MUZIKAAL

1. Is men trouw aan de muziek of zijn er veranderingen?
– ‘Written on Skin’ is een nieuw werk. Het is de eerste avondvullende opera van de Engelse componist George Benjamin (1960, Londen) en inmiddels zijn tweede werk voor het muziektheater. De opera beleefde haar wereldpremière op 14 juli 2012 in Aix-en-Provence en wordt bij De Nederlandse Opera (DNO) zeven keer opgevoerd. De drie akten bestaande uit 15 scènes worden zonder pauze in 100 minuten gespeeld. ****

2. Zijn de zangers rollendekkend?
– Er zijn vijf zangrollen. De zangpartijen zijn voornamelijk recitatief en anders dan bij zijn andere vocale werken komen de zangers maar zelden echt tot zingen. De countertenor Bejun Mehta schildert in hemelse, zoete klanken de rol van de jonge schilder The Boy. De bariton Christopher Purves is krachtig en altijd helder als de rijke, brute heer The Protector. Elin Rombo als zijn vrouw Agnès heeft met name conversatiemuziek en komt vooral in de finale van de laatste twee akten tot echt zingen. Alle drie zijn evenwel goede ambassadeurs voor de muziek van Benjamin. ****

3. Is de dirigent betrokken bij het podium?
– George Benjamin dirigeert zelf het Nederlands Kamerorkest. ‘Written on Skin’ is geschreven voor een groot orkest, dat terughoudend en spaarzaam gebruikt wordt. Benjamin is echter voornamelijk geconcentreerd op het orkest en niet erg bezig met de zangers. 
**

4. Vormen de (koor- en) orkestleden onderling en samen een eenheid?
– Er is geen koor in ‘Written on Skin’. De muziek van Benjamin is impressionistisch en mysterieus. Hij probeert met één enkel akkoord een hele gemoedstoestand te vangen, maar het lukt hem niet altijd om daarmee het drama te ondersteunen. De stemmen zweven en converseren boven deze verstilde harmonieën van het orkest. Het Nederlands Kamerorkest schildert prachtig de kleurrijke klankwerelden als van een soort filmmuziek, nu eens sensueel, dan weer dramatisch. 
****

DRAMATURGISCH

5. Hoe is de esthetiek en functionaliteit van de vormgeving?
– Er worden twee etages getoond, waarin meerdere, contrasterende ruimten naast elkaar te zien zijn. Twee grijze kamers met TL-licht (een atelier en een garderobe) en het toneel voor de handeling zelf. Het decor is op alle plaatsen in de zaal goed te zien. 
***

6. Komt de enscenering overeen met het libretto?
– Het verhaal gaat over een driehoeksverhouding in een historische setting. The Protector nodigt The Boy uit om bij hem thuis zijn leven op te schrijven op perkament. Tijdens dit werk ontstaat er een romance tussen The Boy en de onderdrukte echtgenote van de brute Protector, Agnès, die leidt tot een onverbiddelijk einde. Het verhaal van ‘Written on Skin’ wordt door engelen verteld. De drie hoofdrolspelers stappen soms uit hun rol om als engel in de derde persoon over zichzelf te spreken of toneelaanwijzingen te geven (net als in Benjamins eerste opera ‘Into the Little Hill’). Dit draagt bij aan een vervreemdend effect. 
***

7. Hoe is de integratie regie – muziek?
– Regiseusse Katie Mitchell heeft iets toe willen voegen aan het dramatische verhaal met een soort theater in theater. Zij heeft meer vervreemdende effecten aan willen brengen door modern tegen historisch te plaatsen en door slow-motion bewegingen. De enscenering is echter groots en een intiemer karakter van de enscenering zou beter bij de muziek hebben gepast. 
**

8. Wordt er een verhaal verteld?
– De regie is nogal statisch. Men zou zich kunnen voorstellen, dat ‘Written on Skin’ beter uit de verf komt in een enscenering die meer focust op het dramatische verhaal. 
**

ALGEMEEN

9. Is de productie onderscheidend of spraakmakend?
– Men mag blij zijn dat DNO eindelijk een opera van een hedendaagse, Engelse componist op de planken brengt. Engelse opera’s van de afgelopen 10 jaar van Thomas Adès, Harrison Birtwistle, Jonathan Dove, James McMillan, Nicholas Maw, Michael Nyman, Rachel Portman, Robert Saxton en Mark-Anthony Turnage werden stelselmatig verwaarloosd door DNO, die haar ogen slechts op het oosten gericht heeft. *****

10. Is de productie artistiek innovatief?
– De muziek van George Benjamin heeft een geheel eigen idioom. Door de conversatiestijl aan het begin van de akten en de late climaxen aan het einde ervan (zoals ook in zijn ‘Sometime Voices’ uit 1996), heeft ‘Written on Skin’ een traagheid, die je niet vaak in opera ziet. Of die traagheid de bezoeker pakt en onder de huid gaat zitten is een andere vraag. 
****

 11. Zijn er Nederlandse zangers, regisseur, ontwerpers, dirigent?
– Behalve het Nederlands Kamerorkest is er geen Nederlandse inbreng. **

12. Hoe is het bezoekersaantal in verhouding tot zaalcapaciteit?
– Van de 1400 plaatsen waren minder dan 1200 bezet (85%) en de kaartverkoop voor de overige voorstellingen verloopt akelig slechter. Het publiek komt niet opdagen om een aantal redenen. Ten eerste is DNO onzichtbaar. Zij denkt schijnbaar dat het publiek wel afkomt op Google advertenties, affiches langs de wegen in Amsterdam en artikelen van bevriende journalisten, maar dit is niet genoeg. Ten tweede zorgt DNO er met de eerste drie – bij het grote publiek onbekende – opera’saan het begin van het seizoen voor, dat veel bezoekers hun geld in hun zak houden tot ‘Die Zauberflöte’ in december. Het is onbegrijpelijk dat een instituut als DNO absoluut de feeling met het publiek niet heeft of gewoonweg niet wil hebben. 
**