RECENSIE: R. Strauss – Der Rosenkavalier

© Paul Leclair

Afscheid Kiri Te Kanawa in Keulen: “Die Zeit, die ist ein sonderbar Ding”

Als een “Grande Dame” nam Dame Kiri Te Kanawa het onstuimige applaus in ontvangst, dat haar ten deel viel na ‘Der Rosenkavalier’ in Keulen. Met deze voorstelling nam de sopraan afscheid van een carrière van 40 jaar op het operatoneel. Een uitverkochte zaal toonde haar een eerbetoon met een uitzinnige ovatie van een kwartier en door haar zo’n tien keer terug te roepen.

Het afscheid van Dame Kiri Te Kanawa werd vorig jaar wereldwijd groots aangekondigd. Het operahuis van Keulen bood de Nieuw-Zeelandse sopraan de opera ‘Der Rosenkavalier’ van Richard Strauss (1864 – 1949) aan als vehikel voor haar adieu aan het operatoneel. Haar status van primadonna kreeg Kiri Te Kanawa in 1971 na haar debuut als Gravin in ‘Le Nozze di Figaro’ in Londen en nu bijna 40 jaar later zegt zij de bühne vaarwel met één van haar glansrollen. Zij zong de rol van Die Feldmarschallin al in 1981 in Parijs en in 1985 in Covent Garden en zij nam de partij in 1990 in de studio op onder leiding van Bernard Haitink. Het is vooral haar persoonlijkheid, die opvalt in deze rol. Haar charme en de schoonheid en gevoeligheid van haar interpretatie maken haar een voorbeeldige Marschallin. Haar ontspanning, eenvoud en sierlijkheid staan voorop, ook al had zij in Keulen een betere enscenering verdiend.

Regisseur Günter Krämer (1940) plaatst ‘Der Rosenkavalier’ in een woud van bamboe, waar niets is wat het lijkt. Is de baron nu een bullebak met z’n broek op z’n enkels of toch een heer van stand? Is Octavian nu werkelijk een jongen of toch een meisje? Kleding uit de “Kneipe” en uit de Roccoco, verlichting door middel van een discobol, neon en een Kitschlamp. Het is een gemaskerd bal in een uitdragerij en al met al is het vlees noch vis. Daarin is de Duitse Claudia Mahnke een Oktavian van wereldformaat. Haar mezzo heeft alles in zich om één van de groten van onze tijd te zijn. De IJslandse bas Bjarni Thor Kristinsson als Baron Ochs auf Lerchenau heeft een ietwat kelig en typisch Scandinavisch geluid, maar zingt bewonderenswaardig alle nuances van de rol en is 100% “gut drauf”. De Duitse Jutta Maria Böhnert heeft een zoete en volle sopraan en is een pure Sophie. De Zweedse dirigent Patrik Ringborg heeft een goed voortstuwend gevoel voor de adembenemend lange series Weense walsen.

En gelukkig is Dame Kiri Te Kanawa wie zij is. Haar vertolking laat zien, dat de rol van Marschallin uitstekend later in de carrière van de sopraan gezongen kan worden en men betreurt haar afscheid. Haar frasen “Mein lieber Hippolyte”, “Aber wie kann das wirklich sein?” en “Die Zeit, die ist ein sonderbar Ding” krijgen hier wel een heel bijzondere lading. Deze ‘Der Rosenkavalier’ is een adieu aan een tijdperk van Marschallins door lyrische sopranen, zoals ook Dame Felicity Lott, Lucia Popp en Gundula Janowitz ze waren. Een nieuwe generatie met wellicht grotere stemmen maakt haar opwachting als Marschallin, maar het was toch de persoonlijkheid van voorgenoemde zangeressen, die hun interpretaties zoveel interessanter maakten.

Buitenlandse Recensies, Home