RECENSIE: Donizetti – Lucia di Lammermoor

© DNO

‘Lucia di Lammermoor’ van DNO mist opnieuw charisma

MUZIKAAL

1. Is men trouw aan de muziek of zijn er veranderingen?
– De Nationale Opera (DNO) herneemt de productie ‘Lucia di Lammermoor’ (1835) van Gaetano Donizetti (1797 – 1848). Deze enscenering uit 2007 wordt gespeeld zonder de scène van Enrico / Raimondo / Normanno vóór de finale op de begraafplaats. ***

2. Zijn de zangers rollendekkend?
– Alle zangers hebben het juiste stemtype voor hun partij. De stemmen van tenor Ismael Jordi en de bas Alastair Miles hebben zich goed ontwikkeld sinds 2007. Sopraan Jessica Pratt zingt mooie lijnen; luister naar haar ”Veranno a te sul l’aure” op één adem! Het ontbreekt hen allen echter aan charisma. ***

3. Is de dirigent betrokken bij het podium?
– Dirigent Carlo Rizzi is betrokken, geeft goed aan en zingt alles mee. Men kan zich echter niet aan de indruk onttrekken, dat hij minder te vertellen heeft in het belcanto dan in Puccini en Verdi. Rizzi onttrekt weinig kleuren aan het orkest, zijn tempi zijn af en toe slepend en hij heeft zijn handen vol aan het bijeenhouden van zangers en orkest. ***

4. Vormen de (koor- en) orkestleden onderling en samen een eenheid?
– Het Koor van de Nationale Opera en het Nederlands Kamerorkest zingen en spelen nog onwennig. Het glasharmonica tijdens de waanzinsaria heeft een betoverende werking. ***

DRAMATURGISCH

5. Wordt er een verhaal verteld?
– Regisseuse Monique Wagemakers heeft helaas niet veel verbeterd aan haar enscenering van 2007. Het drama wordt nogal statisch geschetst. De moord op Arturo wordt expliciet getoond en daarmee wordt in feite de aria van Raimondo overbodig gemaakt. **

6. Hoe is de esthetiek en functionaliteit van de vormgeving?
– De scènes van ‘Lucia di Lammermoor’ zijn in zwart-wit met kunstbloed. Gelukkig is er minder overtollig kunstbloed dan bij de eerste productie van 2007. De scènes spelen zich bijna voortdurend tegen de zijwand af en dat is onsympathiek jegens het publiek (qua zicht) en de zangers (qua akoestiek). Wagemakers heeft waarschijnlijk niet door de zaal gelopen om te bekijken hoe haar enscenering er van alle kanten uitziet. **

7. Komt de enscenering overeen met het libretto?
– De enscenering druist niet tegen het libretto in. Gelukkig is Lucia aan het begin van de opera minder psychisch gestoord afgebeeld dan Wagemakers zeven jaar geleden deed. Hierdoor kan haar personage zich beter ontwikkelen. Het is echter overbodig om Alisa – het enige personage, dat sympathiek is ten aanzien van Lucia – zo onaardig neer te zetten. Het komt overigens ook niet overeen met wat zij zingt. Ook de  obscene obsessie van Raimondo voor Lucia is overbodig. **

ALGEMEEN

8. Is er Nederlandse betrokkenheid bij de productie (zangers, regisseur, ontwerpers, dirigent)?
– DNO heeft voor de rol van Normanno de Nederlandse tenor Erik Slik geëngageerd. Hij is de enige Nederlander in de opera, want zelfs voor de partijen van Alisa en Arturo het DNO geen Nederlander gecontracteerd. Het woord Nationale is in het nieuwe logo van DNO symbolisch ondergedompeld. *

9. Hoe is het bezoekersaantal in verhouding tot de zaalcapaciteit?
– Op de dag van de première werden nog kaarten voor de helft van de prijs aangeboden. De zaal was bij de première dan ook niet uitverkocht. Het belcanto blijkt bij het hedendaagse DNO niet in goede handen en men kan wellicht maar beter blij zijn, dat het gezelschap dit repertoire zo weinig speelt. ***

De Nationale Opera