INTERVIEW

Cristina Deutekom

“Ik hoorde de muziek al voor ik het theater binnenkwam”

Cristina Deutekom geeft liever geen interviews, geeft geen les meer en luistert liever ook niet meer naar haar eigen opnamen. Toch ontkomt de wereldberoemde, Nederlandse sopraan er niet aan om tijdens een bezoek aan haar thuis te spreken over haar carrière wanneer haar echtgenoot DVD opnamen laat zien.

Geconcentreerd kijkt ze naar een opname van haar toegift “Der Hölle Rache” aan het slot van een operaconcert uit 1984 in Utrecht. Het kost haar zichtbaar moeite. “Het is wel prettig ernaar te luisteren, maar ik word ook zenuwachtig. Als ik naar mezelf luister ben ik hard aan het werk, ik zit er middenin en hoor niets anders meer. Het maakt me erg van streek”.

Als je musici spreekt die met Cristina Deutekom gewerkt hebben, roemen zij unaniem haar enorme muzikaliteit en technische perfectie. De sopraan zong met alle grote tenoren van haar tijd, zoals Plácido Domingo, Luciano Pavarotti, José Carreras, Franco Corelli, Alfredo Kraus, Mario del Monaco, Carlo Bergonzi en Nicolai Gedda. “Door te werken met grote kunstenaars groei je zelf ook als zanger, maar dat houdt niet in dat ik zonder hen minder goed zong”, lacht ze. Zij zong in bijna alle grote operahuizen van de wereld. De akoestiek van de theaters interesseerde haar nooit zo. “Ik zong en als ik niet te horen was, was het pech. Ik bleef bij mezelf.” In de Scala van Milaan zong ze nooit. “Ze hebben me wel steeds gevraagd maar altijd op te korte termijn. Ik was steeds bezet en had gewoon nooit tijd”.

Cristina Deutekom zong zo’n 30 rollen, waarvan bijna de helft van Verdi. “Ik studeerde de rollen als ik ervoor werd gevraagd en zo ontwikkelde zich mijn repertoire. ‘Lucia di Lammermoor’ heb ik het meest gezongen, zo’n 170 maal. ‘La Traviata’ heb ik nooit kunnen zingen. Als kind ging ik eens met mijn moeder naar de Roxy bioscoop op de Nieuwedijk en bij de ouverture moest ik al huilen. Daarna ben ik met studeren aan de rol nooit verder gekomen dan het begin”. ‘Lucia di Lammermoor’ en ‘I Puritani’ waren de opera’s, die zij het liefst zong. “De rollen van Lucia en Elvira stonden dicht bij mijzelf en ik kon echt in ze komen. Koude rillingen kreeg ik van ze. Datzelfde had ik ook met Amelia in ‘Un Ballo in Maschera’ en met name het einde van die opera. Een rol hoefde niet iets te hebben wat ik zelf had meegemaakt. Dat de hoofdfiguur het overkwam was al echt genoeg voor me. Weet je wat het is: Drama en de muziek zijn met elkaar verbonden en komen altijd op nummer één. De muziek en de rol waren gewoon een deel van me. Ik hoorde de muziek al voordat ik het theater binnenkwam en dat duurde nog totdat ik ging slapen”.

Haar laatste rol was in 1986 in ‘Amaya’ van de Baskische componist Guridi. Ze had graag nog de rol van Alice Ford gezongen in Verdi’s ‘Falstaff’. “Ik zou er zo’n plezier in hebben één van die gekke wijven te spelen. De opera boeide me door het fantastische verhaal en de muziek”. In 2008 is het 50 jaar geleden dat Cristina Deutekom haar eerste opname maakte. Edgar Varèse componeerde in 1958 voor haar de cadens in zijn ‘Poème Electronique’. Op de opname is haar onmiskenbare geluid al overduidelijk aanwezig: “Of het nou een live-opname of studio-opname was, mijn stem klonk altijd hetzelfde en vooral echt.”

Home, Reportage