RECENSIE: Puccini – Turandot

© Staatsopera van Tatarstan

‘Turandot’ van Tatarstan met sensationele Oksana Kramareva

De Staatsopera van Tatarstan toert door Nederland met ‘Turandot’ van Puccini. Het is een traditioneel Chinese enscenering, maar zonder Alfano’s finale. En de sopraan Oksana Kramareva is sensationeel in de titelrol.

Giacomo Puccini (1858 – 1924) stierf zonder dat hij de finale van de derde akte van zijn laatste opera ‘Turandot’ (1926) kon voltooien. Hij liet bij zijn dood 36 bladzijden met notities achter, waarvan de componist Alfano – trouw aan Puccini’s wensen – een degelijke finale vervaardigde. Regisseur Maikail Pandzhavize vatte voor zijn enscenering van ‘Turandot’ voor de Staatsopera van Tatarstan het idee op om de finale achterwege te laten en de opera te laten stoppen daar waar Puccini stopte met orkestreren. Producent Stefan Bruin beargumenteert in het programmaboekje, dat in de eerste plaats de geloofwaardigheid van het verhaal in het geding is met het happy end van de finale en in de tweede plaats het verhaal aan dramatische zeggingskracht wint zonder happy end. Maar ‘Turandot’ is een sprookje en een opera, en in sprookjes en opera’s is alles mogelijk en zelfs geloofwaardig. Daarnaast gaat men zonder finale voorbij aan de wens van Puccini zelf, die een happy end wenste (“Poi Tristano” – “net als Tristan” – krabbelde bij zijn schetsen). En tenslotte is de finale dramatisch effectief en nodig; zonder de finale gaat de opera als een nachtkaars uit, zoals in de enscenering van Günter Krämer in Keulen en opnieuw in deze enscenering van de Staatsopera van Tatarstan.

Toch is deze enscenering een verademing. Nu eens niet Turandot als SM-meesteres, Liù als blindengeleidehond of Calaf verkleed als aap (Günter Krämer, Keulen), maar gewoon Chinese huisjes en kostuums, lampions en natuurlijk draken. Pandzhavize vertelt het verhaal duidelijk. Geestig is ook het gejongleer met de twaalf hoofden van de voorgangers van Calaf tijdens het trio van Ping, Pang en Pong aan het begin van de tweede akte. Jammer alleen dat Liù opgehangen wordt. Daarmee wordt één van de meest tragische sterfgevallen van de operaliteratuur zijn drama ontnomen.

Liù is altijd goed te bezetten en de Kazachstaanse sopraan Zhannat Baktay zingt de rol mooi lyrisch. De Oekraïnse bas Sergey Kovnir is een nobele, resonante Timur. De Russische tenor Akhmed Agadi als Calaf zingt af en toe met zijn strottenhoofd achter zijn huig en het koor zingt alsof hun leven ervan afhangt. Dirigent Renat Salavatov geeft een recht toe recht aan lezing. En dan gebeurt er iets verrassends, iets waar de Staatsopera van Tatarstan patent op lijkt te hebben. In het midden van de tweede akte zingt Turandot pas haar eerste noten en als de Oekraïnse sopraan Oksana Kramareva – tweede plaats én publieksprijs Operalia 2008 – begint te zingen, werpt ze je van je stoel. Zij opent haar aria “In questa reggia” met fraai vloeiende lijnen en vervolgt meedogenloos met geweldig stamina en schijnbaar gemak in het kopregister. Kramareva is muzikaal, heeft ontzettend veel expressieve mogelijkheden en weet wat elk woord betekent. Zij is het die deze ‘Turandot’ tot een feest maakt! Was het vorig seizoen de Russische sopraan Albina Shagimuratova, die als Lucia di Lammermoor bij de Staatsopera van Tatarstan voor een sensatie zorgde – een paar maanden later zong zij in de Scala en in de Met de rol van de Koningin van de Nacht – nu is het Oksana Kramareva. Onthoud haar naam, want ook zij zal over niet al te lange tijd in de grote operahuizen van de wereld zingen. En informeer bij Impact Entertainment op welke dag zij zingt, want ze is niet in elke voorstelling in Nederland te horen.

Diverse Recensies, Home