RECENSIE: R. Strauss – Salome

© Rita Newman

Grote triomf voor Annemarie Kremer als Salome in Wenen

De Nederlandse sopraan Annemarie Kremer maakt haar debuut in de titelrol van de opera ‘Salome’ in Wenen. Zij is in alle opzichten een sensationele en opwindende Salome.

Wenen heeft een grote traditie met de opera ‘Salome’ van Richard Strauss (1864 – 1949). Na de wereldpremière in Dresden van 1905 werd een jaar later al de eerste Oostenrijkse voorstelling gegeven in Graz en in 1907 vond de eerste opvoering in Wenen plaats, toen het operagezelschap van het Duitse Breslau een gastoptreden verzorgde. In dat jaar ook werd de opera al in Amsterdam, Utrecht, Den Haag, Rotterdam en Arnhem uitgevoerd. In 1910 volgt – aangezien de censuur van de Weense Hofoper (de huidige Staatsopera) de opera tegenhoudt – de eerste opvoering in de Weense Volksoper onder leiding van Alexander Zemlinsky. Een jaar later zingen onder anderen Gemma Bellincioni en Aino Ackte de rol van Salome in de Volksoper en dirigeert Richard Strauss de opera zelf. Ook zingt in 1944 de befaamde sopraan Ljuba Welitsch de rol van Salome in de Volksoper ter gelegenheid van de 80ste verjaardag van de componist.

In deze historisch belangrijke Weense Volksoper maakt de Nederlandse sopraan Annemarie Kremer haar debuut als Salome. En hoe! Zij acteert fantastisch en beantwoordt fysiek volledig aan de jeugdige prinses. Elke toon van haar stem is geïmpregneerd met een betekenis. Haar kinderlijke drift in “Ich will nicht hinein gehn”, haar onbedwongen begeerte in “Gewiss ist er keusch wie der Mond”, obsessief in “Dein Leib ist grässlich”, ongeduldig in “Gib mir den Kopf des Jochanaan!” en gehypnotiseerd in “Sie sagen, dass die Liebe bitter schmecke”. En haar pathologische Liebestod was ronduit fenomenaal. Haar sopraan is nu weer ruig en met “Durchslagskraft” en dan weer toch zo beheerst in de hoogte en het piano. Annemarie Kremer is in alle opzichten een sensationele en opwindende Salome.

Zij weet zich in de Volksoper omringd door fantastische zangers. Sebastian Holecek zingt in Wenen een thuiswedstrijd als een magistrale Jochanaan. Zijn stem is indrukwekkend egaal tot in de hoogte, waar hij pas laat dekt zoals een goede heldenbariton betaamt. Ook de Duitse Irmgard Vilsmaier is een verademing als moeder Herodias. Haar dramatische sopraan – zij schijnt overigens een geweldige Brünnhilde te zingen – knalt de zaal in en zij zingt echt de lijnen van haar partij. Ook de Oostenrijkse karaktertenor Wolfgang Ablinger-Sperrhacke zingt – anders dan doorgaans gebruikelijk in de rol – alle noten van de partij van Herodes en geeft ze hun volle lengte, zonder afbreuk te doen aan het neurotische van de stiefvader van Salome.

Richard Strauss heeft ooit gezegd, dat het dirigeren van ‘Salome’ “hels uitputtend” is en de moeite, die de Duitse dirigent Roland Böer in zijn eerste ‘Salome’ heeft, is te horen. De dissonante harmonieën en hoekige lijnen van de orkestpartij zijn duidelijk en strak, maar Böer laat het orkest te luid spelen, is vaak te snel, houdt op de meest essentiële plaatsen het orkest en de zangers niet bij elkaar en ademt niet met de zangers mee. Hij is hier nog een maatje te klein voor ‘Salome’ en boegeroep viel hem dan ook ten deel. Böer praat overigens in het programmaboekje over de noodzaak van een sneller tempo bij ‘Salome’ plus het ontbreken van een opname van de opera gedirigeerd door Strauss zelf, maar er bestaan weldegelijk opnamen van fragmenten uit ‘Salome’ gedirigeerd door Strauss – uit 1942 in de Weense Staatsopera – en men hoort de rust, die de componist daar neemt. Nog even studeren dus.

Over de regie van Marguerite Borie is niet veel toe te voegen aan het commentaar dat al bij de uitvoering van haar productie van ‘Salome’ in Luik werd gegeven, ook al stoorde de enscenering hier minder door de voortreffelijke zangers en het scherpere, meer passende Duits.

Annemarie Kremer kan – zonder schroom en vol vaderlandse trots – de meest opwindende Salome sinds Ljuba Welitsch genoemd worden. Zij werd dan ook bij het applaus op de premièreavond door het publiek met een ovatie beloond en maar liefst tien keer teruggeroepen voor een buiging. Wellicht komt er na dit sensationele debuut interesse van de Weense Staatsopera, die deze maand eveneens een ‘Salome’ productie opvoert.

Buitenlandse Recensies, Home