RECENSIE: Verdi – Les Vêpres Siciliennes

© Monika Rittershaus

Boegeroep opent DNO seizoen

Het nieuwe DNO seizoen opent met ‘Les Vêpres Siciliennes’ van Giuseppe Verdi. De productie kon op stevig boegeroep rekenen van het premierepubliek, een bijzonder moment voor een DNO seizoensopening.

Het nieuwe seizoen van De Nederlande Opera (DNO) opent niet – zoals tot nu toe bijna ieder seizoen – met een productie van de artistiek directeur van DNO Pierre Audi. Ook wordt er dit DNO seizoen niet meer dan één productie op zijn conto bijgeschreven. Wellicht is dit alles een voorbode van Audi’s afscheid van DNO in 2013, dat hij in 2008 aangekondigde.

Het nieuwe DNO seizoen opent met een productie van ‘Les Vêpres Siciliennes’ van Giuseppe Verdi (1813 – 1901). ‘Les Vêpres Siciliennes’ was de eerste Franse opera van Verdi, die hij schreef voor de opera van Parijs in 1855. Ironisch genoeg gaat het verhaal over de overwinning van de Italianen op de Fransen in de 13e eeuw, waarop Saint-Saëns hem sarcastisch zou hebben geadviseerd ook maar de Slag bij Waterloo te componeren. Verdi conformeerde zich met zijn compositie aan de Franse Grand Opéra. Dat betekende voor hem een breuk met de Italiaanse traditie, een experiment en een ander soort opera. Het resultaat is echter een lappendeken en het klinkt stijlloos en besluiteloos. Het is noch een echte Verdi-opera noch een Grand Opéra. Maar haar kracht ligt in de intensiteit van de melodieën en de verscheidenheid van de orkestratie.

‘Les Vêpres Siciliennes’ wordt niet erg vaak gespeeld vanwege haar lengte en complexiteit en een zoekopdracht geeft slechts twee producties van ‘Les Vêpres Siciliennes’ dit seizoen wereldwijd. De laatste keer dat DNO ‘I Vespri Siciliani’ opvoerde, was in de gouden tijd van DNO – het pre-Audi tijdperk – in 1984 met Cristina Deutekom, Pieter van den Berg en Adriaan van Limpt. De nieuwe ‘Les Vêpres Siciliennes’ van DNO is een co-productie met Genève, waar de voorstelling later in het seizoen speelt. Regisseur is Christof Loy (1962, Essen), die vaak solide ensceneringen levert met een precieze blik en muzikaliteit. In ‘Les Vêpres Siciliennes’ benadrukt hij het innerlijke conflict binnen de relaties en hij focust op de zangers met een sterke personenregie. Loy vertelt graag zijn eigen verhaal met vaak boeiende en originele oplossingen. In ‘Les Vêpres Siciliennes’ gebruikt hij het ballet als een retrospectief van Hélène aan haar jeugd, Henry en haar broer. Verder toont hij enkele gruwelijke scènes om de overheersing van de Fransen te benadrukken. Maar de vondsten dragen – zoals wel vaker bij Loy – als concept niet echt een hele avond. Hij weet zijn verhaal niet helder te vertellen en sommige aspecten ervan zijn onduidelijk, zoals het verschuiven van de ouverture naar het einde van de eerste akte. Loy kon dan ook op stevig boegeroep rekenen van het premièrepubliek, een bijzonder moment voor een DNO seizoensopening.

Maar ook muzikaal is deze DNO voorstelling niet erg denderend, afgezien van een bevlogen dirigent Paolo Carignani en een goed gesteunde spinto tenor Burkhard Fritz met een solide hoogte en zelfs een fraaie triller. De Amerikaanse sopraan Emily Magee liet versterk gaan voor de rol van Hélène – zij had de grote attractie van het seizoen moeten worden – en opnieuw werd de Nederlandse sopraan Barbara Haveman benaderd om op korte termijn in te vallen. De lastige partij van Hélène met haar vrij gestructureerde aria’s en scènes en verrassende harmonische uitstapjes vereist echter een dramatische coloratuursopraan en DNO doet Haveman te kort door haar deze rol aan te bieden, hoe goed zij het ook doet. Men had attenter geweest kunnen zijn, nadat Haveman in 2007 bij DNO met zoveel succes inviel als Elisabeth in ‘Tannhäuser’. Maar DNO is niet geïnteresseerd in Nederlandse zangers. En het Nederlandse publiek moet – zoals de Italianen in ‘Les Vêpres Siciliennes’ zingen – “zwijgend de vernedering slikken”.

De Nationale Opera, Home