RECENSIE: Harvey – Wagner Dream

Wagner ontmoet Boeddha in Zuiveringshal 

‘Wagner Dream’ is na de kerkopera ‘Passion and Ressurection’ (1981) en ‘Inquest of Love’ (1991 / 1992) de derde opera van Jonathan Harvey (1939, Engeland). Zijn uitgebreide oeuvre wordt met name bepaald door thema’s als christendom, boeddhisme, filosofie, esthetiek, wetenschap en mysticisme. In de boeiende bewerking van zijn doctoraal scriptie ‘Music and Inspiration’ uit 1999 definieert hij het begrip “inspiratie” en in ‘In Quest of Spirit’ uit datzelfde jaar beschrijft hij de relatie tussen muziek en spiritualiteit. Harvey’s muziek is nauwelijks te begrijpen als men niet op de hoogte is van zijn ideeën.

Harvey gebruikt voor zijn muziek elektronisch gemanipuleerd geluid. Het zijn computeranalyses van het harmonische spectrum van geluiden en instrumenten. Zo creëert hij melodische omzettingen en timbreveranderingen als middel voor zijn ideeën. Dit legt hij uiteindelijk vast op tape en gebruikt hij voor zijn live elektronica in combinatie met akoestisch orkest.

Harvey’s nieuwste opera ‘Wagner Dream’ gaat over Richard Wagners onvoltooide wens een opera te schrijven over de boeddhistische legende van de liefde van een dienstmeisje uit de laagste kaste Prakriti voor de monnik Ananda. In Wagners huis overheerst de zwaarte, in tegenstelling tot de lichte, oosterse muziek van Prakriti en Ananda. In Wagners huis wordt niet gezongen, maar gespeeld door acteurs; gezongen wordt in de Indische wereld. Er zijn geen evidente Wagner citaten te horen, maar wel omfloerste Wagner akkoorden.

‘Wagner Dream’ is een coproductie van het Holland Festival (HF), De Nederlandse Opera (DNO), Grand Théâtre de Luxembourg en Ircam-Centre Pompidou Parijs. De cast bestaat uit 6 zangers, 5 acteurs en 6 koorleden en zij worden begeleid door de 22 orkestleden van het jonge en enthousiast spelende Ictus ensemble onder leiding van de Britse dirigent Martyn Brabbins. De live elektronica verzorgt Harvey zelf.

Regisseur is Pierre Audi (1957, Beiroet), die sinds 1988 artistiek directeur van DNO is en bij DNO al zo’n 20 oeropvoeringen deed. Audi is een gevoelige estheet en hij weet in ‘Wagner Dream’ optisch te verrassen met een prachtig décor, dominerende lichtregie en video ondersteuning. Wagners paleis in Venetië is in somber zwart-wit, terwijl de Indische sprookjeswereld in passende oranje en gele kleuren is gehuld. Wel moet Audi uitkijken met de gebaartjes van de acteurs en strak volgende schijnwerpers niet een kopie van Robert Wilson te worden.

Helaas valt de spanning in ‘Wagner Dream’ al snel weg als de laat-romantische tonaliteit van Wagners wereld wordt ingeruild voor de lichtheid en objectiviteit van Prakriti’s milieu. Ongetwijfeld kan het stuk nog aan kracht winnen met vollere en meer dramatische stemmen i.p.v. de dunne en soms ongefocuste zangers van de première. Maar of de muziek overeind blijft staan als ook het beeld wegvalt, zoals de volgende maand bij de concertante uitvoering in Parijs, valt nog te beluisteren. Het is maar de vraag of het publiek met ‘Wagner Dream’ een langdurige vriendschap wil aangaan, d.i. zij een repertoire opera zal worden.

In het HF wordt ‘Wagner Dream’ opgevoerd in de Zuiveringshal van de Westergasfabriek. Een beter idee zou het toch geweest zijn Jonathan Harvey te eren in het Muziekgebouw aan ’t IJ, i.p.v. in een oude koeienstal met plastic stoelen zonder airconditioning.

De Nationale Opera, Home