RECENSIE: Lehár – Die lustige Witwe

© Rossen Donev

Hoofdstad Operette weer even terug bij ‘Die lustige Witwe’

Met ‘Die lustige Witwe’ toont de Stichting Internationale Opera Producties zich op haar best. De voorstelling met goede zangers en een passende regie voorziet aan een behoefte, die door De Nederlandse Opera al vele jaren genegeerd wordt.

‘Die lustige Witwe’ van Franz Lehár (1870 – 1948) is een tijdloze en universele operette. Ook nu ten tijde van economische crises is het verhaal over staatsbankroet, menselijke tekorten en zwakheden actueel. Het werk, dat in 1905 voor het eerst werd opgevoerd, is dan ook niet gebaad bij extra modernisering door regietheater met aanvullingen en psychologisering en regisseur Marc Krone heeft dit voor zijn enscenering van ‘Die lustige Witwe’ bij de Internationale Opera Producties feilloos aangevoeld. Hij laat de operette zijn zoals zij is, namelijk een weergave van mensen verwikkeld in verwarde zaken en hij laat haar spelen waar zij hoort, namelijk de eerste akte in de ambassade, de tweede akte in een tuin met een paviljoen en de derde akte bij Hanna in Parijs. En het publiek neuriet heerlijk mee…

De Stichting Internationale Opera Producties brengt het publiek met ‘Die lustige Witwe’ weer even terug naar de tijd van de Hoofdstad Operette. Het spel is onderhoudend en de zangers zijn uitstekend. De Nederlandse bariton Quirijn de Lang is de ster van de avond en hij beheerst het hele scala van de moeilijke partij van Danilo voortreffelijk. Zijn opkomst “O Vaterland!” met de hoge G’s staat als een huis. Schitterend zijn prachtige, lange lijnen in “Wie die Blumen im Lenze erblüh’n”, zijn fluwelen klank in “Geigen erklingen, locken so süss”, zijn woede in “Verlieb’ dich oft, verlob’ dich selten, heirate nie!” en zijn uitgesponnen “Lippen schweigen”. En huilde hij nou echt bij “Es waren zwei Königskinder”? Als niet, dan was het werkelijk fantastisch geacteerd! De Nederlandse sopraan Wilma Bierens speelt prima als Hanna en haar Vilja-lied hoorde men zelden zo verstild. De Nederlandse sopraan Donij van Doorn zingt de rol van Valencienne en zij is een talent. Haar lyrische sopraan is een belofte voor de toekomst, als zij haar stem tenminste in de hoogte niet te breed maakt. Een andere belofte is de Poolse tenor Pawel Grzegorz Stach. Hij zal ongetwijfeld een glansrijke carrière tegemoet gaan en men hoort al een heuse Wagnertenor aankomen. Zijn romance “Wie eine Rosenknospe” straalt, zoals men slechts zelden hoort. De Nederlandse tenor Bert Simhoffer brengt zijn ervaring mee van De Hoofdstad Operette, waar hij ruim tien jaar zong. Hij laat zien hoe belangrijk Zeta als aangever voor ‘Die lustige Witwe’ is. Alleen is de Etse dirigent Erki Pehk nog enigszins voorzichtig en onzeker.

Het is goed om in ‘Die lustige Witwe’ de betere zangkunst te horen, want dat verdient deze operette. Het zou dan ook het De Nederlandse Opera sieren om ‘Die lustige Witwe’ nu eindelijk eens op te voeren, want daarom vraagt het DNO publiek al 25 jaar (eigenlijk al 60 jaar) tevergeefs. Des te meer is de Stichting Internationale Opera Producties te prijzen voor deze uitstekende voorstelling met prachtige stemmen. Ga deze voorstelling nog zien en kijk even op de agenda wanneer Quirijn de Lang zingt.

Diverse Recensies, Home