RECENSIE: Puccini – Madama Butterfly

Annemarie Kremer schittert in ‘Madama Butterfly’ van grootse klasse

Nederlandse zangers worden stelselmatig genegeerd door De Nederlandse Opera (DNO) voor hoofdrollen. Bij andere gezelschappen krijgen Nederlandse sopranen als Kelly God, Wiebke Göetjes, Annemarie Kremer, Waldin Roes, Margaret Roest en Lenneke Ruiten gelukkig wel kansen en de Stichting Internationale Opera Producties (SIOP) nu heeft Annemarie Kremer geëngageerd voor ‘Madama Butterfly’ van Giacomo Puccini (1858 – 1924). Al na de eerste voorstelling ging het als een lopend vuurtje door Opera Nederland, dat we hier te maken hebben met een voortreffelijke vertolking.

De wereldpremière van ‘Madama Butterfly’ in de Milanese Scala op 17 februari 1904 was één van de grootste fiasco’s uit de operageschiedenis. Tijdens de opvoering was er gelach, gefluit en geschreeuw en na het slotakkoord was er zelfs geen applaus. Mogelijk waren er betaalde, jaloerse tegenstanders van Puccini in de zaal, maar muzikale zwakten waren ook aan te wijzen; De opera bestond uit twee akten in plaats van de toen gebruikelijke drie of vier en ze waren te lang, fragmentarisch en éénvormig, waardoor het publiek zich niet makkelijk met de tragische hoofdrol kon identificeren. Ook de scènes zelf waren de langste die Puccini ooit schreef. Puccini kortte vervolgens de eerste akte in en deelde de tweede akte op in twee stukken en deze herziene versie werd een half jaar later in Brescia een doorslaand succes. Uiteindelijk is de vierde herziene editie voor de Parijse première van 1906 gebruikelijke uitvoeringspraktijk geworden.

SIOP trekt nu met ‘Madama Butterfly’ door Nederland en België. Dirigent Maciej Figas leidt de Opera Nova van Bydgoszcz door de partituur met haar rijke melodieën, abrupte dissonanten en gewaagde harmonische kleuren. Al vanaf het fugato aan het begin zorgt hij voor een prima sfeer en genoeg ruimte voor de zangers. De regie is in handen van de Zweedse Marianne Berglöf, die opleidingen volgde in Oslo en Seattle en regie-ervaring opdeed in Duitsland. Voor de SIOP regisseerde zij reeds ‘Rigoletto’ en ‘Le Nozze di Figaro’. Berglöf schetst de sierlijke, luchtige wereld van de bamboehuisjes overtuigend. Zij heeft het verhaal ontdaan van al het overbodige en de atmosfeer van het stuk met subtiliteit omgeven.

Henk Poort zet het veelzijdige karakter van Sharpless uiterst indringend neer. Hij zingt de uitgebreide muziek soms pompeus, dan weer bleek, maar altijd als een goedmoedige heer. Niet voor niets is Poort bij de Nederlandse operaliefhebbers immens geliefd. De Amerikaanse tenor Theodore Chletsos zingt de onsympathieke, harteloze en arrogante Pinkerton. Hij bezit een robuuste tenor met een kernachtige hoogte. Berouwvol brengt hij zijn aria “Addio fiorito asil”, door Puccini toegevoegd na het premièrefiasco.

En dan Annemarie Kremer. Haar entree is één van de meest magische overgangen in de operaliteratuur en onmiddellijk voelen we hier dat we te maken hebben met een groot zangeres. De lichte kleuren van het “geluk motief”, het dramatische geluid van het “Amore mio” na haar conversatie aria en “Un bel di” vol geloof en wanhoop zijn stuk voor stuk momenten van grote ontroering. Annemarie Kremer mag zich met deze vertolking rekenen tot de absolute operatop. Zij zingt deze ‘Madama Butterfly’ nog op 9 en 13 oktober 2007 in respectievelijk Uden en Breda.

Diverse Recensies, Home