RECENSIE: Korngold – Die stumme Serenade

© Flip Franssen
Arnhem, 3 augustus 2014

DNOA / NJO ‘Die stumme Serenade’: “das beste Stück”

De Dutch National Opera Academy en het NJO hebben hun handen ineen geslagen voor ‘Die stumme Serenade’ van Korngold. De “komedie met muziek” wordt opgevoerd in het kader van de NJO Muziekzomer Gelderland en is een echte aanrader! Ga dat zien!

‘Die stumme Serenade’ is een verwaarloosd juweel uit de opera- en operetteliteratuur. Erich Korngold (1897-1957) was begonnen aan de komedie in 1946 in Amerika. Hij was in 1934 van Wenen naar Amerika gegaan en daar gebleven aangezien de situatie voor de Joodse componist in Europa te gevaarlijk was geworden. In 1949 kwam hij terug naar Wenen en de eerste uitvoering van ‘Die stumme Serenade’ was in 1951 voor de Weense radio. Het werk houdt het midden tussen opera, operette, musical en Berlijns Cabaret uit de jaren 20 en 30 en de lichte muziek is aanstekelijk, maar daagt ook uit door de interessante melodische en harmonische ideeën. De komedie raakte na de eerste geënsceneerde opvoering in Dortmund in 1954 echter in de vergetelheid.

In het kader van de NJO Muziekzomer Gelderland biedt het Luxor Live in Arnhem een podium voor ‘Die stumme Serenade’. Of beter gezegd een catwalk, want het publiek bevindt zich aan tafeltjes rondom een platform dat de nostalgisch aangeklede zaal inloopt. De bezoekers worden in deze originele opstelling deelgenoot gemaakt van een geheime kus, een opwindende liefde, een eventuele ontvoering, een nachtelijke serenade, een mogelijke bomaanslag en de Parijse mode in Napels anno 1820 in ‘Die stumme Serenade’. De schitterende kostuums van de jaren dertig werden ontworpen door Marrit van der Burgt en voor deze outfits werden zo te zien kosten noch moeite gespaard. Alex Brok creëert met zijn geraffineerde belichting de sferen en overgangen zoals altijd uitmuntend. Regisseur Marc Krone toonde met zijn enscenering van ‘Die lustige Witwe’ al dat hij een feilloos gevoel heeft voor het lichte genre en ook in ‘Die stumme Serenade’ voert hij een eersteklas regie. Krone haalt het beste uit de zangers, laat ze de hele zaal bespelen en bezingen en weet hun opkomsten uitstekend te benutten.

De acht jonge en enthousiaste zangers van de Dutch National Opera Academy (DNOA) leveren allen een topprestatie. Zij acteren met spontaniteit, dansen kostelijk en zingen het genre met klasse. De Nederlandse sopraan Zinzi Frohwein liet bij het IVC al horen dat zij gevoel heeft voor deze muziekstijl en portretteert hier de actrice Silvia Lombardi in al haar facetten volmaakt. Ook de Franse bariton Clément Dionet is als de couturier Andrea Coclé helemaal in zijn element. Overigens zijn de dialogen inventief bewerkt, zodat er slechts drie acteurs nodig zijn in plaats van negen.

Het achtkoppige kamerorkest van het NJO (Nationaal Jeugd Orkest) staat onder leiding van de Vlaamse dirigent Etienne Siebens. Siebens heeft de lastige taak om met zijn rug naar de zangers te dirigeren, maar weet het geheel voortreffelijk te coördineren. De musici slagen erin de atmosfeer op te roepen van operette en jaren twintig revueliederen en overrompelen de luisteraar met de uitbundige sprongen en zuchtende glissandi van Korngold.

DNOA heeft lange tijd het idee gehad dat de zangstudenten slechts geschikt zijn voor Mozart-opera’s – avondvullende ‘Le Nozze di Figaro’ (2013), ‘La Finta Gardiniera’ (2012), ‘La Clemenza di Tito’ (2010), ‘Così fan tutte’ (2009) en ‘Don Giovanni’ (2008) – waarbij men na de eerste aria van de student al weet hoe het de rest van de avond gaat klinken. Maar het zijn deze producties als ‘Die stumme Serenade’, die het uiterste van de zangers vragen en waarin een operaopleiding op haar best optreedt! Er waren zes voorstellingen van ‘Die stumme Serenade’ in Arnhem aangekondigd, maar vanwege de stormloop op kaarten zijn er zelfs nog twee extra voorstellingen. Ga dat zien!

Diverse Recensies