RECENSIE: Beethoven – Fidelio

© Barbara Aumüller

Bastiaan Everink sterke Pizarro in Darmstadt ‘Fidelio’

De Nederlandse bariton Bastiaan Everink is in het seizoen 2010 / 2011 vast geëngageerd aan het Staatstheater Darmstadt. In de nieuwe productie van ‘Fidelio’ is hij een sterke Pizarro. Bastiaan Everink belooft met deze vertolking een grote carrière tegemoet te gaan.

‘Fidelio’ van Ludwig van Beethoven (1770 – 1827) is een dankbaar werk voor een operagezelschap. De enscenering ervan hoeft niet duur te zijn en de opera doet het altijd goed bij het toeschouwers. Het verhaal over de heldenmoed van een vertwijfelde echtgenote spreekt een groot publiek aan en het thema vrijheid is universeel.

Het Staatstheater Darmstadt brengt een nieuwe productie van ‘Fidelio’. Regisseur is John Dew (1944, Cuba), die sinds 2004 intendant in Darmstadt is. De productieve Dew is van oorsprong decorbouwer en werkt sinds de jaren zestig al in de opera in Duitsland. Hij heeft de gesproken tekst tussen de muzikale nummers sterk geminimaliseerd en dat is een verademing. De eerste akte is gesitueerd in een oogverblindend decor van een kantoor met boekenkasten tot aan de hemel vol dossiers. De soldaten zijn hier kantoorklerken, die hier vermoedelijk de gevangenen registreren. Erg vlammend en vlot is de enscenering echter niet. Dew onderstreept de tweedeling, die er tussen de handelingen en zangstukken is, waardoor de zangers vaak stil staan tijdens het zingen. Ook de insertie van de kwartierlangdurende “Leonore-ouverture” voor de finale remt het verhaal, ook al is het handig voor het ombouwen van het decor tussen de donkere kerkerscène en de lichtapotheose van het vrijheidsplein. Prachtig is wel het toneeldoek, dat vanuit de bovenhoeken neergelaten wordt. Dat vindt je toch bijna nergens meer/ Waar vindt je dat nog?

De jonge dirigent Constantin Trinks (1975) uit Karlsruhe is een groot talent. Hij benadrukt meer de lyrische kant van ‘Fidelio’ dan de dramatische. Hij houdt goed controle over het Chor van het Staatstheater en het Staatsorchester Darmstadt en creëert non-vibrato klankbeelden. Zijn prestatie belooft veel voor de ‘Tristan und Isolde’, die hij in 2013 in Dresden zal dirigeren met de Nederlandse tenor Frank van Aken en de Nederlandse sopraan Eva-Maria Westbroek in de titelrollen. De Marzelline is uitstekend bezet door de Amerikaanse sopraan Margaret Rose Koenn. Zij is een echte, pure soubrette met een prima projectie, die ook goed doorkomt in de ensembles. Katrin Gerstenberger zingt de veeleisende rol van Leonore. Gerstenberger heeft een grote mezzosopraan met een breed middenregister en een hoogte, die niet altijd probleemloos klinkt. Florestan wordt gezongen door Hans-Georg Priese, die geen heldentenor is, maar er het beste van weet te maken. Thomas Mehnert is meer een ‘Kavaliersbas’ dan een echte ‘Zwarte bas’, maar zet met zijn ervaring een geloofwaardige Rocco neer.

En dan de Nederlandse bariton Bastiaan Everink, die in het seizoen 2010 / 2011 vast geëngageerd is aan het Staatstheater Darmstadt. Everink is een sterke Pizarro en de rol is hem op het lijf geschreven. Onheilspellend schildert hij met zijn grote heldenbariton de razende gouverneur vol snijdende dissonanten. Daarnaast weet hij opvallend goed dynamische nuancen aan te brengen. Everink zingt in april 2011 de rol van Escamillo in ‘Carmen’ tijdens zijn debuut bij de Deutsche Oper van Berlijn. Betrouwbare bronnen hebben bericht, dat hij daar in de toekomst als vaste bariton zal alterneren met zangers als Samuel Ramey en Renato Bruson in rollen als Scarpia en Escamillo. Bastiaan Everink gaat een grote carrière tegemoet en hij is weer zo’n voorbeeld van een Nederlandse zanger, die het Nederlandse publiek bij De Nederlandse Opera maar niet krijgt te horen…

Buitenlandse Recensies, Home