RECENSIE: Goldschmidt – Beatrice Cenci

© Thomas M. Jauk

Jac van Steen leidt indringende ‘Beatrice Cenci’ in Dortmund

De componist Berthold Goldschmidt maakte in 1949 van het renaissanceverhaal over Beatrice Cenci een indrukwekkende opera. Deze opera en haar componist, die eerst door de Nazi’s en daarna door de tijdsgeest werd belemmerd, worden gerehabiliteerd door de Oper Dortmund met een indringende productie.

Het verhaal over Beatrice Cenci leent zich uitstekend voor opera. Beatrice wordt door haar invloedrijke en tirannieke vader gekwetst en zelfs verkracht, waarna zij samen met haar eveneens onderdrukte stiefmoeder opdracht geeft om hem te vermoorden. Na de moord worden zij echter ontdekt, aangeklaagd en tenslotte onthoofd. Het verhaal uit het Rome van de laat zestiende eeuw werd in de negentiende eeuw door de Engelse dichter Shelley in het boek ‘The Cenci’ opgeschreven en de BBC-medewerker Martin Esslin baseerde hierop eind jaren veertig van de vorige eeuw zijn libretto voor de tweede opera van de componist Berthold Goldschmidt (1903 – 1996).

Het thema van dader en slachtoffer en de rechtvaardiging van geweld was voor Berthold Goldschmidt interessant. De Duits-Joodse componist was in 1936 voor de Nazi’s naar Londen gevlucht en 22 van zijn familieleden waren door de Nazi’s vermoord. Zijn veelbelovende carrière was door dit alles afgebroken en gedurende 15 jaar zou hij nauwelijks nog componeren. Eind jaren veertig begon hij te schrijven aan de opera ‘Beatrice Cenci’ in de laatromantische traditie, die zijn leraar Franz Schreker hem begin jaren twintig in Berlijn had geleerd. Goldschmidt stuurde het werk in 1949 anoniem in voor een concours, maar zijn stijl was inmiddels uit de mode. Slechts fragmenten van de opera werden in 1953 in concertante vorm opgevoerd en van een BBC uitzending van het concert – gedirigeerd door de componist zelf – bestaan nog opnamen. Pas in 1994 maakte de 91-jarige Goldschmidt de wereldpremière van ‘Beatrice Cenci’ mee.

Het is moedig van de Oper Dortmund om ‘Beatrice Cenci’ op de planken te brengen, want vooraf weet men al dat deze onbekende en zelden opgevoerde opera geen publiekstrekker zal zijn. Regisseur Johannes Schmid sprong op korte termijn in voor Regula Gerber, die zich vanwege burn-out terugtrok. Schmid maakt in zijn enscenering geen keuze tussen de historische, familiaire, politieke of actuele aspecten van het verhaal. Hij laat in een abstract decor de personages voor zichzelf spreken met ingetogen lichaamstaal. Uiteindelijk werkt het prima en wordt het verhaal spannend verteld. En men mag al blij zijn dat er geen Duits regietheater op ‘Beatrice Cenci’ was losgelaten.

De Nederlandse dirigent Jac van Steen levert met deze uitvoering een topprestatie. Sinds 2008 is hij Generalmusikdirektor van Dortmund en het zwaartepunt van zijn werk is de opvoering van eigentijdse muziek. Van Steen neemt in ‘Beatrice Cenci’ opvallend snellere tempi dan Goldschmidt zelf deed, maar daardoor krijgt de muziek een grotere coherentie en worden de melodieën helderder. Van Steen geeft de tonale muziek van Goldschmidt een grote rijkdom aan kleuren. Zijn opbouw en menging van de klanken zijn verbluffend sterk en de muziek klinkt weelderig, dramatisch en intens gevoelig. Met name de koperblazers van de Dortmunder Philharmoniker tonen zich van hun sterkste kant. Het is verrukkelijk om de muziek van Goldschmidt op zo’n niveau “live” te kunnen horen.

Goldschmidt schrijft met gevoel voor de stem en het ensemble van Dortmund met Duitse solisten zingt zijn vocale partijen verzorgd en met expressie. Voor de rol van Beatrice stond Goldschmidt een dramatische sopraan voor ogen, maar beter nog komt de partij tot haar recht met de lyrische sopraan van Christiane Kohl. Zij brengt de verschillende karakters van de partij – van slachtoffer tot steun en toeverlaat en gestrafte – schitterend tot uitdrukking. Haar vertolkingen van Shelley’s gedichten, die Goldschmidt componeerde tot de hartverscheurende aria “Rough wind” in de tweede akte en de afscheidsaria “False friend” in de derde akte, zijn prachtig. Goldschmidt schreef de partij van Cenci voor een dramatische bariton, maar met een bas als Andreas Macco mist men een bariton niet. Macco is een kille en boosaardige Cenci en hij zingt zijn finale aria van de eerste akte “Oh, you bright wine” demonisch. Christoph Strehl toont zich een talentvolle tenor als Orsino en bij sommige tonen doet hij zelfs denken aan Jonas Kaufmann. Voor de rol van Lucrezia had Goldschmidt een alt bedoeld en de mezzosopraan van Katharina Peetz is, hoe goed ook, helaas te slank voor de partij van de stiefmoeder.

De Oper Dortmund heeft een moedig initiatief genomen om deze opera op te voeren en draagt met deze indringende uitvoering bij aan de rehabilitatie van het werk en de componist. En Dortmund gaat volgend seizoen door met interessant repertoire, want op het programma staat dan de Duitse première van de opera ‘Anna Nicole’ van Turnage gedirigeerd door Jac van Steen en met Christiane Kohl in de titelrol.

Buitenlandse Recensies, Home