RECENSIE: Offenbach – Barbe-Bleue

© Morten de Boer

Opera Zuid trekt alle registers open met ‘Barbe-Bleue’

Satire is één van de moeilijkste genres in opera. Opera Zuid durft die uitdaging aan en vlamt, fonkelt en straalt van genot in de opéra bouffe ‘Barbe-Bleue’ van Offenbach. Het ensemble van jonge zangers is voortreffelijk en de jonge Belgische regisseur Waut Koenen toont zich een regietalent. Ook al vraagt zijn enscenering veel van het concentratievermogen van de toeschouwer.

In de opéra bouffe ‘Barbe-Bleue’ van Jacques Offenbach (1813 – 1880) blijft Blauwbaard steken tussen zijn zesde vrouw Boulette en zijn zevende Fleurette – het herderinnetje, alias prinses Hermia – omdat hij de zevende niet krijgt, de zesde hem voor zich wint en tenslotte alles een happy end krijgt. Volgens Offenbach zelf was ‘Barbe-Bleue’ uit 1866 zijn 62ste toneelwerk (van de 102). De satire is onverklaarbaar minder populair dan Offenbachs omringende werken ‘La Belle Hélène’ uit 1864 en ‘La Vie Parisienne’ uit 1866. Ook in ‘Barbe-Bleue’ wordt een bekend verhaal als gelegenheid voor satire gebruikt en met nieuwe verhaallijnen aangevuld. De geestige menging van lyriek en ironie, de filosofische humor, de persiflage en de verbinding van adel en volk zorgen voor het heerlijk burleske karakter.

Satire is één van de moeilijkste genres in opera. De jonge Belgische regisseur Waut Koenen toont zich een regietalent en trekt alle registers open. Hij geeft een uitvergroting van de gekte en het scheve decor toont een groot, larger-than-life toneelbeeld met een bovenmatig bed, een gigantische wasmachine en een titanische televisie waar bij tijd en wijle de personages – gekleed in pyjama’s als in een droom – doorheen klimmen. De enscenering vlamt, fonkelt en straalt van genot. De gesproken teksten waren in Offenbachs tijd net zo onderhoudend als de muziek en daarom heeft Koenen geestige citaten in de gesproken teksten verwerkt. ‘Les Contes d’Hoffmann’, ‘Roméo et Juliette’, ‘Die lustige Witwe’, ‘Carmen’, Edith Piaf, Jacques Brel, Sandra Kim en ‘Âllo, âllo’ komen voorbij. Ook schuwt hij – zoals Offenbach – kritiek op de actualiteit niet en verwijst naar subsidiekortingen op cultuur, Wikileaks, ‘Boer zoekt vrouw’ en de uitzetting van Roma uit Frankrijk. Vreemd genoeg ziet Koenen de opera niet in drie akten, maar – zoals hij het in het programmaboekje beschrijft – in vier en plaatst de pauze in het midden van de tweede akte. Voor de pauze duurt het al met al anderhalf uur en dat vraagt wel erg veel van het concentratievermogen van de toeschouwer. Hier had heel gemakkelijk een derde van de gesproken tekst weggelaten kunnen worden.

‘Barbe-Bleue’ is een uitstekend werk voor een ensemble en de jonge zangers van Opera Zuid zijn stuk voor stuk zonder uitzondering voortreffelijk. Allen zingen ook opvallend goed Frans. Opmerkelijk de tenor Mark Omvlee, die fantastisch is als de obsessief jaloerse koning Bobèche en de lekker excentrieke Karin Strobos in haar seksuele verlangens als de boerin Boulotte. Er werd met haar gegooid en gesmeten en haar blauwe plekken moeten talloos geweest zijn. Omvlee liep bij zijn spectaculaire opkomst in de tweede akte – zijn onderdanen omver tuimelend – een (schaaf)verwonding aan zijn linker knie op en kwam na de pauze terug met een (bescheiden) pleister. De Mexikaanse dirigent José Areán en het Limburgs Symfonie Orkest houden de vaart in de muziek en het koor van het Conservatorium Maastricht zingt, danst en speelt alsof hun carrière ervan afhangt.

Opera Zuid had ‘Barbe-Bleue’ zeer wel in het Nederlands kunnen opvoeren, zoals zij in 2007 met ‘Rusalka’ en in 2009 met ‘Tsaar Saltan’ deed. Dat zou uitstekend gepast hebben en de toeschouwers zouden voor de gesproken teksten niet hebben hoeven meelezen met de afleidende boventiteling. Waut Koenen had al ervaring met nieuwe tekstboeken voor opera’s Offenbach en prozavertalingen voor en bewerkingen van andere opera’s gemaakt. Voor de liefhebbers nog een aanvulling op het programmaboekje van Opera Zuid: Er zijn weldegelijk nog opnamen van ‘Barbe-Bleue’ op CD verkrijgbaar. De voortreffelijke radio-opname uit 1958 van dirigent Marcel Cariven met Michel Sénéchal als Barbe-Bleue en een fantastische Fanély Revoil als Boulotte is recentelijk uitgebracht op Cantus Classics. En in 2007 heeft de Ohio Light Opera een studio-opname van ‘Barbe-Bleue’ gemaakt voor het label Albany Troy.

Home, Opera Zuid