INTERVIEW

Annemarie Kremer

“Een voorrecht met dit talent door het leven te gaan”

De Nederlandse sopraan Annemarie Kremer werd geboren in Emmen. Van moeders kant was haar familie zeer muzikaal. “Mijn moeder zegt dat ik al kon zingen, voordat ik kon praten”, lacht ze. “Ik had me na 5 jaar pianoles voorgenomen om voor piano naar het conservatorium te gaan, totdat onze moeder mij en mijn zus Joke meenam naar haar operettevereniging. Daar ontdekte ik mijn “klassieke” stemgeluid en nog diezelfde avond kreeg ik een solo aangeboden.” Het jaar daarop trad zij toe tot het conservatorium in Zwolle, hoofdvak solozang. “Ik had mijn bestemming gevonden en studeerde één jaar in Zwolle en daarna vier jaar in Maastricht bij Mya Besselink. Vervolgens had ik onder andere les bij Nancy Henninger, Carlo Bergonzi, Gemma Visser, Charlotte Margiono, Phillis Curtin en Christian Papis.”

Het repertoire bouwde Annemarie Kremer langzaam op. “Ik begon op het conservatorium in het licht lyrische coloratuursopraanvak en in het vaste ensemble in Aachen en Detmold kreeg ik een behoorlijk repertoire in deze rollen. Christian Papis maakte mijn stem open, zodat ik kon doorgroeien naar het lyrico-spinto-vak en vooral het zingen op de bühne van de hoofdrollen in ‘Rusalka’, ‘Madama Butterfly’ en ‘Tosca’ hebben me daarin het meest geleerd. Ik ben altijd in het kiezen van rollen mijn eigen weg gegaan. Ik denk dat je uiteindelijk toch zelf het beste kunt aanvoelen welke rollen bij jou, je stem en je persoonlijke ontwikkeling passen. Als een rol je aantrekt, is dat al een indicatie.”

Annemarie Kremer voelt zich thuis in zowel de hedendaagse als de meer traditionele regie. “Ik ben zeer flexibel, hou van uitdagingen en kan heel ver meegaan in de ideeën van een regisseur. Maar het moet op één of andere manier kloppen met wat de bedoeling van de componist en librettist is. Het moet zin hebben en logisch zijn; het liefst ondersteunend aan de muziek en het drama.” Een prachtig voorbeeld van een spannende, meer traditionele ‘Tosca’ zong Annemarie Kremer afgelopen maand in een regie van Willy Decker in Stuttgart. “Die productie liet zien, dat traditionele regie niet saai hoeft te zijn.” Een meer hedendaagse productie van ‘Tosca’ van regisseuse Christine Mielitz deed zij in Dortmund. “Die productie was geweldig en het kwam bij publiek en pers zeer goed aan. Mielitz vergde enorm veel van me en van haar intense, hedendaagse kijk op opera heb ik zeer veel geleerd.”

Annemarie Kremer heeft geleerd, dat zelfvertrouwen op het podium enorm belangrijk is. “Dat zelfvertrouwen komt met de jaren, maar je kunt daar ook bewust aan werken. Dat heb ik vooral gedaan met mijn man Gerard Niet, die in zijn vak als mental coach mij technieken heeft aangedragen waardoor ik nu zelfbewuster en rustiger op het toneel kan staan en me veel meer in een rol kan inleven. Dat inleven en de echte, rauwe emotie overbrengen is heel belangrijk. Zodra je techniek het toelaat en je met je stem kunt doen wat je je innerlijk voorstelt, kun je pas de rol en de muziek zo brengen dat jouw publiek geraakt wordt en meegenomen wordt in je spel en zang. Dat is volgens mij waar opera voor bedoeld is. Ik geniet en hou immens van dit vak. Het is een voorrecht zo met dit talent door het leven te mogen gaan!”

Na haar succes in ‘Tosca’ bij de Staatstoper Stuttgart van de afgelopen maand is Annemarie Kremer in Stuttgart teruggevraagd voor ‘Madama Butterfly’ in april en voor ‘Luisa Miller’ in 2010. Zij zal daarmee het seizoen openen. Daarnaast is ze gevraagd voor ‘Madama Butterfly’ in Denver en de Florida Grand Opera in 2009 en 2010.

Home, Reportage