RECENSIE: Ullmann – Der Kaiser von Atlantis

© Barbara Braun

‘Der Kaiser von Atlantis’ in Berlijn muzikaal indrukwekkend

De Staatsopera Unter den Linden van Berlijn heeft de opera ‘Der Kaiser von Atlantis’ van Viktor Ullmann op het programma genomen. Het meesterwerk met historische lading krijgt in Berlijn een niet erg interessante enscenering, maar wordt muzikaal wel erg indrukwekkend opgevoerd.

De opera ‘Der Kaiser von Atlantis’ van Viktor Ullmann (1898 – 1944) is een historisch werk, dat je blijft bezighouden en waarin iedere keer weer nieuwe aspecten te ontdekken zijn. Het is een meesterwerk, dat Ullmann componeerde in het concentratiekamp Theresienstadt en er repeteerde voordat hij in Auschwitz werd vergast samen met zijn librettist Peter Kien, hun echtgenotes en ouders. De verwijzingen van ‘Der Kaiser von Atlantis’ naar Nazi Duitsland zijn evident. Het verhaal gaat over de Keizer Overall (“Deutschland über alles”), die over de hele wereld heerst en door de Trommler de oorlog van allen tegen alles laat aankondigen (“Wollt ihr den totalen Krieg?”). Hierop weigert de Dood om de mensen verder te laten sterven en breekt de macht van de Keizer. De Dood wil slechts zijn taak weer oppakken als de Keizer zijn eerste slachtoffer wordt.

De Staatsopera van Berlijn is te loven, dat het de eenakter op het programma neemt. De operastudio van het gezelschap voert de opera op, zoals in Münster 2010 de muziekschool en het jeugdorkest en in Warschau 2012 de jonge zangers van de kameropera meewerkten. Het programmaboekje vermeldt dat de Scott-uitgave wordt gebruikt. Inderdaad zingt Harlekin in de finale van de eerste scène “Was machst du da?” niet tijdens, maar na de frasen van de Trommler en de Tod en worden Ullmanns eerste versies van de Trommlers aria in de eerste scène en de Kaisers Abschiedsaria gespeeld. Op andere plaatsen wordt echter de autografie van Ullmann gevolgd. Zo wordt de dodendans-minuet in zijn geheel na de eerste scène gespeeld (net als in Warschau vorig jaar) en niet opgedeeld (zoals in de Scott-editie) in een gedeelte na de eerste en en een gedeelte na de tweede scène.

Regisseuse Mascha Pörzgen brengt een conventionele productie. Een grote, schuine wand met rechthoekige speelgaten komt langzaam bedreigend op de toeschouwer af en de zangers hebben dikke, witte schmink als in een Brechtiaans stuk. De enscenering is helaas niet erg vindingrijk, niet expressief als in Münster of aangrijpend als in Warschau. Bovendien wordt er gewerkt met dubbelrollen, waardoor de mogelijkheid van het spiegelbeeldpatroon van de personages Keizer / Dood, Soldaat / Harlekijn en Trommler / Lautsprecher niet wordt aangewend. Maar in Theresienstadt werd ook met één tenor gerepeteerd – David Grünfeld (1915 – 1963) – voor zowel de Soldaat als Harlekijn.

Ullmann had fantastische zangers tot zijn beschikking in Theresienstadt en de opera stelt dan ook hoge eisen aan de stemmen. De jonge zangers van de operastudio van de Staatsopera van Berlijn zijn allen uitstekend tegen de partijen opgewassen. Zij zijn stuk voor stuk talenten, die over een aantal jaren op grote podia te horen zullen zijn. De Hongaars-Roemeense bariton Gyula Orendt zingt Kaiser Overall met schitterende expressie en prachtige kleuren. Hij kan een grote carrière tegemoet zien. De Koreaan Kyungho Kim is zowel Harlekin als de Soldat en heeft een mooie, lyrische, open tenor. De Duitse sopraan Mareike Schröter als Bubikopf is een Brünnhilde in de startblokken. De Roemeen Alin Anca is zowel de Lautsprecher als de Tod met een sonore bas en de Britse mezzosopraan Rowan Hellier is meer lyrisch dan dramatisch als de Trommler.

De leden van Staatskapelle Berlin en de orkestacademie van de Staatskapelle onder leiding van dirigent Felix Krieger spelen schuin boven het toneel, waardoor de zangers overstemd worden ten koste van hun verstaanbaarheid. Het ensemble – net als in Warschau met klavecimbel, piano én harmonium uitgerust – weet uitstekend de kleur, sfeer en expressie te treffen van de aangrijpende muziek van Ullmann. De opvoering was volledig uitverkocht en de vraag naar kaarten zo groot, dat de voorstellingsreeks met een extra uitvoering was uitgebreid.

Buitenlandse Recensies, Home