RECENSIE: Puccini – Madama Butterfly

© V. Lapin

Stanislavski’s ‘Madama Butterfly’ ontpopt zich niet ongeschonden

De Stanislavski Opera Company is voor het eerst in Nederland ter gelegenheid van de Operadagen Rotterdam 2009. Het Russische gezelschap voert in de Maasstad de opera ‘Madama Butterfly’ van Giacomo Puccini op. Het is de enige repertoire opera van het festival, maar geen onverdeeld succes door met name een hoekige muzikale uitvoering.

Puccini (1858 – 1924) was pas 34 jaar oud toen hij ‘Madama Butterfly’ schreef en zijn opera’s ‘La Boheme’ en ‘Tosca’ werden toen al overal ter wereld opgevoerd. Zijn kracht was een sfeer te creëren die intieme menselijkheid met sentimentaliteit en schoonheid uitdrukt in een persoonlijke, lyrische stijl. Voor ‘Madama Butterfly’ deed Puccini dit door de toonval en koloriet uit Japanse stijlelementen en melodieën in zijn Italiaanse naturalisme in te lijven. De wereldpremière in 1904 in de Scala van Milaan was een figuurlijke lynchpartij met boegeroep, fluitpartijen en gehoon. In de zaal zaten vijanden van Puccini, maar ook van de titelrolvertolkster, die een affaire met de dirigent Toscanini had. Na het slot van de opera viel er een ijzige stilte. Puccini betaalde de Scala zijn honorarium terug en ‘Madama Butterfly’ werd gedurende zijn leven niet meer in de Scala opgevoerd. Twee maanden na die première werd de revisie van de opera in drie akten met coupures een grandioos succes, en de Parijse editie uit 1906 is inmiddels de meest gangbare versie.

Boegeroep, fluitpartijen en gehoon viel de Stanislavski Opera Company tijdens de Operadagen Rotterdam 2009 niet ten deel. Er was zelfs een hartelijk ontvangst door de Rotterdammers in het uitverkochte nieuwe Luxor Theater voor het Russische operagezelschap, dat sinds 1941 bestaat en voortkwam uit het operagezelschap dat de regisseur Stanislavski in 1919 oprichtte. Hun “method acting”, waarbij de spelers zich zo optimaal mogelijk proberen in te leven in hun personage, leent zich alleszins voor het naturalisme van Puccini. De acteerprestaties van de protagonisten waren dan ook prima in een sterke personenregie. Alle zangers weten erg goed waar ze over zingen en kunnen de boodschap fraai overbrengen aan het publiek. Het decor, bestaande uit een abstract houten huisje, een houten bootje en en houten stoel van het gehalte Lundia, waarin koor en figuranten in Japanse vermomming als op een gemaskerd bal bewegen, ondersteunde dit alles jammer genoeg niet.

En muzikaal haperde het één en ander nogal. Voor een geslaagde ‘Madama Butterfly’ is een goede titelvertolkster een vereiste. De sopraan Olga Guryakova heeft een enorm dramatisch potentieel en haar timbre en ‘Persönlichkeit’ doen zelfs denken aan Victoria de los Angeles. Alleen ontbreekt het haar nog aan lyrisch inzicht, waardoor haar frasering vaak hoekig blijft. De sensitieve melodiek van de vijftienjarige Butterfly met haar gevoelvolle zanglijn klinkt bij haar niet altijd even soepel en buigzaam. De gewetenloze marineluitenant Pinkerton wordt gezongen door Mikhail Vekua, die de bleke partij dramatisch terughoudend zingt met een open tenor. Sharpless is een wollige bariton uit de Wolga, Yamadori is uitgedost als een spreekstalmeester en Goro als de melkboer. Dirigent Felix Korobov leidt het orkest hoekig en dynamisch afgevlakt door de partituur met haar pentatoniek, hele-toonstoonladders, staccato-motieven en ostinati. Opvallend is zijn dramatisch slechte timing. Maar hoe slecht gemusiceerd en geregisseerd ook, ‘Madama Butterfly’ blijft het publiek boeien door haar heerlijke sentimentaliteit.

Opmerkelijk is dat deze buitenlandse ‘Madama Butterfly’ slechts de enige repertoire opera van het festival is. Het zou vriendelijker van de organisatie zijn geweest als het voor zo’n vermeend hoogtepunt een beroep had gedaan op de grote bron operazangers, die Nederland op dit moment rijk is. Waar het Grachtenfestival vorig jaar met ‘Der Vampyr’ scoorde, laat Operadagen Rotterdam dit jaar helaas een kans liggen.

Diverse Recensies, Home