RECENSIE: Massenet – Cendrillon

Fraaie zang en saaie regie bij ‘Cendrillon’ van Opera Zuid

Na de uitstekende ‘Rusalka’ van vorig seizoen met een onvergetelijke Annemarie Kremer, brengt Opera Zuid (OZ) opnieuw een sprookje: ‘Cendrillon’ van Jules Massenet (1842 – 1912). Muzikaal is het een uitstekende productie, maar het te ver doorgevoerde regieconcept van half sprookje en half realiteit ontkracht helaas de voorstelling.

De perfectionist Massenet componeerde zo’n 25 opera’s van wisselende kwaliteit. Hij was een productieve componist, schreef zeer snel en had een grote beheersing van het theatervak, resulterend in uitgekiend muziektheater. Net als ‘Rusalka’ is ‘Cendrillon’ een romantische reactie op de verlichting en is zij beïnvloed door de daarbij behorende nationalistische sentimenten. Deze stijl moest uiteindelijk het veld ruimen voor de naturalistische stroming, het verismo.

Met ‘Cendrillon’ demonstreerde Massenet opnieuw zijn fascinatie voor jonge dames en haar ontplooiing van jong meisje tot vrouw. De wereldpremière van ‘Cendrillon’ in Parijs in 1899 was een enorm succes en er volgde een reeks van zestig uitverkochte voorstellingen. De opera behoort tot de laatste fase van Massenets carrière met muzikale verwijzingen naar Lully, Gluck en Mozart, maar ook Wagner en bevat de allermooiste muziek die Massenet ooit schreef zonder de kitsch, zinnelijkheid en sentimentaliteit van zijn andere opera’s.

OZ brengt ‘Cendrillon’ met de gebruikelijke coupures. Voor de regie deed zij een beroep op de volstrekt onbekende Duitse Carolyn Sittig. Haar idee van half sprookje en half realiteit maakt een inconsequente indruk en geeft het gevoel van allebei net niet. De essentiële verfijning ontbreekt en de opvoering sprankelt nauwelijks. Alleen in de derde akte komt door fraaie belichting en videopresentatie in de zoveelste witte toneeldoos even een fonkeling.

Het is dankzij het uitstekende, vaste zangersensemble van OZ dat er zoveel te genieten is bij deze ‘Cendrillon’. Francis van Broekhuizen is de volmaakte belichaming van een naïeve Cendrillon. Stimmlich beheerst zij het Franse muzikale idioom voortreffelijk, zoals zij al eerder liet horen bij OZ als Micaëla in ‘Carmen’. Opvallend haar heldere middenregister, haar prachtige legato en uitstekende dictie. We hopen dat OZ haar na dit seizoen snel terugvraagt voor een passende glansrol. Le Prince Charmant wordt gezongen door Helen Lepalaan, een mezzo zoals door Massenet bedoeld. Haar stem kleurt wonderwel met die van Van Broekhuizen in de schitterend lyrische en rijk melodische duetten. Maria Soulis is wellicht iets te jong voor de stiefmoeder, maar heeft een goed vol geluid voor de groteske en bombastische Mme de la Haltière. Marcel van Dieren als Pandolfe en Machteld Vennevertloo en Martine Straesser als respectievelijk de zusjes Noémie en Dorothée zingen exemplarisch. Dirigent Ivan Anguélov laat het Limburgs Symfonie Orkest en het Koor Conservatorium Maastricht werkelijk sprankelen en flonkeren.

Muzikaal is er dus erg veel te genieten in deze ‘Cendrillon’. Wij hopen dat OZ het niveau na haar uitstekende ‘Carmen’, ‘Rusalka’ en ‘Il Trittico’ kan blijven vasthouden. Maar we vrezen voor OZ als zij opnieuw het pad inslaat van de Duitse provincieregie.

Home, Opera Zuid