RECENSIE: Rameau – Hippolyte et Aricie

© Marco Borggreve

Reisopera sluit seizoen af met spanningsloze ‘Hippolyte et Aricie’

Ter afsluiting van het seizoen presenteert de Nationale Reisopera (NR) de Franse barokopera ‘Hippolyte et Aricie’ van Jean-Philippe Rameau. Deze “Tragédie en musique” is door de nuchtere enscenering een voorstelling zonder tragiek geworden, maar wordt door de inzet van de zangers gered.

Jean-Philippe Rameau (1683 – 1764) was 50 jaar toen hij zijn eerste opera ‘Hippolyte et Aricie’ componeerde. Het werk zou gelijk zijn meest sterke, gedurfde, menselijke, ontroerende en tragische opera worden en minder homogeen en subtiel dan zijn latere ‘Castor et Pollux’. Het verhaal van ‘Hippolyte et Aricie’ is gebaseerd op ‘Phèdre’ van Racine, die zich had gewend tot Euripides, Seneca en Vergilius voor zijn toneelstuk. Na de première van 1733 speelde de opera nog een aantal malen in herziene versies, maar daarna verdween het van het repertoire. In de hele 19e eeuw werd er zelfs geen enkele opera van Rameau meer opgevoerd.

De voorstelling van ‘Hippolyte et Aricie’ door NR is naar het zich laat aanzien de eerste enscenering van de opera in Nederland. Producent, regisseur en dirigent hebben hiervoor geknipt en geplakt in de verschillende versies van Rameau, maar met een weinig dramatisch resultaat. De proloog, die thematisch de handeling voorbereidt, is weggelaten; de herkenningsscène in de laatste akte is ingekort en daardoor niet geladen met spanning; divertissements die de handeling voortstuwen of emoties versterken zijn gecoupeerd. Regisseur Stephen Langridge lijkt niet veel op te hebben met de tragiek van ‘Hippolyte et Aricie’ en benadert het verhaal nuchter. De voorspelling van de schikgodinnen in de tweede akte is niet een onheilstijding, maar een droge boodschap van koele medici. Hippolyte sterft niet in de golven van Neptunus’ sympathie, maar door een agressieve verdrinkingsmoord in een kom water. Langridge maakt het voor de toeschouwer moeilijk zich in te leven in de drijfveren en de emoties van de personages en uiteindelijk gaat men niet op in de tragiek van het verhaal. Het decor thuis bij de goden aan tafel, die beslissen over het lot van de personages, doet dienst voor alle vijf akten en gaat al snel vervelen. De choreografie is nietszeggend.

De bezetting is zoals vaker bij NR een Brits-Nederlands onderonsje. Deze bezetting is niet optimaal: zo vraagt de partij van Thésée om een bas-bariton, Phèdre om een meer dramatische mezzo en Tisiphone om een bariton in plaats van een tenor. Thésée is de krachtigste personage in de opera, die hier levendig en zeer persoonlijk neergezet wordt door de lyrische bariton Maarten Koningsberger. Zijn gebed aan zijn vader in de tweede akte is van een bescheiden waardigheid en zijn poging tot zelfmoord aan het begin van de vijfde akte is prachtig gepassioneerd en wanhopig. Paul Agnew is de enige zanger die zijn rol al eerder zong en zijn stem is ideaal voor de hoge tenorpartij van Hippolyte. Diens klaagzang aan het begin van de vierde akte zingt hij buitengewoon zachtaardig. De sopraan Sophie Daneman maakt indruk als Phèdre in haar jaloezie in de derde akte en in haar zelfmoord in finale van de vierde akte. Eugénie Warnier is een melancholische Aricie. Het is jammer dat haar “Nachtegaal aria” gecoupeerd is. Ook al is deze aria uit dramatisch en muzikaal oogpunt niet erg waardevol, het is toch een aria waar velen naar uitkijken. De bijrollen zijn egaal en sterk bezet met dubbelrollen voor Frans Fiselier (Pluto en Neptunus) en Jean-Léon Klostermann (Arcas en Mercure) en opvallende bijdragen zijn er van Amaryllis Dieltjens en Hanneke de Wit als de priesteressen.

Dirigent Jed Wentz laat met zijn toverstaf de instrumenten en stemmen samensmelten. Hij heeft een goed gevoel voor kleurenzin en timing. Het onweer in de eerste akte en de zeestorm in de vierde akte mag nog wat feller aangezet worden en enkele onnauwkeurige inzetten en ongelijkheden zullen ongetwijfeld in het verloop van de voorstellingsreeks verbeteren.

Het NR programma van 2008/2009 gaat in de boeken als een weinig gedenkwaardig seizoen. De prozaïsche ‘Madama Butterfly’, de eendagsvlieg ‘Hôtel de Pékin’, de afzichtelijke ‘Nabucco’, de wankele ‘Fidelio’ en nu weer deze spanningsloze ‘Hippolyte et Aricie’ demonstreren, dat met name op het gebied van hun “provincieregie” NR nog veel kan verbeteren.

De Nederlandse Reisopera, Home