RECENSIE: Verdi – Il Trovatore

© Vitali Brusinski

Keiharde ‘Il Trovatore’ doet Verdi geen geweld aan

Was het de tenor Enrico Caruso die zei dat je voor ‘Il Trovatore’ “slechts” de vier grootste stemmen ter wereld nodig hebt? Het is wellicht daarom dat de opera niet meer vaak gespeeld wordt. Als het werk dan ook ergens gaat, is het om Verdi’s muziek alleen al de moeite waard te gaan luisteren.

De opera ‘Il Trovatore’ van Giuseppe Verdi (1813 – 1901) bezit alle elementen voor een geslaagde opera: onweerstaanbare muziek met energie en explosieve kracht, ritmische melodieën, een breekbare sopraan die uiteindelijk invloed uitoefent, de wrede bariton met deels gerechtvaardigde jaloezie, de nobele tenor met fatale afloop, de mezzosopraan met een geheim, gevechten en een heus zigeuner- én soldatenkoor. De wereldpremière in Rome van 1853 was een gigantisch succes. De kracht van ‘Il Trovatore’ zit hem in de energie van het drama die Verdi zoals altijd streng controleert. Het libretto is direct, sterk en economisch en is symmetrisch opgebouwd in vier akten met ieder twee scènes. Dit geeft ‘Il Trovatore’ ook gelijk haar behouden karakter. De opera bezit niet het mengsel van genres en het experimentele van zijn voorganger ‘Rigoletto’ en de personages drukken zich uit in de ouderwetse vorm van de bekende Italiaanse opera.

De Stichting Internationale Opera Producties (SIOP) heeft ‘Il Trovatore’ in een uitvoering van het operagezelschap uit Wit-Rusland naar Nederland gehaald. De enscenering is van de Zweedse Marianne Berglof, die al eerder bij SIOP de sfeervolle ‘Madama Butterfly’ met Annemarie Kremer regisseerde. Zij laat ‘Il Trovatore’ als een “film noir” in het keiharde, Italiaanse maffiamilieu afspelen. Leonora werkt in een nachtclub en er is veel messentrekkerij. Berglöfs concept van geweld, destructie, wraak, bendes, clans en groepen past prima, klopt en is consequent. In Wit-Rusland is de enscenering schijnbaar gewaagd en vooruitstrevend, maar in Nederland is zij niet provocerend en doet zij zelfs inmiddels traditioneel aan.

De Italiaan Sergio Panajia als Manrico is een intelligente tenor en zingt in de ouderwetse Italiaanse traditie. Hij heeft goed geluisterd naar Giacomo Lauri-Volpi (“non chiudere sotto il passagio”). Zijn cabaletta “Di quella pira” was een semitoon naar beneden getransponeerd. De Wit-Russische Tatiana Tretiak als Leonora heeft een grote, ronde sopraan. Op de première klonk zij nerveus en onrustig en had zij onnodig hoogtevrees. Ook ontbraken bij haar Leonora’s zwevende lijnen. De Wit-Russische bariton Stanislav Trifonov is een wollige Luna met een fraai legato. De hoogte zingt hij op kracht. De Wit-Russische mezzosopraan Natalia Akinina zingt Azucena slank à la Giulietta Simionato. Haar ongesteunde hoogte zwabbert werkelijk alle kanten op en bezorgt de toehoorder keelpijn. Dirigent Viktor Ploskina houdt het koor en orkest van het Nationaal Bolsjoi Theater Minsk strak en laat de teugels nauwelijks vieren. Hij laat het orkest de krachtige en rijke partituur non-vibrato (authentieke Verdi?) spelen en ontneemt haar daardoor de spanning. De klank is zakelijk, maar ook helder, rond en vooral zuiver.

Opgeteld is deze ‘Il Trovatore’ een voorstelling die vooral scenisch en ook muzikaal toch zeker goede momenten heeft. En de grote zangpartijen van Verdi met hun vuur en zwier laten elke kritiek verstommen.

Diverse Recensies, Home