RECENSIE: Verdi – La Traviata

Ontroerende ‘La Traviata’ van de Nationale Reisopera

In één maand kan men drie ensceneringen van Verdi opera’s bezoeken in Nederland. Vorige maand een minder geslaagde ‘Jérusalem’ in Tilburg, binnenkort een op papier beangstigende ‘Un Ballo in Maschera’ van De Nederlandse Opera en op dit moment een reprise van de reeds geprezen ‘La Traviata’ uit 2003 van de Nationale Reisopera.

‘La Traviata’ is de 19e van de 28 opera’s van Giuseppe Verdi (1813 – 1901). De wereldpremière in Venetië in 1853 was een groot fiasco, omdat het thema te modern was. Verdi verwerkte namelijk zijn ‘immorele’ relatie met de sopraan Giuseppina Strepponi, met wie hij na de dood van zijn vrouw samenleefde, in het toneelstuk ‘La  Dame aux Camélias’ van Alexandre Dumas fils, dat gaat over diens verhouding met de courtisane Marie Duplessis. Ook ontbraken in ‘La Traviata’ de voor die tijd gebruikelijke intriges en duellen en was bij de première de tenor verkouden en leek de struise sopraan te gezond voor de zieke titelheldin.

Regisseuse van deze Nationale Reisopera ‘La Traviata’ is Monique Wagemakers, die mede verantwoordelijk was voor het mislukken van De Nederlandse Opera ‘Lucia di Lammermoor’ van dit seizoen. Deze oudere productie van haar is echter wel geslaagd, aangezien mevrouw Wagemakers hier simpelweg doet wat geschreven staat. Veel aandacht is besteedt aan details in een passend sfeervol decor met projectie op spiegels dat ruimtelijk en toch intiem werkt. Ook de choreografie in de derde akte is koren op Wagemakers molen. En de zangers mogen naar het publiek zingen, dat uiteindelijk volkomen ontroerd raakt.

Sally Silver is een voortreffelijke Violetta, zoals zij dit seizoen eerder al schitterde bij NR in ‘Les Contes d’Hoffmann’. Violetta vereist eigenlijk 3 verschillende sopranen. Van een coloratuursopraan in de 1e akte tot en met de lyrische sopraan in de 2e en een lirico-spinto in de 3e akte is zij bijna continu op het toneel. Silver geeft een prachtige eigen portrettering van Violetta met haar kleurrijke stem en intelligent gebruikt van o.a. non-vibrato tonen en variatie in dynamiek. De Turkse Soner Bülent Bezdüz is muzikaal uiterst stijlvol als haar minnaar Alfredo. Hij heeft een prachtige, lyrische tenor van bescheiden formaat en zal in dit stemvak nog lang kunnen schitteren. De Amerikaanse bariton Daniel Sutin zingt de rol van Germont, de typisch autobiografische operavader van Verdi. Sutin presenteert de menselijke kant met Germonts nobele en religieuze karakter goed en heeft een grote stem, die goed open is in het borstregister en fraaie boventonen heeft in de hoogte. ‘Di provenza il mar’ was boeiend door de vele kleuren en dynamische variatie. Opvallende bijdragen waren verder van Dimitri Lazich als Marchese d’Obigny en Mattijs van de Woerd als Barone Douphol.

De Engelse dirigent Mark Shanahan harkt helaas de partituur bij elkaar met rigide tempi en zonder mee te ademen met de zangers. Shanadan houdt ook niet van applaus, want elk beginnend enthousiasme van het publiek wordt door hem genadeloos de kop ingedrukt. Dankzij het sterk spelende Orkest van het Oosten valt er gelukkig instrumentaal veel te genieten en in met name in de twee prachtige preludes hoor je welke stempel Jaap van Zweden op dit orkest heeft gedrukt.

Na de ‘Medea’, ‘Les Contes d’Hoffmann’ en ‘Snow White’ is dit het derde succes van NR in dit seizoen op rij. Gezien deze prestaties is het met recht dat NR bij de minister aanklopt voor meer subsidie om dit uitstekende niveau te kunnen handhaven.

De Nederlandse Reisopera, Home