RECENSIE: Händel – Giulio Cesare

‘Giulio Cesare’ triomfeert bij De Nederlandse Opera

Na de mislukte ‘Die Entführung aus dem Serail’ brengt De Nederlandse Opera (DNO) een reprise van de zich reeds bewezen productie van ‘Giulio Cesare’ van Georg Friedrich Händel (1685 – 1759). Händel componeerde de opera in 7 maanden,  de wereldpremière was in 1724 en geen andere van Händels ruim veertig opera seria’s (= serieuze opera) is succesvoller geweest.

Händel had een instinct voor operatheater. Het opmerkelijke aan ‘Giulio Cesare’ is de voor die tijd individuele en psychologisch muzikale karaktertyperingen van de personages met hun daaruit voortvloeiende handelingen. Tot dan toe was het gebruikelijk slechts hun typische hartstochten te beschrijven. In ‘Giulio Cesare’ draagt het recitatief de verhaallijn voor de grote dramatische momenten en de door Scarlatti ontwikkelde da capo (= herhaling) aria is het middel voor introspectie. De opera bestaat uit louter aria’s, met een beperkt aantal instrumentale stukken en een paar koorwerken (door DNO hier uitgevoerd door het ensemble).

DNO heeft voor de zangers een grotendeels dubbele bezetting. Lawrence Zazzo zingt na het wegvallen van Marijana Mijanovic de hoofdrol in vijf van de zes voorstellingen. Hij heeft een egale falset met strakke coloraturen en beheerst het gehele pallet van Cesare’s emoties als moed, vindingrijkheid, krijgslust en verliefdheid volkomen. Publiekslieveling Tania Kross is een energieke Tolomeo met volle, donkere tonen in haar rijke borstregister. Het is jammer dat zij niet is gecast voor de DNO Carmen van het volgende seizoen, al was het maar als dubbele bezetting geweest of laatste van een serie voorstellingen. Zij alterneert met de countertenor Brian Asawa, die ook bij de eerste serie in Amsterdam in 2001 Tolomeo zong en de rol al eerder in de Scala, de Met, Covent Garden en Parijs deed. Asawa zet de meest sluwe, bedrieglijke en wellustige Tolomeo neer. Met een strak staccato in zijn aria’s en een exemplarisch legato in de recitatieven zingt hij fascinerend dwars door alle registers van boven naar beneden zoals de rol vereist. Met name Rosemary Joshua en ook Sadrine Piau zijn prachtige, verleidelijke en opwindende Cleopatra’s.

Dirigent René Jacobs (Gent, 1946) laat zijn Freiburger Barockorchester en zangers in baroktoonsoort spelen. Jacobs dringt zijn eigenzinnige tempi en versieringen met vaste hand op aan de zangers. Hij laat de teugels slechts zelden vieren, het klinkt strak en stijf en de glans en sprankel ontbreekt. Ook al is Händel nooit getrouwd geweest en had hij geen kinderen, zó seksloos zal hij toch echt niet geweest zijn.

Na ‘Lucia di Lammermoor’, ‘Daphne’ en ‘Castor et Pollux’ is dit de vierde voorstelling van het seizoen in een witte toneeldoos. Regisseursechtpaar Karl-Ernst en Ursel Herrmann zijn decorateurs voor wie het toneelbeeld het belangrijkste is. Hun ‘Giulio Cesare’ is een feest voor de ogen. Soms is het te gedecoreerd en weelderig, maar altijd is het nauwgezet en liefdevol. En ook al weten ze af en toe weinig te beginnen met de verfijndheid en gevoeligheid van de barok en botst daarmee hun psychologisering, toch is het fris, elegant en diepzinnig en nostalgisch en weemoedig tegelijk.

Het is een verademing deze ‘Giulio Cesare’ te mogen beleven in de intimiteit van de Amsterdamse Stadsschouwburg, die we het vorig seizoen bij DNO zo gemist hebben. Zoals de Parijse Opera de barokwerken opvoert in het Palais Garnier, zou ook DNO haar intieme opera’s vaker kunnen brengen in deze Stadsschouwburg.

DNO plaatst de pauze van ‘Giulio Cesare’ voor het tweede bedrijf, waarna de voorstelling een lange twee uur duurt. Met name bij drieakters zou het verstandiger zijn twee (kleinere) pauzes te nemen, zoals in elk ander groot operahuis ter wereld gebeurt. Hierdoor kan het publiek over het verloop van de voorstelling bijpraten en energie opdoen. Door nog eerder te beginnen worden ook kunstgrepen, zoals in deze ‘Giulio Cesare’ het schrappen van vier aria’s uit de derde akte, vermeden. Waarom wordt bij Händel geschrapt en slechts een uur eerder begonnen, terwijl de lange Wagners wel integraal kunnen worden uitgevoerd? Het blijft een lastig probleem mede gezien het feit dat 75% van de bezoekers van buiten Amsterdam komt en openbaar vervoer terug na 23 uur bijna onmogelijk is.

De Nationale Opera, Home