INTERVIEW

Bastiaan Everink

“De moeilijkste weg is vaak de meest interessante”

Opera Nederland berichtte in januari over de succesvolle vertolking van de Nederlandse bariton Bastiaan Everink als Jochanaan in ‘Salome’ van Richard Strauss in Aachen. De talentvolle zanger is hard op weg één van de grote baritons van Nederland te worden. Opera Nederland sprak met hem.

Bastiaan Everink is geboren in Lonneker, een klein dorpje in het oosten van het land. “Tijdens mijn jeugd sportte ik veel, zoals tennissen, rugby en schaatsen. Vanaf mijn 18e was ik beroepsmilitair bij het korps mariniers, een avontuurlijke tijd als parachutist en specialist en ik opereerde in bergachtige gebieden en poollandschappen. De meest intensieve ervaring uit die periode was wel mijn inzet in de eerste golfoorlog in 1991. Na vijf maanden kwam ik thuis als oorlogsveteraan.”

Na het horen van de ‘Parsifal’ van Wagner wist Everink het zeker. “Operazanger worden werd het nieuwe doel in mijn leven. Ik nam ontslag als marinier en enkele maanden later zat ik in de collegebanken aan de solfègeles. Op mijn 23ste ging ik naar het conservatorium. Eerst vijf jaar in Enschede en later Amsterdam en daarna les van beroemde docenten. Het was een lange weg vol hindernissen. De ontmoeting met mijn huidige leraar James McCray was echter een openbaring. In zijn International Studio of Vocal Arts is de basis gelegd voor mijn huidige carrière. McCray is een man die veel betekent voor de Nederlandse vertegenwoordiging op de internationale operapodia en veel meer erkenning verdient dan hij momenteel krijgt.”

Everink houdt altijd ruggespraak met McCray over de rollen die hij zingt. “Rollen die ik zong waren onder andere Escamillo uit ‘Carmen’, Gerard in ‘Andrea Chenier’, Pizarro uit ‘Fidelio’, Wolfram uit ‘Tannhäuser’, Posa uit ‘Don Carlos’, Tonio in ‘Pagliacci’, Michele uit ‘Il Tabarro’, Alfio in ‘Cavalleria Rusticana’, Eugen Onegin, Amonasro in ‘Aida’. Mijn lievelingsrollen zijn Jago in ‘Otello’ en Scarpia in ‘Tosca’. Rollen die ik nog graag zou zingen zijn Rigoletto, Macbeth, Luna en Germont van Verdi en Amfortas en Kurwenal van Wagner. Ik neem liever geen rollen aan, die buiten mijn stemvak als heldenbariton c.q. Verdi bariton vallen. De rollen die niet bij mij als persoon passen zou ik juist niet zo snel weigeren”, redeneert hij. “De moeilijkste weg is namelijk vaak de meest interessante en daar valt het meeste te leren. Maar natuurlijk is er voor sommige partijen een bepaalde rijpheid nodig en dat is de reden waarom ik bijvoorbeeld aanbiedingen als Dr. Schön uit ‘Lulu’ en meerdere Wotans nog niet heb aangenomen. Voor zulke rollen vind ik mezelf te jong”, aldus Everink.

Everink is van mening dat een stemtype niet evolueert. “Als de stem op de juiste manier getraind en ontwikkeld is, heb je een bepaald stemvak. Dat stemvak ben je en blijf je. Iedere rol kun je daarin dan in principe zingen. De stem is een spierenstelsel en daar hoort een genetische aanleg bij. Kijk naar topatleten. De ene is een sprinter, de ander een marathonloper. Het kan niet zo zijn dat je als het ene begint en het andere eindigt. Dat ontdekte ik al snel door biografieën te lezen van zangers die mij inspireren. Zij debuteerden allen in hun stemvak en bleven hun hele carrière gezond en succesvol daarin zingen. Natuurlijk krijg je wel steeds meer ervaring als zanger en toneelpersoonlijkheid en daarom is het logisch om in kleine theaters te beginnen. Maar dezelfde rollen zing je vervolgens in grotere theaters.” Over een maand maakt Bastiaan Everink zijn debuut als Nabucco. Het komende seizoen zal hij voor het eerst te horen zijn aan de opera van Frankfurt als Guglielmo in ‘Le Villi’ van Puccini en Cim-Fen in  ‘L’Oracolo’ van Leoni.

Home, Reportage