RECENSIE: Verdi – Stiffelio

© Opéra de Monte-Carlo

Stemmige ‘Stiffelio’ in Monaco

De Opéra van Monte-Carlo besluit het seizoen met een schitterende ‘Stiffelio’ van Verdi.

Het Verdi-jaar biedt de mogelijkheid om opvoeringen van zijn minder populaire opera’s te kunnen bezoeken. In dat kader brengt de Opera van Monte-Carlo ‘Stiffelio’, één van de meest verwaarloosde werken van Giuseppe Verdi (1813 – 1901). Voor de première van ‘Stiffelio’ in 1850 in Trieste eiste de katholieke, Italiaanse censuur al veranderingen aan de opera vanwege het “immorele” onderwerp: het overspel van de echtgenote van een predikant. Na de lauwe première vorderde de censuur nog meer ingrijpende veranderingen. Verdi maakte in eerste instantie aanpassingen aan ‘Stiffelio’ (zo werd de predikant vervangen door een politicus), maar reviseerde het uiteindelijk radicaal tot de nieuwe opera ‘Aroldo’, die in 1857 in Rimini in première ging. Tenslotte verdween ‘Stiffelio’ helemaal van het repertoire. Tot pas in 1968 de verloren gewaande manuscripten van de partituur van ‘Stiffelio’ werden teruggevonden en haar tweede première beleefde in Parma met de legendarische sopraan Ángeles Gulín als Lina.

Ook tegenwoordig wordt ‘Stiffelio’ nog maar zelden opgevoerd, in dit Verdi-jaar zover bekend slechts in Boedapest, Catania en Monte-Carlo. En dat is jammer, want het is een schitterende werk. De opera kent krachtige momenten, waarin Verdi zich al verzet tegen traditionele operavormen. Hoogtepunten zijn de boeiende ensembles. De realisatie van de opera door de Opéra de Monte-Carlo is een co-productie met Parma (2012), waar zoals gezegd de opera in 1968 haar tweede première beleefde. De vermogende opera van Monaco voert vier voorstellingen van ‘Stiffelio’ op met een droombezetting. De Argentijn José Cura zingt de titelrol van Stiffelio – één van de lastigere Verdi-tenorpartijen – al zo’n twintig jaar. Hij heeft een prachtig kopregister en op de momenten dat hij voluit gaat is hij de tenor van wereldklasse. Maar te vaak gaat hij hier op de automatische piloot en is het niet erg interessant. De lyrische sopraan Virginia Tola – een landgenote van Cura – valt in voor de dramatische coloratuurpartij van Lina en kan dat maar beter niet te vaak doen. De Italiaanse bariton Nicola Alaima is fantastisch als Stankar. De kleuren, de dynamische nuances, de fraseringen verraden hem als één van de grootste zangers van onze tijd.

Maar de ster van de matinee is dirigent Maurizio Benini. Al in de ouverture maakt hij een goed geheel van de potpourri en de opening van de tweede akte was schitterend geconcentreerd, ook al was de cabaletta van Lina’s aria te snel. Hij luistert goed naar de zangers en ondersteunt hen uitstekend met stevig muzikaal tapijt. Het koor zingt nauwkeurig. De enscenering is van de Zwitserse regisseur Guy Montavon, die intendant was aan de opera van Erfurt en het operahuis tien jaar geleden op de wereldkaart wist te zetten door Philip Glass de opdracht te geven voor de opera ‘Waiting for the Barbarians’. Zijn ‘Stiffelio is sfeervol schetsend. De kostuums zijn illustratief en de decors van Francesco Calcagnini uit Pesaro zijn prachtig. De metalen hekken, de grove, grijze wanden en het hout dienen als fraaie achtergrond voor de begraafplaats en de kerk. Stemmiger dan dit kan je deze opera bijna niet ensceneren.

Deze ‘Stiffelio’ was de laatste voorstelling van het seizoen van Monaco en draagt er hopelijk aan bij, dat dit werk nog meer op het repertoire genomen gaat worden. De Nederlandse artistiek leider van Monaco Eline de Kat heeft voor het komende seizoen opnieuw een schitterend programma samengesteld met onder andere de Nederlandse sopraan Barbara Haveman in de titelrol van ‘Rusalka’.

Buitenlandse Recensies, Home