RECENSIE: Chabrier – L’Étoile

© DNO
Amsterdam, 4 oktober 2014

DNO ‘L’Étoile’: Vijf sterren!

MUZIKAAL

1. Is men trouw aan de muziek of zijn er veranderingen?
– De Nationale Opera (DNO) speelt zeven voorstellingen van een nieuwe productie van de opéra bouffe ‘L’Étoile’ (1877) van Emmanuel Chabrier (1841-1894). In het libretto van Eugène Leterrier en Albert Vanloo zijn nieuwe – soms moderniserende – spreekteksten van dramaturge Agathe Mélinand ingevoegd. ****

2. Zijn de zangers rollendekkend?
– Voor ‘L’Étoile’ hoef je niet de grootste zangers ter wereld te hebben. De bezetting van DNO is deels een copy/paste van oudere producties van ‘L’Étoile’ elders. De mezzosopraan Stéphanie d’Oustrac zong de rol van Lazuli in 2007 en 2008 in de Opéra-Comique van Parijs en de tenor Christophe Mortagne was als Ouf I in 2011, 2012 en 2013 te horen in de Oper Frankfurt. De tenor François Piolino zong Tapioca reeds naast D’Oustrac in Parijs. Allen vertolken hun rol voortreffelijk. Ook de sopraan Hélène Guilmette als Laoula en de bas Jérôme Varnier als Siroco zingen hun rollen uitstekend. Het valt op dat voor de hoofdrollen Frans(talig)en zijn geëngageerd. *****

3. Is de dirigent betrokken bij het podium?
– Dirigent Patrick Fournillier is optimaal thuis in het genre van de opéra-comique. Een betere muzikale leider voor deze opéra bouffe lijkt bijna niet denkbaar. Fournillier is attent, continu toegewijd aan de zangers en houdt waar nodig het deksel op het orkest. Zijn timing en balans tussen licht en donker zijn uitmuntend. *****

4. Vormen de (koor- en) orkestleden onderling en samen een eenheid?
– Het Residentie Orkest speelt eersteklas onder de bezielende leiding van Fournillier. En het Koor van DNO mag zich eindelijk eens helemaal uitleven en beleeft zicht- en hoorbaar plezier in zijn rol van commentator. *****

DRAMATURGISCH

5. Komt de enscenering overeen met het libretto?
– Regisseur Laurent Pelly (1962, Frankrijk) behoort met Pier Luigi Pizzi en Olivier Py tot de versierders in de operawereld. Pelly is veelgevraagd in het komische repertoire en zijn naam staat garant voor een geslaagde opéra bouffe. Hij blijft bij het libretto van ‘L’Étoile’, maar stoft het af met theatrale middelen. Door deze verjonging oogt zijn enscenering fris. *****

6. Wordt er een verhaal verteld?
– Pelly vertelt het verhaal van ‘L’Étoile’ helder, vermakelijk, kleurrijk, maar ook gebalanceerd, modern en serieus. Hij is een komisch talent en een vindingrijk fenomeen. *****

7. Hoe is de integratie regie – muziek?
– Pelly heeft een goed oor voor de partituur. Hij onderscheidt de geanimeerde en intieme momenten in de muziek goed, zoals wanneer hij de innige reflectie van Lazuli apart plaatst na de geestige astrologie scène met Siroco. Indrukwekkend hoe Pelly geraffineerd de scènes naadloos in elkaar laat overlopen. En eindelijk krijgt men weer eens de kans met gesloten doek tijdens de ouverture en entr’acte naar de anticiperende muziek te luisteren! *****

8. Hoe is de esthetiek en functionaliteit van de vormgeving?
– Het decor van Chantal Thomas met inventieve trappen, deuren, (tand)wielen, rijdende wagens en andere geestige vondsten en ook de schitterende kostuums van Laurent Pelly zelf (in samenwerking met Jean-Jacques Delmotte) zijn een lust voor het oog. *****

ALGEMEEN

9. Is de productie onderscheidend of spraakmakend?
– De productie is een vreemde, maar welkome eend in de DNO-bijt. Opéra-comique is al 25 jaar een onderdrukt genre gedurende het Pierre-Audi-regiem en wellicht is de enthousiaste bijval van het publiek voor deze productie sterk genoeg om een revolutie te ontketenen… *****

10. Is de productie artistiek innovatief?
– De enscenering is niet quasi intellectueel vernieuwend, maar wel verfrissend en zeker ook bespiegelend doordat Pelly koning Ouf I als onderdrukker voorstelt. ****

11. Is er Nederlandse betrokkenheid bij de productie (zangers, regisseur, ontwerpers, dirigent)?
– Vier zangers uit het Koor van DNO zingen in bijrollen. Daarnaast zingen vier talentvolle, Nederlandse zangeressen de Demoiselles d’Honneur in het kader van “Talentontwikkeling”. Door hun nauwelijks twee minuten – d.i. 40 maten – te laten horen, verdoet DNO aan de verplichting tot “Talentontwikkeling” om in aanmerking te komen voor het ministeriële subsidiegeld. Bravo! ***

12. Hoe is het bezoekersaantal in verhouding tot de zaalcapaciteit?
– De première van ‘L’Étoile’ was uitverkocht. Voor de overige zes voorstellingen zijn nog volop kaarten beschikbaar, dus ga dat zien! *****

De Nationale Opera, Nieuwe Recensie