RECENSIE: Moessorgski – Boris Godoenov

Uitgeklede ‘Boris’ bij Nationale Reisopera

In de 1871 werd de opera ‘Boris Godoenov’ van Modest Moessorgski (1839 – 1881), de ‘Oer-Boris‘, geweigerd door de toetsingscommissie van het Mariinsky theater van Sint Petersburg. De revisie, ‘Originele-Boris’ genaamd, werd in 1874 voor het eerst opgevoerd. ‘Boris Godoenov’ is Moessorgski’s enige voltooide opera en hij baseerde zijn eigenhandige libretto op het gelijknamige toneelstuk van Poesjkin. De naturalistische handelingen van de scènes, zijn psychologisch inzicht in de personages en de economische en expressieve teksten zijn de sterke aspecten van het overigens zwakke scenario.

Muzikaal had de oud-legerofficier Moessorgski geen gedegen opleiding en men bekritiseerde zijn ongepolijste harmonieën en modulaties, gebrekkige contrapunten en povere instrumentatie. Daarom bewerkte zijn vriend Rimski-Korsakov in 1896 en 1908 ‘Boris Godoenov’ en ook Shostakovich maakte nog een bewerking van het werk in 1939. Maar Moessorgski’s gebruik van de stem met spraakmelodieën, zijn ostinati van muzikale reeksen en de direkte en emotionele kracht van zijn muziek waren opvallend en hij was daarmee een voorbeeld voor o.a. Janáček.

De Nationale Reisopera (NR) brengt nu de ‘Oer-Boris’ op de planken. Waarom gekozen is voor Moessorgski’s oorspronkelijke bedoeling is onduidelijk, maar deze zwakkere versie is de laatste jaren wel weer in de mode. Voor de regie tekent Robert Lehmeier, voorheen het hulpje van regisseur Harry Kupfer. Na zijn spraakmakende ‘Die Fledermaus’ bij NR in 2004 en een volslagen belachelijke ‘Così fan tutte’ met slechts mannelijke solisten is Lehmeier terug bij NR voor zijn 4e repertoire opera. Onze angsten werden bewaarheid met deze meest afschuwelijke enscenering van het seizoen. Boris begeeft zich tijdens de Kroningsscène in ondergoed exhibitionistisch onder het volk (als een soort letterlijk ‘blootgeven‘?), Pimen in een rolstoel met TL-buis in een fotolaboratorium (als een soort ‘bewijslast‘?) en Grigori in jogging outfit (zich opmakend voor de lange reis?); opnieuw een vlakke regie vol karikaturen voor Duitse provincietheaters in de jaren ’90. Baarden, wodka, sneeuw en bontmutsen worden heden als clichés gezien, maar Lehmeiers televisies en ‘slow-motion’ bewegingen zagen we al tientallen malen elders. Genoeg erover.

De openbaring van de avond  was de Ksenia van Lenneke Ruiten. Zij heeft een prachtige sopraan, met een krachtig middenregister en makkelijke, stralende hoogte. Haar verstaanbaarheid, muzikaliteit en gezonde stemgebruik zijn voorbeeldig. Je zou verwachten dat de intendanten zich staan te verdringen voor deze veelbelovende sopraan, maar niets is minder waar. In Nederland moeten sopranen en alten overal en nergens de aria’s uit de diverse oratoria zingen en zo zal het ook wel weer gaan met Lenneke Ruiten. Als je werkelijk iets als operazanger wilt bereiken, dan moet je wel vluchten uit dit land, want er is nog helemaal niets veranderd na Brouwenstijn en Deutekom. Het is ook maar de vraag of de intendant van De Nederlandse Opera, die in Zaandam aanwezig was, Lenneke Ruiten überhaupt heeft opgemerkt.

Muzikaal zit het in deze ‘Boris Godoenov’ allemaal wel goed met de Litouwse Almas Svilpa in een uitstekend roldebuut als Boris en veel Nederlanders, waaronder naast Lenneke Ruiten o.a. de gegroeide tenor van Marcel Reijans en de in Nederland woonachtige Mark Tevis als Sjoejski, hier uitstekend op zijn plaats met zijn kelige tenor. Volgend seizoen biedt NR ons o.a. Medea, Les Contes d´Hoffmann, La Traviata, Die Zauberflöte.

De Nederlandse Reisopera, Home