RECENSIE: Wagner – Guntram

© Matthias Creutziger

Frank van Aken schrijft mammoetrol Guntram op zijn naam in Dresden première

‘Guntram’ was de eerste van 15 opera’s van Richard Strauss (1864-1949). Strauss was slechts 30 jaar toen hij de opera componeerde en wilde in navolging van Wagner een “Gesamtkunstwerk” maken. Het libretto was dan ook van zijn eigen hand. Het verhaal gaat over de minnezanger Guntram, die Freihild – de vrouw van de tiran Robert – weerhoudt van haar de zelfdoding, de tiran doodt uit zelfverdediging en gevangen genomen haar afwijst en zijn toekomst in beschouwelijkheid wil doorbrengen. Dit verhaal is te mager om over de gehele lengte van de opera te dragen. De onevenwichtigheid  en het zwakke scenario hebben bijgedragen aan de verwaarlozing van het werk.

Strauss zelf kwalificeerde ‘Guntram’ als een product van zijn “toenmalige, schrikbarende naïviteit”*. Hij maakte nog grote coupures voor opvoeringen in Praag (1901) en Frankfurt (1910) en zelfs een revisie voor Weimar, maar de opera bleef scenisch zwak. Derhalve zijn dan ook sinds de wereldpremière van Weimar op 10 mei 1894 nog maar 14 producties gespeeld, waarvan slechts acht scenisch. En nu pas wordt ‘Guntram’ voor het eerst in Dresden uitgevoerd. De Sächsische Staatsoper brengt ter gelegenheid van het 150e geboortejaar van Richard Strauss de opera in concertante vorm. Richard Strauss is één van de belangrijkste componisten voor Dresden. Negen van zijn 15 opera’s gingen in de stad aan de Elbe in première en in de foyer van de Semperoper wordt de componist geëerd met een büste.

De Dresden-première van ‘Guntram’ bezit een Nederlands tintje, want de titelrol wordt gezongen door de Nederlandse tenor Frank van Aken. Strauss zelf noemde Guntram een “onzinnig afmattende rol”*. Er wordt gezegd dat hij de première van de opera in eerste instantie aan Karlsruhe aanbood, maar de tenor daar achtte de partij onzingbaar. Heinrich Zeller, die de titelrol uiteindelijk bij de wereldpremière in Weimar zong, werd “van repetitie tot repetitie heser en bracht de première slechts met moeite tot een einde”*. En anderhalf jaar later in München weigerde eerst Heinrich Vogl de rol en had tijdens de première Max Mikorey problemen met de partij. Mikorey eiste een hoger gage voor een tweede opvoering, die er uiteindelijk niet kwam. Een mammoetrol dus, waarin Frank van Aken zich in Dresden vastbijt. Hij zingt gedurende twee uur vrijwel continu en de partij heeft meer maten dan  Tristan. In elke van de drie akten is er een grote monoloog van tien minuten en de tessitura is hoog. Maar Frank van Aken is een echte held Guntram. En ook al komt hij niet helemaal zonder kleerscheuren door de partij, zijn rauwe borstregister, zijn solide en heldere hoogte en zijn verstaanbaarheid en expressie zijn van wereldklasse.

De Amerikaanse Marjorie Owens als Freihild heeft een prachtige, jugendlich-dramatische sopraan. Haar uitdrukkingskracht mag nog meer overtuigen en in de finale weet zij schijnbaar niet waarover het gaat als zij glimlachend aanhoort dat Guntram haar afwijst. De mezzosopraan Christa Mayer is subliem als eine alte Frau met een groot, dramatisch geluid en krachtige hoogte. De Dresdener bas Georg Zeppenfeld is een edele alte Herzog met een uitstekende expressie en enigszins nasale klank en de bariton Simon Neal – eerder Scarpia en Sharpless naast Annemarie Kremer in Dortmund (2008) en ook Kurwenal naast Van Aken als Tristan in Frankfurt (2011)- zingt goed open als Freihold.

De Sächsische Staatskappel Dresden – opgericht in 1548 – zijn specialisten in de muziek van Richard Strauss. In 1882 speelden al 13 houtblazers van het orkest de première van diens ‘Bläserserenade op.7’ in de Dresdner Tonkünstlerverein en de componist schreef zijn ‘Alpensinfonie’ van 1915 voor het orkest. Zijn staan in deze ‘Guntram’ onder muzikale leiding van Omer Meir Wellber. Deze jonge, Israëlische dirigent is een groot talent. Hij weet goed de flow in het stuk te houden en drijft het orkest en de zangers goed aan. Op diverse plaatsen zijn er onnauwkeurigheden, maar dit was dan ook het derde concert, dat het orkest op die dag gaf. Het publiek complimenteerde de uitvoerenden enthousiast, ook al was de Semperoper slechts deels gevuld, want ‘Guntram’ bezit helaas nog niet de verleiding voor het grote publiek, die het verdient

* Richard Strauss – Betrachtungen und Erinnerungen (Zürich: Atlantis, 1949)

Buitenlandse Recensies