RECENSIE: Wagner – Die Walküre

Frank van Aken is held van de Scala in ‘Die Walküre’

Frank van Aken werd één dag voor de tweede voorstelling van de openingsproductie van het Scala operaseizoen 2010 / 2011 onverwachts verzocht in te vallen voor de rol van Siegmund. Hiermee maakte de Nederlandse heldentenor zijn indrukwekkende debuut aan het Milanese operahuis.

De opening van het nieuwe operaseizoen van het Teatro alla Scala in Milaan is altijd het visitekaartje van het prestigieuze huis. Dit seizoen begint met een nieuwe enscenering van ‘Die Walküre’, een co-productie die in april 2011 voor de Staatsopera Berlijn gepland staat. De productie werd overschaduwd met invallers. Vitalij Kowaljow verving René Pape als Wotan, Ekaterina Gubanova verving Doris Soffel als Fricka en de Nederlandse heldentenor Frank van Aken viel op het laatste moment in voor de zieke Simon O’Neill in de rol van Siegmund. En Van Akens optreden was ronduit indrukwekkend en sensationeel.

Met een open en solide “Wess’ Herd diess auch sei” valt Frank van Aken in de eerste akte Hundings huis binnen. De frase gaat tot een lage D en Van Aken demonstreert hierin al, dat zijn heldere en verstaanbare borstregister in deze lage tenorpartij ideaal is. Hij treft in deze scène de nasale, maar charismatische Sieglinde van Waltraut Meier. Meier zong haar eerste Sieglinde al in 1994 en opende reeds meerdere malen het Scala-seizoen. Als Hunding – een weinig stijlvolle, non-vibrato orgelende John Tomlinson – thuiskomt, vertelt Van Aken Siegmunds verhaal met fraai donkere lijnen. Sieglinde bedwelmt vervolgens Hunding en Van Aken begint spannend de climax met “Ein Schwert verhiess mir der Vater”. Van de mooi legato gezongen, overdenkende momenten tot de felle, heroïsche passages beheerst hij hier het hele scala volkomen. Zijn oproep naar vader Wotan met de dramatische uitbarsting “Wälse! Wälse!” – ieder zeven seconden – slingert hij op zijn knieën aan de rand van het podium de zaal in. Hij krijgt van dirigent Daniel Barenboim hier alle vrijheid en komt met gemak over het enorme orkest van de Scala heen. De volgende monoloog “Was gleisst dort hell im Glimmerschein?” zingt Van Aken hartverwarmend en de zanglijnen met de lage C’s schildert hij indrukwekkend in zijn bijna baritonale borstregister. Zijn vertolking van de “Winterstürme”-aria is een bruisend feest en de volgende liefdesverklaring aan Sieglinde brengt hij extatisch. Prachtig ook hier de interactie met de sportieve tegenspeelster Waltraut Meier en fantastisch hoe zij elkaar tegenspel geven en ruimte bieden. Na het uitnemen van het zwaard uit de boom bezorgt Van Aken met zijn zinderende hoge A in “Wälsungenblut” kippenvel. Het is fantastisch om in deze finale te horen, dat – zonder repetitie en slechts door goed op elkaar te letten – de invallende zanger en de attente dirigent zo’n schitterend samenspel kunnen bieden.

In de tweede akte ontmoet Van Aken de Brünnhilde van Nina Stemme. Haar sopraan doet op de lyrische momenten denken aan de warmte van Astrid Varnay en heeft nog opvallend veel reserve. Weinig sopranen zingen de titelrol tegenwoordig beter dan zij. Van Aken opent de “Todesverkündigung” met een plechtige toon. Opvallend ook hier weer zijn donkere, lage en verstaanbare borstregister. Geweldig zijn edele heroïek en opnieuw een fraai voorbeeld van samenspel tussen hem en Barenboim in het accelerando op “Zwei Leben lachen dir hier”. In de volgende scène, waarin Wotan – een solide, egaal en fraai heldenbaritonaal geluid van Vitalij Kowaljow – Siegmund de overwinning ontneemt, is het zwaard voortijdig gebroken. Maar Van Aken lost dit vindingrijk op en slechts weinig toeschouwers zullen het hebben gemerkt.

De Vlamink Guy Cassiers ziet in zijn regie af van personenregie, maar vertrouwt op de werking van decoratie met grote draaiende bollen en laser en videoprojectie, die het verhaal vertelt. Het is allemaal passief en laat weinig ruimte voor acteren. Voor deze monotonie duurt Wagner te lang en dat is erg pijnlijk. De kostuums zijn belachelijk. De Walküres zijn in gala gestoken, waarbij Brünnhilde een plunjezak draagt. Kortom, de Scala had een betere openingsproductie verdiend.

Frank van Aken had zich bij zijn debuut aan de Scala geen betere dirigent kunnen wensen dan Daniel Barenboim. Barenboim had met Wagner al ervaring opgedaan in Bayreuth en dirigeerde daar tussen 1988 en 1992 onafgebroken ‘Die Walküre’ als onderdeel van de complete Ring-cyclus. Zijn ‘Die Walküre’ is spannend en bezit extremen: Nu eens is het doorschijnend en fluisterzacht, dan weer dramatisch, intensief en compact, terwijl de zangers te allen tijde te verstaan blijven. En Frank van Aken bestijgt met dit daverende debuut aan de Scala de absolute operatop van de wereld.

Buitenlandse Recensies, Home