RECENSIE: Thomas – Hamlet

© Hermann und Clärchen Baus

Waanzinnige ‘Hamlet’ steekt rest naar de kroon

Ambroise Thomas (1811–1896) heeft twee meesterwerken gecomponeerd: de opera ‘Mignon’ gebaseerd op het boek ‘Wilhelm Meister’s Lehrjahre’ van Goethe en ‘Hamlet’ op basis van het gelijknamige toneelstuk van Shakespeare. Ooit waren zij zo populair, maar tegenwoordig worden zijn opera’s nauwelijk nog opgevoerd. Van ‘Hamlet’ wordt dit seizoen in de wereld slechts één productie gespeeld, namelijk door De Munt Opera Brussel.

De Munt Opera Brussel brengt een co-productie van ‘Hamlet’ met het Theater an der Wien, die vorig jaar de enscenering in première liet gaan. De regie is in handen van Olivier Py (1965), die de opera benadert vanuit filosofische, psychoanalytische, politieke en esthetische invalshoeken. Py heeft een voorkeur voor statische personages in strakke decors en in de donkere en ingehouden atmosfeer komt het “lijden” van alle personages goed tot zijn recht. Zo ziet men in de proloog al de automutilatie van Hamlet, schminkt Ophélie zich tijdens haar waanzinsscène met modder en wordt het oedipale element tot uiting gebracht wanneer Gertrude haar naakte zoon Hamlet wast in de badkuip. Py omvat alle aspecten van het verhaal, waaronder dictatuur, dood, theater en waanzin. Hij geeft ‘Hamlet’ een gespannen lading en maakt er een pakkend drama van.

Thomas componeerde met respect en zorg voor de vocale registers van de zangers. Zo schreef hij delicate muziek voor de gevoelige rol van Ophélie, die men slechts zelden zo breekbaar vertolkt hoorde en zag als hier door de Nederlandse sopraan Lenneke Ruiten. Haar pure stem met dat “gouden randje”, haar muzikaliteit en haar prachtige Franse uitspraak zijn een genoegen om naar te luisteren. En de hoge E aan het einde van de waanzinsscène was fraai gezongen en niet – zoals vaak gebeurt – aangestipt of geschreeuwd. Deze maand werd bekend dat Lenneke Ruiten in 2015 in de Scala van Milaan de rol van Giunia in ‘Lucio Silla’ zal zingen. Dat terwijl DNO haar alleen maar in 2008 engageerde voor twee bijrolletjes…

De titelrol van Hamlet is waarschijnlijk de meest indrukwekkende baritonpartij in de geschiedenis van de Franse opera. En de Franse bariton Stéphane Degout steekt zijn befaamde voorgangers in de titelrol naar de kroon. Hij is vocaal beheerst en solide en met een fantastische dictie en een scala aan kleuren verklinkt hij de declamatoire passages schitterend. Zo’n Hamlet hoor je niet snel weer! En Degout toont lef door poedelnaakt op het toneel te staan. De Amerikaanse mezzosopraan Jennifer Larmore liet zich verontschuldigen vanwege een verkoudheid, maar haar Gertrude bezit dramatiek, vocaal verscheurd door gevoelens, politiek en gebeurtenissen. Andere sterke bijdragen waren er van de Nederlandse bariton Henk Neven in prefect Frans als Horatio annex grafdelver en de Franse bas-bariton Vincent Le Texier als een lyrische Claudius met een goede balans tussen zijn gevoelige muziek en machtige personage.

De Franse dirigent Marc Minkowski beheerst de melancholische sfeer van de opera uitstekend en hij heeft een goed gevoel voor de grote gestes van de Grand Opéra. Indrukwekkende inbreng is er van de hout- en koperblazers van het Symfonieorkest van de Munt. Een muzikale vondst is het de saxofonist – voor zover bekend werd in ‘Hamlet’ voor het eerst de saxofoon als instrument in een opera gebruikt – op het toneel te tonen tijdens de tweede akte. En gelukkig is de balletmuziek weggelaten. De finale is overigens een vreemde hybride tussen het einde van de wereldpremière van 1868 en het slot van de revisie voor Covent Garden van een jaar later.

Kortom, een muzikaal voortreffelijke en scenisch spannende productie, een voorstelling waar men in Amsterdam slechts van kan dromen…

Buitenlandse Recensies, Home