RECENSIE: Gounod – Faust

© DNO
Amsterdam, 10 mei 2014

DNO ‘Faust’: Groot, rood en bloot

MUZIKAAL

1. Is men trouw aan de muziek of zijn er veranderingen?
– De Nationale Opera (DNO) brengt in co-productie met het Teatro Real van Madrid een nieuwe productie van de opera ‘Faust’ (1859) van Charles Gounod (1818-1893). Men speelt alle muziek, die Gounod ooit voor de opera componeerde. *****

2. Zijn de zangers rollendekkend?
– De bezetting is over het algemeen niet wereldschokkend. De Amerikaanse tenor Michael Fabiano in de titelrol heeft een pracht van een stem. Méphistophélès heeft drie verschillende stemmen in plaats van een egale, sonore bas. De Marguerite mist charme en coloraturen. Op haar plaats had natuurlijk de Nederlandse sopraan Lenneke Ruiten moeten staan. De vier overige, kleinere partijen zijn adequaat bezet. ***

3. Is de dirigent betrokken bij het podium?
– Dirigent Marc Minkowski hoorde men al diverse malen bij DNO, onder andere in ‘Roméo et Juliette’ van Gounod. Zijn behandeling van Gounods harmonische taal, tempi, frasering en orkestrale details is idiomatisch en zijn grip op Gounods continu variërende articulatie en rubati zijn uitstekend. Toch klinkt de emotie afgevlakt en ondersteunt Minkowski het drama niet volledig. Dit zal ongetwijfeld in de loop van de voorstellingsreeks verbeteren. ***

4. Vormen de (koor- en) orkestleden onderling en samen een eenheid?
– Het Koor van de Nationale Opera en het Rotterdams Philharmonisch Orkest zingen en spelen nog ongemakkelijk. De lastige koorpartijen klinken zwaar en stug. ***

DRAMATURGISCH

5. Wordt er een verhaal verteld?
– Àlex Ollé (Barcelona, 1960) is één van zes regisseurs van de Catalaanse theatergroep La Fura dels Baus. Hij laat ‘Faust’ afspelen in een laboratorium voor celbiologie; een geschikt concept als je bedenkt, dat Faust zich wil verjongen. Ollé vertelt het verhaal van ‘Faust’ duidelijk. Het is alleen onbegrijpelijk waarom Faust zich in deze enscenering wil verjongen als hij in de eerste akte al een goede baan, good looks en aandacht van vrouwelijk schoon heeft. ***

6. Komt de enscenering overeen met het libretto?
– De enscenering gaat nergens tegen het libretto in. ****

7. Hoe is de integratie regie – muziek?
– De enscenering sluit goed aan bij de muziek. ****

8. Hoe is de esthetiek en functionaliteit van de vormgeving?
– Groot, rood, bloot… De enscenering van ‘Faust’ is in lijn met de grootschalige producties van La Fura dels Baus. Het rode decor en licht in  doet op den duur pijn aan je ogen. De enscenering is in alle hoeken van de zaal overigens prima te overzien en Ollé haalt de zangers goed naar voren wanneer zij zingen. ***

ALGEMEEN

9. Is de productie artistiek innovatief?
– Deze productie van ‘Faust’ is niet vernieuwend. Het is in de stijl van het regietheater, zoals men dat bij DNO al vele jaren voorgeschoteld krijgt. De emotie van het publiek wordt niet aangesproken blijkens het ontbreken van applaus na aria’s en zelfs na sommige akten. DNO zou eens kunnen luisteren naar de opname van de DNO ‘Faust’ uit begin jaren zestig, waar het publiek op deze plaatsen enthousiast applaudisseert. **

10. Is de productie onderscheidend of spraakmakend?
– Qua vormgeving steekt de productie niet uit boven de gemiddelde, Duits-provinciaalse enscenering van steden als Mönchengladbach en Münster. Alleen is er hier veel meer geld tegenaan gesmeten. **

11. Is er Nederlandse betrokkenheid bij de productie (zangers, regisseur, ontwerpers, dirigent)?
– Er is absoluut geen Nederlandse betrokkenheid bij deze productie. *

12. Hoe is het bezoekersaantal in verhouding tot de zaalcapaciteit?
– De première was uitverkocht, maar dat mag ook wel. Als publiekstrekker werd ‘Faust’ in Nederland tussen 1886 en 1963 ieder seizoen opgevoerd, behalve uiteraard in de Tweede Wereldoorlog. De laatste keer dat het werk bij DNO werd gespeeld was in 1969. In het huidige concept van DNO hoort ‘Faust’ uiteraard niet thuis, maar op veler verzoek is de opera dan eindelijk terug. Helaas in een middelmatige uitvoering. *****

De Nationale Opera, Nieuwe Recensie