RECENSIE: Dukas – Ariane et Barbe-blue

© Antoni Bofill

Ariane te gast bij Josef Fritzl in ‘Ariane et Barbe-bleu’

De opera ‘Ariane et Barbe-bleu’ van Paul Dukas wordt steeds vaker opgevoerd. De sopraan Katarina Karnéus zong hierin al vaak de rol van Ariane, waaronder in het Concertgebouw van Amsterdam, de Oper Frankfurt en nu in het Gran Teatre del Liceu van Barcelona. De productie in het Liceu is een spannende, ijzige en onderhoudende enscenering van de hand van regisseur Claus Guth.

‘Ariane et Barbe-bleu’ is de enige voltooide opera van Paul Dukas (1865- 1935). Het libretto is geschreven door Maurice Maeterlinck, die ook verantwoordelijk was voor het libretto van ‘Pelléas et Mélisande’ van Debussy en Maeterlincks minnares Georgette Leblanc zong de rol van Ariane tijdens de wereldpremière van 1907 in de Opéra Comique van Parijs. Het verhaal gaat over de poging Ariane om Blauwbaards vijf opgesloten vrouwen te bevrijden, die echter uiteindelijk weigeren bevrijd te worden. Het nemen en geven van vrijheid was het thema, dat Maeterlinck bezig hield.

Kort na de première in Parijs werd ‘Ariane et Barbe-bleu’ al opgevoerd in Wenen, Londen, New York, Milan, Frankfurt en Madrid. De Wagnervereeniging voerde in 1936 de opera op in Amsterdam met Germaine Lubin als Ariane, maar ten tijde van de Tweede Wereldoorlog werd het werk van de Joodse Dukas uiteraard niet meer gespeeld. In 1961 werd een fantastische opname van de opera gemaakt in de KRO-studio te Hilversum met Marijke van der Lugt als Ariane en Annie Delorie als La Nourrice en het Omroep Koor en Omroep Orkest onder leiding van Albert Wolff. Sinds de herontdekking in 1989 van De Nederlandse Opera wordt ‘Ariane et Barbe-bleu’ weer vaker op het repertoire genomen. Vorig jaar werd de opera nog gespeeld in het Concertgebouw van Amsterdam met Katarina Karnéus als Ariane. En zij zingt nu de rol in Barcelona in de zover bekend enige geënsceneerde productie van ‘Ariane et Barbe-bleu’ dit jaar.

De productie in het Liceu van Barcelona is de tweede enscenering in Spanje na de première van 1913 in Madrid. Het is een productie uit Zürich van de Duitse regisseur Claus Guth(Frankfurt, 1964), die in 2008 in Amsterdam nog werd uitgeboed voor zijn ‘Un Ballo in Maschera’ bij De Nederlandse Opera. Zijn enscenering van ‘Ariane et Barbe-bleu’ is sterker. Blauwbaard ziet eruit als een soort enge Josef Fritzl en ook het geprojecteerde huis met sneeuw doet denken aan het huis van de incestueuze Oostenrijker. Zijn vrouwen – Araine refereert aan hen als zussen – zijn opgesloten in een kelder en hebben bange, autistiforme trekken door de langdurige gevangenschap. Zij twijfelen tot aan het einde over de vrijheid, die Ariane hen biedt en blijven uiteindelijk toch trouw aan Blauwbaard (vergelijk Stockholm-syndroom). Guths ideeën zijn vindingrijk. Hij blijft trouw aan de tekst en geeft een extra dimensie aan het verhaal. De sfeer van het geheel is ijzig. De sterke personenregie maakt het spannend en de dames spelen allen overtuigend.

De Zweedse sopraan Katarina Karnéus zong de rol van Ariane zoals gezegd al in Amsterdam en ook in Frankfurt, waar ze de rol het volgende seizoen opnieuw zal vertolken. Zij is een enigszins terughoudende Ariane, maar haar stem heeft een prachtige kleur, rond middenregister en fraaie resonansen. De Amerikaanse mezzosopraan Jane Dutton is een prima Amme en veteraan José Van Dam zingt de paar noten van Blauwbaard. Zijn vrouwen zijn goed bezet, waaronder de talentvolle Catalaanse mezzosopraan Gemma Coma-Alabert als Selysette. Het koor van boeren van het Cor del Gran Teatre del Liceu is helaas back-stage en daardoor onverstaanbaar. Het Orquestra Simfònica del Gran Teatre Liceu speelt onder leiding van de Franse dirigent Stephane Denève in de eerste akte weelderig en dramatisch en in de tweede akte prachtig doorschijnend. Hier en daar klinkt het af en toe als een tweedehands Wagner of Richard Strauss en lijkt Dukas een carbonpapiertje te hebben gelegd onder ‘Pelléas et Mélisande’. Maar als ‘Ariane et Barbe-bleu’ zo goed gespeeld wordt als in Barcelona is het een spannende opera en met zijn korte duur van nog geen twee uur onderhoudend. En de enscenering van Claus Guth is een goede pleitbezorger voor dit werk, dat gelukkig steeds vaker wordt opgevoerd.

Buitenlandse Recensies, Home