse sopraan Lenneke Ruiten volbracht in Nederland in 2011 de taak als Konstanze beter. De sopraan Anna Prohaska speelt een stoere Blondchen en zingt een stralende hoge E (in flageolet?) in “Durch Zärtlichkeit und Schmeicheln”. De tenor Bernard Richter als Belmonte heeft een mooie stem als hij uitzingt en worstelt af en toe nog wat met de “i”. Osmin is de sonore bas Lars Woldt en Pedrillo is een geschikte comprimario Paul Schweinester. De Oostenrijkse acteur Jürgen Maurer speelt Selim.

De ster van de avond is evenwel dirigent Philippe Jordan. Hij weet waar de opera over gaat en brengt coherentie aan in de vier duetten, drie ensembles en maar liefst 13 aria’s. Zijn timing is voortreffelijk en ontspannen en hij is gericht op de zangers en zingt voortdurend mee. Jordan beleeft plezier aan de opera en maakt de toehoorder deelgenoot te maken van dat genot.

Deze uitvoering van de L’Opéra de Paris volgt de Weense versie en plaatst de aria van Belmonte “Wenn der Freude Tränen fließen” voor het finale kwartet van de tweede akte. En de pauze is in het midden van de tweede akte na “Martern aller Arten”. In januari en februari 2015 komt de productie terug in Palais Garnier met een andere bezetting. Konstanze zal dan worden gezongen door de Russische sopraan Albina Shagimuratova, die in Nederland te horen was als een fantastische Lucia di Lammermoor bij de Staatsopera van Tatarstan in 2010.

Buitenlandse Recensies