HELDEN EN HELDINNEN VAN OPERA NEDERLAND TOT 1939

Michel Gobets, tenor (1905 – 1945) deel 2

1934
Michel Gobets had midden jaren dertig een volle agenda. Hij werkte in 1934 met alle belangrijke musici van Nederland en zijn activiteiten lezen als een wie-is-wie in de Nederlandse muziekwereld.

Hij zong op 8 januari 1934 de tenorpartij in het oratorium ‘Die Jahreszeiten’ van Haydn bij De Stem des Volks te Utrecht. De overige solisten waren Loes Flipse en Johan Lammen en het geheel stond onder muzikale leiding van Hendrik Altink. De uitvoering werd door de VARA-radio uitgezonden (Het Volk 8-1-1934).

Bij de huldiging van Sam Englander in de Grote Zaal van het Concertgebouw te Amsterdam vanwege diens 20-jarig jubileum zong Gobets een aantal Joodse volksliederen met het Amsterdamsche Joodsche koor:

Het „Wos wet sein as Moshiach wet kummen” (wat zal er gebeuren als de Verlosser zal komen?), waarin M. Gobets met fraaie stem de solo zong, moest gebisseerd worden (Het Volk 15-1-1934)

Op 3 februari was Gobets voor de VARA-radio te horen in een Bonte avond met de sopraan Marie Vos en het VARA-orkest onder leiding van Hugo de Groot. Gobets zong de aria van Belmonte uit de opera ‘Die Entführung aus dem Serail’ van Mozart, het duet van Ernesto en Norina uit ‘Don Pasquale’ van Donizetti en het duet van de hertog en Gilda uit ‘Rigoletto’ van Verdi (Het Volk 3-2-1934).

Gobets was op 4 februari opnieuw in ‘Die Jahreszeiten’ van Haydn te horen ter gelegenheid van het 30-jarig bestaan van de Amsterdamse gemengde zangvereniging ‘Zang en Vriendschap’ in het Concertgebouw van Amsterdam. Naast Michel Gobets waren de solisten de sopraan Di Moorlag en de bas Albert Funke Küpper en De Nieuwe Amsterdamsche Orkest Vereeniging stond onder muzikale leiding van dirigent Nico van der Linden:

Jammer dat de heer Michel Gobets niet op gelijke hoogte van zijn partners stond. Hij heeft een prettig, aangenaam aandoend tenorgeluid, maar mist absoluut het noodige stijlbegrip voor dit werk. Het was te lyrisch-zoet, te weinig mannelijk. Het was alles te slap. Het deed mij genoegen dat ook hij succes had maar ik raad hem aan het stijlbegrip van oratoria eigen te maken. Laat hij deze rol eens van Louis van Tulden gaan horen. J.H. Jr. (De Telegraaf 5-2-1934)

De tenor Michel Gobets zong zijn partij met groote gemakkelijkheid, waarbij hij den stijl der recitatieven wel eens miskende. Het werden meer gemoedelijke liedjes dan beknopte verhalen (Het Volk 5-4-1934)

Michel Gobets, wiens stem zich uitstekend voor Haydn’s lyriek leent, maakte zijn recitatief bijna in liedvorm (De Tijd 6-2-1934)

Met het Arbeiders Zangkoor ‘De Stem des Volks’ afdeling Rotterdam gaf Gobets op maandag 19 februari in Rotterdam een concert met medewerking van het Rotterdamsch Philharmonisch Orkest onder leiding van Piet ’t Hart. Andere zangers waren de sopraan Rosine van Veen van Vriesland, de alt Lena de Jong en de tenor Coen Muller en als bas zou Eduard Flipse hebben gezongen. Het concert werd op de radio uitgezonden (Algemeen Handelsblad 19-2-1934).

Op woensdag 7 maart zong Gobets in de Gemeentelijk Gehoorzaal van Haarlem bij het zangkoor ‘De Stem des Volks’ en de Haarlemsche Orkestvereeniging onder leiding van Antoon Krelage. Naast Gobets waren de sopraan Eline Hemrica, de alt Agathe Rengers en de bariton Otto Couperus te horen. Het concert werd op de radio uitgezonden (Nieuwe Tilburgsche Courant 6-3-1934).

Gobets zong op 16 maart de tenorpartij in de ‘Matthäus-Passion’ van Bach bij de afdeling Rotterdam van Toonkunst en het Nederlandsch Kamerorkest onder leiding van dirigent Otto Glastra van Loon. De sopraan Nanda Gerretsen, de alt Annie Woud en de baritons Max Kloos en Willem Ravelli waren zijn collega’s (Het Vaderland 7-3-1934).

Op zondagochtend 25 maart zong hij in het Asta-theater in Den Haag of Amsterdam bij het Instituut voor Arbeidersontwikkeling een opera-programma met de coloratuursopraan Marie Vos, sopraan Hans Weisz (!), de alt Ger Venenbos en de bas Johan Lammen. Het geheel stond onder leiding van Bruno Oppen (Het Vaderland 24-3-1934).

Gobets was op woensdag 9 mei te horen tijdens een concert in de Doelezaal van Den Haag met ‘De Stem des Volks’ en het Residentie-orkest. Naast Gobets zongen de sopraan Sophie Both-Haas en de alt Jeanne van de Rosière-Van Emmerick. Het concert werd op de radio uitgezonden (Nieuwe Tilburgsche Courant 8-5-1934).

Gobets zong in fragmenten uit de opera ‘Carmen’ van Bizet op woensdag 30 mei voor de VARA-radio. Maartje Offers zong Carmen, Marie Vos was Micaëla en Johan Lammen zong Escamillo. Het programma duurde veertig minuten en het Utrechtsch Stedelijk Orkest stond onder leiding van Ernst Ewald Gebert (Nieuwe Tilburgsche Courant 30-5-1934).

Op zaterdag 23 juni was Gobets op de VARA-radio te horen met een concert van een half uur begeleid door het VARA-orkest onder leiding van Hugo de Groot (Nieuwsblad van Friesland 20-6-1934).

Gobets zong op woensdag 27 juni de rol van Jaquino in de opera ‘Fidelio’ van Beethoven in Tivoli te Utrecht. Verder zongen de sopranen Ellen Schwarz en Jo Vincent, de tenor Louis van Tulder, de bariton Willem Ravelli en de bassen Johan Lammen en L. Weth. Het Utrechtsch Stedelijk Orkest en het koor afdeling Utrecht van Toonkunst stonden onder leiding van Henri van Goudoever. De uitvoering was op de VARA-radio te horen (De Tijd 28-6-1934).

Op zondag 7 oktober en op vrijdag 19 oktober werkte Gobets mee aan concerten voor de VARA-radio met het VARA-orkest onder leiding van Hugo de Groot (Nieuwsblad van het Noorden 5-10-1934 / Nieuwsblad van Friesland 17-10-1934)

Eind oktober 1934 wordt melding gemaakt van een nieuw opgericht vocalistenkwartet, bestaande uit Michel Gobets, de sopraan Sophie Both-Haas, de alt Maartje Offers en de bariton Otto Couperus (De Gooi- en Eemlander 30-10-1934).

Op zaterdag 3 november is Gobets opnieuw te horen in een concert voor de VARA-radio met het VARA-orkest onder leiding van Hugo de Groot (Nieuwsblad van Friesland 31-10-1934).

Gobets is op zondagmiddag 11 november te horen in het tweede Kras-concert. Solisten zijn verder de sopranen Elize de Haas, Sophie Both-Haas en Annie Schoen, de alt Maartje Offers, de tenor Lex Karsemeyer, bas-bariton Jaap Stroomenbergh en bariton Otto Couperus. De Nieuwe Amsterdamsche Orkestvereniging stond onder leiding van dirigent Nico van der Linden (De Gooi- en Eemlander 9-11-1934).

Op 13 november werd uit de relatie van Michel Gobets met Hendrika Weisz hun zoon Eduard geboren.

Zondagmiddag 18 november herhaling van het Kras-concert in Krasnapolsky te Amsterdam:

De rei der vocalisten werd geopend door den tenor Michel Gobets “Durch die Wälder” Weber. Uitnemende prestatie. Na de pauze vervolgde hij met twee aria’s uit ‘Tosca’, Puccini. Met glanzend en stralend geluid veroverde de zanger een applaus, eindigend na een al even schoon gezongen bisnummer (De Tijd 20-11-1934)

Gobets was op 26 december opnieuw met De Nieuwe Amsterdamsche Orkest Vereeniging in Krasnapolsky te horen in een opera-concert met de solisten Elize de Haas, sopraan Corrie Pesaro-Tieleman, Maartje Offers en Otto Couperus. Het geheel staat opnieuw onder leiding van Nico van der Linden. Het programma bevatte werken van Rossini, Verdi en Tchaikovsky en werd door de VARA-radio uitgezonden. Voor de pauze werden fragmenten uit ‘Carmen’ uitgevoerd:

Maar een uitzondering mag gelden voor Michel Gobets, wiens egaal gevormde tenorstem zoowel in prachtig getemperd mezza-voce als in glanzend forto uitblonk (De Tijd 28-12-1934)

In 1934 bij het 50-jarig bestaan van het conservatorium besloot de Wagnervereeniging in Amsterdam een Operaklas op te richten, die de opleiding van Nederlandse vocalisten systematisch ter hand moest nemen. De leiding van de Operaklas werd in handen gelegd van de dirigent Johannes den Hertog. Sommige bronnen vermelden dat Michel Gobets in de jaren dertig toegetreden zijn tot deze Operaklas, maar het is onduidelijk wanneer dat precies moet zijn geweest en in de Nederlandse pers wordt hier geen melding van gemaakt. De Operaklas presenteerde zich in 1937 pas voor het eerst in het openbaar met een uitvoering van ‘Pelléas et Mélisande’ van Debussy. Hieraan werkte Gobets niet mee.

1935
Ook 1935 was een druk jaar voor Michel Gobets en had hij over aanbiedingen niet te klagen.

Bij de zangvereniging ‘Mijn Laura’ gaf hij op zondag 13 januari in de Bresser-zaal te Eijgelshoven een concert met werken van Verdi, Weber en Schubert. Hij werd aan de vleugel begeleid door Tiny Kayser (Limburgsch Dagblad 10-1-1935).

Hij was te horen in het oratorium ‘Saul’ van Händel op donderdag 17 januari 1935 in de Stadsgehoorzaal te Leiden te gast bij de Christelijke Oratorium Vereeniging ‘Con Amore’. Sopraan was Nanda Gerretsen, alt was Annie Woud en de bassen N. Huisman en J. Loory. De begeleiding was in handen van het Nederlands Kamerorkest. Het concert werd op de radio uitgezonden (Nieuwe Tilburgsche Courant 16-1-1935).

Gobets zong op maandag 21 januari de rollen van Schujsky, Dimitry en de Blödsinniger in ‘Boris Godoenov’ van Moessorgsky in het NV Huis te Utrecht bij de Stem des Volks. De overige rollen werden vertolkt door Otto Couperus, To van der Sluys, Jeanne van de Rosière-Van Emmerick, Johan Lammen, Frans Vroons, J Meyer en J Jonker. Het Utrechtsch Stedelijk Orkest stond onder leiding van Hendrik Altink:

Ook Michel Gobets (tenor) kweet zich uitstekend van zijn taak. Wat hij ons liet hooren in zijn partij van vorst Schujsky, van Dimitry en als “Ein Blödsinniger” was inderdaad zeer loffelijk (De Gooi- en Eemlander 22-1-1935)

Michael Gobets zong op 4 februari de tenorpartij in het oratorium ‘Semele’ van Händel in de concertzaal Krasnapolsky te Amsterdam. To van der Sluys, Cora de Lange-Van Rijn en Johan Lammen zongen de overige partijen en het Utrechtsch Stedelijk Orchest stond onder leiding van Sam Englander :

Michel Gobets (Zeus en Apollo) heeft voortreffelijk gezongen. Van zijn mild en zoo beschaafd Hinkend tenor-geluid ging groote charme uit en zijn dictie viel in hooge mate te roemen (De Gooi- en Eemlander 5-2-1935)

Michel Gobets en Johan Lammen, wat zullen wij mannen elkander bewierooken! Maar deze fraaie en uitmuntend geschoolde stemmen waren eveneens een sieraad voor dezen prachtig geslaagden avond en leverden het bewijs van voortreffelijk onderricht aan ons Amsterdamsch conservatorium (De Tijd 6-02-1935)

Gobets zong op maandag 4 maart de tenorpartij in het oratorium ‘Christus’ van Felix Draeseke in Den Haag. To van der Sluys, Sophie Haase-Pieneman, Jaap Stroomenbergh en Johan Lammen zongen de overige partijen en ‘De Stem des Volks’ afdeling Den Haag en het Residentie-Orkest stonden onder leiding van Piet Zwager. De uitvoering was op de radio te horen (Algemeen Handelsblad 3-3-1935).

Samen met de sopraan Elize Menagé Challa gaf Gobets op vrijdag 8 maart een liefdadigheidsconcert in hotel Hamdorff te Laren ten bate van het Grootfonds. Gobets zong aria’s van Haydn, Weber en Méhul begeleid door Hermijn Kruyt aan de vleugel, terwijl tenslotte ‘Gethséminé’ van Dan Belinfante voor zang, viool, cello en piano werd uitgevoerd met de componist aan de piano:

De zanger Michel Gobets oogstte veel succes met aria’s van Haydn, Mehul en Weber (De Gooi- en Eemlander 9-3-1935)

Gobets zong de titelrol in ‘La Damnation de Faust’ van Berlioz op 22 maart in het Hof van Holland te Hilversum. To van der Sluys zong Marguerite en N. Huisman zong Méphistophèlès. Toonkunst afdeling Hilversum en Utrechtsch Stedelijk Orkest stonden onder leiding van C. Andriessen:

Michel Gobets heeft alle kwaliteiten voor een boeiende Faust-vertolking (De Gooi- en Eemlander : nieuws- en advertentieblad 17-3-1935)

Voor Michel Gobets (Faust) en Nico Huisman (Méphistophelès en Brander) was het inderdaad moeilijk zich naast hun kunstzuster te handhaven. Maar ze hebben met eere hun-taak vervuld. Faust had soms met nog meerdere expressie kunnen zingen […] Gobets bezit een tenorgeluid van zeer mooi timbre (De Gooi- en Eemlander 23-3-1935)

Op zaterdag 30 maart was Gobets een half lang te horen voor de VARA-radio met Cor Steyn op het orgel (Nieuwsblad van Friesland 27-3-1935).

Gobets zong op 1 april in de ‘Matthäus-Passion’ van Bach bij de Arnhemsche Vereeniging van Kamermuziek-uitvoeringen in Musis Sacrum te Arnhem. Sopraan Ans de Rook-van Leeuwen, alt Theodora Versteegh, bariton Max Kloos en bas Laurens Bogtman, het Toonkunstkoor afdeling Arnhem en het versterkte orkest der HOV werden muzikaal geleid door M.A. Brandts Buys (Algemeen Handelsblad 16-3-1935).

Ter gelegenheid van de 250e geboortedag van Johann Sebastiaan Bach (31 maart 1685) was Gobets op dinsdagavond 2 April te horen in de Doelenzaal te Rotterdam. Hij zong in de cantate ‘Am Abend aber desselbigen Sabbats’ BWV42 en het ‘Magnificat’ naast de Sophie Both-Haas, Jo Hendrichs-Zalsman, Jeanne van de Rosière-Van Emmerick en Otto Couperus. Het koor was het Toonkunstkoor afdeling Rotterdam en het orkest was het Nederlands Kamerorkest (Het Vaderland 9-2-1935).

Op woensdag 3 april zong Gobets met Jo Rabbie solopartijen bij het Amsterdamsche Joodsche Koor in een anderhalf uur durend concert op de VARA-radio. Instrumentale medewerking werd verleend door het VARA-orkest (Nieuwe Tilburgsche Courant 2-4-1935).

Gobets zong op 5 april in de ‘Matthäus-Passion’ van Bach in de Doele-zaal te Rotterdam. De andere solisten waren Nanda Gerretsen, Annie Woud, Max Kloos en Willem Ravelli. Het Toonkunstkoor en Nederlandsch Kamerorkest onder leiding van Otto Glastra van Loon:

Michel Gobets, de gelukkige bezitter van een hoog licht aansprekend tenorgeluid veeleischende evangelistenpartij technisch wel aan en weet zich meestal in de situatie wel in te denken. Wat meer beheersching en ingetogenheid en vermijding van ongemotiveerde stemuitzettingen zouden zijn voordracht ongetwijfeld ten goede komen (De Telegraaf 6-4-1935)

Bij de Nieuwe Amsterdamsche Orkestvereeniging zong Gobets op zondagavond 7 april tijdens het vierde opera-concert in Krasnapolsky te Amsterdam. Hij was te horen in het ‘Fidelio’ met Corry Bijster, de terzetten uit ‘Faust’ en ‘Fidelio’ met Sophie Haase-Pieneman en Otto Couperus en verder werden er fragmenten uit ‘Le Nozze di Figaro’, ‘Die Zauberflöte, ‘Manon’ en ‘Carmen. Overige solisten waren nog Rie Ochel en Wim van Sante (De Tijd 10-4-1935).

Gobets zong op maandag 15 april in ‘Saul’ bij de Stem des Volks en de Haarlemsch Orkestvereeniging onder leiding van Antoon Krelage. Naast hem zongen Corry Bijster, Annie Woud en Jaap Stroomenbergh. Het concert werd op de radio uitgezonden (Nieuwe Tilburgsche Courant 13-4-1935).

Bij de Christelijke Oratorium Vereeniging Utrecht zong Gobets op vrijdagavond 24 mei in het ‘Magnificat’ van Bach in de Nicolaikerk te Utrecht. Verdere medewerking werd verleend door de sopranen To van der Sluys en Ankie van Wickevoort Crommelin, de alt Annie Woud en de bas Max Kloos en het Utrechtsch Stedelijk Orchest:

Voor de respectabele vertolking van de tenor-aria “Deposuit” verdient Michel Gobets alle hulde (De Gooi- en Eemlander 25-5-1935)

Gobets zong met sopraan Sophie Haase-Pieneman en de Stem des Volks op zaterdagavond 8 juni in de Koninklijke Vlaamsche Opera van Antwerpen (Algemeen Handelsblad 8-6-1935).

Op 25 juli 1935 wordt melding gemaakt van een faillissementsuitspraak door de Arrondissements Rechtbank van Amsterdam van de concertzanger Michel Gobets, Scheldestraat 171 (De Telegraaf 25-7-1935).

AmsterdamscheJoodscheKoor 6 oktober 1935Ter gelegenheid van Poerim zong het Amsterdamsche Joodsche Koor op zondag 6 oktober vanuit de Synagoge aan het J.D. Meijerplein te Amsterdam een kwartier voor de radio. Het programma werd door de Amerikaanse radio rechtstreeks uitgezonden. Drie fragmenten werden ten gehore gebracht: “Aw Horachamiem”, “Ohawtie” en “Was werd werden wenn Mosjieach werd kommen” en Michel Gobets en Jo Rabbie zijn de solisten (Nieuw Israelietisch Weekblad 11-10-1935).

Op zaterdag 26 oktober gaf Gobets een concert van een half uur voor de VARA-radio met Johan Jong aan de piano (Nieuwsblad van Friesland 23-10-1935).

Gobets verleende op maandag 25 november zijn medewerking aan een uitvoering van ‘Judas Maccabäus’ van Händel in de grote zaal van de Harmonie te Groningen. Het programma werd uitgevoerd in het kader van het Jubileumconcert van de Gemengde Zangvereeniging ‘De Stem des Volks’ afdeling Groningen van de Bond van Arbeiders Zangvereeniging in Nederland. Sopraan Ankie van Wickevoort Crommelin, de alt Maartje Offers en de bas Johan Lammen waren de overige solisten en de Groninger Orkest-Vereeniging stonden onder leiding van dirigent Johan M. Knijpinga:

Michel Gobets als Judas Maccabaus en Johan Lammen als de priester Simon zongen hun moeilijke arias met groot gemak en doorgaans mooie effecten. In de recitatieven en de enkele langzame aria’s konden wij evenwel het meest van hun beider zang genieten (Nieuwsblad van het Noorden 26-11-1935)

Gobets_Judas Maccabeus_Groningen_25 nov 1935

Händel – Judas Maccabäus; Groningen, 25 november 1935 – van links naar rechts: Johan Lammen, Michel Gobets, Maartje Offers, Anckie van Wickevoort Crommelin, Johan Knijpinga

Rond deze tijd woonde Michel Gobets in Bergen, Noord-Holland. Op 30 november 1935 werd melding gemaakt van het feit dat het faillissement van Gobets was opgeheven (De Gooi- en Eemlander 30-11-1935).

1936
Michel Gobets zong op 22 januari 1936 in de operette ‘Der Bettelstudent’ van Karl Millöcker voor de VARA-radio. In de overige rollen waren te horen Johan Lammen, Josef Plemper, Wim van Sante, Frans Vroons, Jo van de Meent-Walter, Ellen Schwarz, Sophie Haase-Pienemanen en Marcus Plooyer. Het VARA-orkest stond onder leiding van Eduard Flipse (Het Vaderland 15-1-1936).

Op zaterdag 18 januari werkte Gobets mee aan de eerste Nederlandse radiopotpourri met het VARA-orkest onder leiding van Hugo de Groot (Nieuwsblad van het Noorden 17-1-1936).

In de ochtend van 26 januari werkte Gobets mee aan een operaconcert door de Haagse afdeling van het Instituut voor Arbeiders Ontwikkeling in het gebouw voor Kunst en Wetenschappen. Verdere medewerking werd verleend door de sopranen Corry Pezaro-Tieleman en Gobets vriedin Hans Weisz, de alt Maartje Offers en de bas Wim van Sante met begeleiding van Jo Ligtelijn (Het Vaderland 27-1-1936).

Gobets was op zondag 16 februari in de grote zaal van Tivoli te Utrecht te horen tijdens een liefdadigheidsconcert ten bate van de St. Vicentius-vereniging in ‘Alexanderfest’ van Händel en de ‘Krönungsmesse’ van Mozart met het Utrechts Stedelijk Orkest onder leiding van Hans Ponten:

De tenor-solist, Michel Gobets, is een serieuze zanger, die langzaam maar zeker in het concertleven naar voren komt. Zijn stem bezit weinig lyrische mogelijkheden, doch zijn geluld is helder en kernachtig, — juist datgene, waaraan de tenor-partij in dit werk behoefte heeft. Hij zong zijn recitatieven en aria’s met gloed en verve (De Tijd 17-02-1936)

Gobets zong in het ‘Requiem’ van Verdi op vrijdag 20 maart in Musis Sacrum te Baarn. In dit concert – ten bate van de Armen van alle gezindten – zongen verder de sopraan José Candell, de alt Annie Hermes en de bas Johan Lammen. Het begeleidende Orkest was de Haarlemsche Orkest Vereeniging (De Gooi- en Eemlander 18-2-1936)

Gobets was op 2 maart één van de solisten in de Nederlandse première van ‘Le Roi David’ van Arthur Honegger. Deze psaume symphonique werd in het Concertgebouw van Amsterdam door de zangvereniging De Stem des Volks. Verder medewerking verleenden de sopraan To van der Sluys, de alt Annie Woud, de bariton Otto Couperus (declamatie in Le Roi David) en Utrechts Stedelijk Orkest onder leiding van den dirigent Antoon Krelage:

doch Michel Gobets’ geluid bleek, ofschoon op zichzelf wel van goede qualiteit, hier stellig te zwak (Algemeen Handelsblad 3-03-1936)

De tenor Michel Gobets stond voor de zeer moeilijke taak de psalmen te zingen. Zijn stem heeft enkele goed klinkende tonen, maar hij had zijn soli veel expressiever moeten geven. Voor deze zaal was zijn geluid soms te zwak. In muzikaal opzicht was hij vaak verdienstelijk, buiten het kader van deze uitvoering trad hij zeer zeker niet. T. (De Telegraaf 3-03-1936)

De tenor Michel Gobets, wel wat zwak voor de partij, zong evenwel op verdienstelijke wijze (De Tribune 4-03-1936)

Michel Gobets lag de eerste solo wat laag, kreeg later de gelegenheid zijn zangtechniek te toonen (De Tijd 4-03-1936)

Na de pauze werd de cantate ‘Singet dem Herrn ein neues Lied’, BWV 190 van Johann Sebastian Bach uitgevoerd:

Michel Gobets kleurde zijn stem met den glans der egale toonvorming (De Tijd 4-03-1936)

Gobets was in Baarn op 20 maart ter nagedachtenis van de tweede sterfdag van Koningin-Moeder Emma te horen in een concert met Johan Lammen, Annie Hermes en José Candell. Het Koningin Emma-Koor en de Haarlemsche Orkest-Vereeniging stonden onder leiding van Sjef van der Eerden:

De tenor-solist Michel Gobets, kweet zich hoogst loffelijk van zijn taak. Vooral het „Ingemisco tamquam reus” werd met veel wijding gezongen en in de terzetten had hij alle gelegenheid zijn mooi lyrisch geluid ten -volle te ontplooien (De Gooi- en Eemlander 21-03-1936)

Ook de tenor en de bas, Michel Gobets en Johan Lammen, hadden mooie momenten (De Tijd 22-03-1936)

Op 28 maart, 29 maart en 5 april zong Gobets in de ‘Matthäus-Passion’ van Bach bij Toonkunst in de Nieuwe zaal van Musis Sacrum te Arnhem. Overige solisten waren de sopraan Jo Vincent, de alt Theodora Versteegh en de baritons Max Kloos en Otto Couperus. Muzikaal leider was M.A. Brandts Buys:

De Evangelist van Marcel Gobets had af en toe iets minder nonchalant kunnen zijn (De Tijd 31-03-1936)

Gobets zong in het oratorium ‘Samson’ van Händel op maandagavond 30 maart bij de zangvereeniging Kunst en Strijd in de groote zaal van het Concertgebouw van Amsterdam. Samen met de solisten sopraan Di Moorlag, alt Jeanne van de Rosière-van Emmerick, bas Johan Lammen en het versterkt orkest der Kamer Orkest Vereeniging stond het geheel onder leiding van Sam Englander:

Voor een heroïsche partij als Samson mist Gobets’, op zichzelf veelal fraaie, lyrische tenor de stoere kracht — wat de muzikale uitdrukking betreft blijft alles ook nog te zeer in de noten steken (Algemeen Handelsblad 31-03-1936)

Michel Gobets was prachtig op dreef, met mooi, sterk en stralend geluid doorleefde hij alle emoties van de geweldige Samson-figuur (De Tijd 1-04-1936)

Michel Gobets als Samson. Ook deze zong zijn partij op zeer te waarderen wijze (De tribune 2-04-1936)

Op 31 maart en 1 april viel Gobets in voor de verhinderde Louis van Tulder in de ‘Matthäus-Passion’ bij het toonkunstkoor Concordia en de Groninger Orkest Vereeniging in de Groote of Jacobijner Kerk te Leeuwarden. Het geheel stond onder leiding van George Stam:

De Christus-partij werd uitnemend vertolkt door Willem Ravelli. Voor Louis van Tulder moest op het laatste oogenblik nog een invaller komen. Met zijn bescheidener sternmiddelen heeft J. van Kempeneen heel aannemelijke vertolking van den Evangelist gegeven. Ook de sopraan- en altpartijen waren hij de dames To van der Sluys en Annie Woud in goede handen. De kleinere partijen werden gezongen door de heeren Gobets en Arie Zondervan (Nieuwsblad van het Noorden 2-04-1936)

Gobets zong op maandag 11 mei de tenorpartij in ‘Le Déluge’ van Camille Saint-Saëns in Haarlem bij de Arbeiders Zangvereniging De Stem des Volks. De Haarlemsche Orkest Vereeniging en de overige solisten sopraan Corry Bijster, alt Jo van de Meent-Walter en bariton Otto Couperus stonden onder leiding van Antoon Krelage. De uitvoering werd door de radio uitgezonden (Nieuwsblad van het Noorden 9-5-1936).

Op 16 juli 1936 werd uit de relatie van Michel Gobets met Hendrika (Hans) Weisz hun dochter Hansje geboren.

Gobets werkte op zondag 18 oktober mee aan een twee uur durend radioprogramma met een operaconcert door het KRO Symphonie Orkest onder leiding van Wilhelm Rettich en de solisten sopraan Hélène Ludolph, alt Ans Stroink en bariton Otto Couperus (Nieuwe Tilburgsche Courant 17-10-1936).

Op woensdag 18 november was Gobets solist in een concert van het Leeuwarder Mannenkoor naast de solisten alt Doe Haasdijk en bariton Otto Couperus (Leeuwarder Courant 11-11-1936).

Gobets zong midden november 1936 in de cantate ‘Hakon Jarl’ voor alt, tenor, bas en mannenkoor, op.142 van Carl Reinecke in de Groote Zaal der Harmonie te Leeuwarden. Het Leeuwarder Mannenkoor, de alt Doe Haasdijk en de bariton Otto Couperus stonden onder muzikale leiding van George Stam. Tevens werden er die avond solofragmenten ten gehore gebracht:

Michel Gobets demonstreerde zijn goede kwaliteiten in eenige meer karakteristieke dan bepaald boeiende Volksliederen van vreemden huize (Leeuwarder Nieuwsblad 19-11-1936)

Van Michel Gobets hoorden wij een viertal Volksliederen t. w. „Kehr ich Abends heim” (Kroatisch), „Wiegenlied” (Servisch), „Flog ein Falke” (Macedonië) en „Unterm Fenster” (Servisch). Gobets is een talentvol zanger. Zijn voordracht doet prettig aan. Alleen is hij soms wat te gereserveerd (Leeuwarder Courant 19-11-1936)

Op vrijdagavond 20 november werkte Gobets mee aan een programma van anderhalf uur voor de VARA-radio met het VARA-orkest onder leiding van Willem Lohoff (Nieuwsblad van het Noorden 19-11-1936).

Rond 24 november zong Gobets – vermoedelijk in Utrecht – opnieuw in ‘Le Roi David’ van Honegger. De overige solisten waren de sopraan Ankie van Wickevoort Crommelin en bariton Otto Couperus. De Stem des Volks en Utrechtsche Stedelijk Orchest stonden onder leiding van Antoon Krelage:

Michel Gobets vertolkte de lage tenorsoli zoo goed als zijn lyrische stem het toelaat (De Tijd 25-11-1936)

Rond deze tijd werd het Gobets door de rabbijn verboden nog langer in de synagoge te zingen, aangezien hij ook dikwijls op Sabbath zong en mogelijk vanwege het feit dat hij als getrouwde man een relatie had met een ongetrouwde vrouw en met haar kinderen had.

Helden en heldinnen van Opera Nederland tot 1939