INTERVIEW

Wilma Driessen

“Op mijn 21ste stroomden de aanbiedingen al binnen”

De Nederlandse coloratuursopraan Wilma Driessen wordt op 6 december 2013 75 jaar. Wat opvalt vooral aan haar carrière is haar enorme repertoire. “Bij De Nederlandse Opera zong ik in korte tijd zoveel nieuwe rollen, dat men zei: “Je kan zo in het Guiness Book of Records”. Alles kwam vanzelf, het liep zoals het liep. Ik gaf mij voor de volle 100% en werkte dag en nacht”, vertelt zij in een interview met Opera Nederland.

De Nederlandse sopraan Wilma Driessen woont sinds haar echtgenoot Richard Gerritsen gepensioneerd is in Voorburg, dicht bij haar zoon Marco en schoondochter Yvette. Daar spreekt Opera Nederland met haar. Wilma Driessen werd op 6 december 1938 in Den Haag geboren. “Mijn vader had zelf operazanger willen worden, maar door de oorlog en moeilijke jaren erna is dat niet gelukt. Hij zag dat ik gegrepen werd door het theater en ontdekte al zeer vroeg mijn talent. Ik ging zang studeren aan het Koninklijk Conservatorium te Den Haag bij To van der Sluys en toen ging alles zeer snel.” Op het Conservatorium werd Wilma Driessen al gevraagd voor plaatopnamen. “De platenfirma Telefunken zocht voor de vroege liederen van Debussy een jonge, hoge sopraan en zo nam ik in 1958 op 20-jarige leeftijd al mijn eerst plaat op met aan de piano de veel te jong gestorven Johan Otten. Ook trad ik toen al voor de televisie op. Het jaar daarop deed ik mee met het Internationaal Vocalisten Concours in Den Bosch, werd daar finaliste en de kranten schreven over het grandioze talent “Wilhelmina” Driessen. Toen stroomden de aanbiedingen binnen.”

Debuut

Haar professionele operadebuut stond in 1960 gepland voor Luik in de titelrol van ‘Lakmé’ van Delibes. “Ik had maar een paar maanden de tijd om te studeren en ben op voorspraak van de intendant van Luik de rol gaan instuderen bij de beroemde coloratuursopraan Clara Clairbert in Brussel. Clara Clairbert [Hergé zou Bianca Castafiore op Clairbert hebben gebaseerd, red.] was zelf een belangrijke Lakmé geweest en nam eigenlijk geen leerlingen aan. Maar voor mij maakte zij een uitzondering. Zij had een artiestencafé tegenover de Muntopera in Brussel en daar stoomde zij mij klaar voor de rol. Bij haar studeerde ik coloratuurtechniek en de Franse stijl. Zij was een echte diva. Ik heb van haar veel geleerd. Zij raadde mij aan alvast in Gent naar de uitvoering van ‘Lakmé’ te gaan kijken om de regie in mij op te nemen. Na afloop van de voorstelling kwam de intendant van de Koninklijke Opera Gent naar mij toe en vertelde mij, dat hij mij wilde engageren voor een opvoering van Lakmé, die een week later zou plaatsvinden. Hij verzekerde mij dat ik het kon en zo heb ik zonder een orkest- of toneelrepetitie en zonder mijn collega’s te hebben ontmoet op 6 oktober 1960 in Gent mijn professionele operadebuut gemaakt als Lakmé! En het was een ovationeel succes.”

De Nederlandse Opera

Vervolgens werd Wilma Driessen de belangrijkste lyrische coloratuursopraan van De Nederlandse Opera. “Tijdens mijn voorstellingen van ‘Lakmé’ in België kreeg ik een brief uit Nederland of ik auditie wilde komen doen voor de muzikaal leider bij de De Nederlandse Opera Arrigo Guarnieri. En zo maakte is enkele weken later op 22 januari 1961 maakte ik mijn debuut bij De Nederlandse Opera als Leïla in ‘Les Pêcheurs de Perles’ van Bizet.” Bij De Nederlandse Opera zong Wilma Driessen in de seizoenen daarna talloze rollen, waaronder Adina in ‘L’Elisir d’Amore’ van Donizetti, Adèle in ‘Die Fledermaus’ van Johan Strauss jr., Blondchen in ‘Die Entführung aus dem Serail’ van Mozart, Anna Reich in ‘Die lustigen Weiber von Windsor’ van Nicolai, Papagena in ‘Die Zauberflöte’ van Mozart, Olympia in ‘Les Contes d’Hoffmann’ van Offenbach, Oscar in ‘Un Ballo in Maschera’ van Verdi, Elvira in ‘L’Italiana in Algeri’ van Rossini en Sophie in ‘Werther’ van Massenet. Op 19 juni 1961 zong zij in het kader van het Holland Festival de rol van Barbarina in ‘Le Nozze di Figaro’ van Mozart onder leiding van Carlo Maria Giulini en in mei 1962 in datzelfde Holland Festival de titelrol in ‘Philomela’ van Hendrik Andriessen. Op 21 augustus 1963 opende zij het seizoen van De Nederlandse Opera als Gilda in ‘Rigoletto’ van Verdi. “Ik zong in de eerste twee jaar zoveel nieuwe rollen, dat men mij zei: “Je kan zo in het Guiness Book of Records.”

Ontwikkeling

Voor het Italiaanse belcanto ging Wilma Driessen in die tijd studeren bij de coloratuursopraan Lina Pagliughi. “Pagliughi was door een schildklieraandoening een zwaarlijvige vrouw geworden en daarom gaf zij vanaf haar 40ste nauwelijks nog optredens op het operatoneel. Zij gaf alleen nog les aan mensen die al in het vak zaten en nadat ik mijn Debussy-plaat had opgestuurd mocht ik komen. Van 1962 tot 1966 reisde ik elke zomer naar haar buitenverblijf Gatteo a Mare. Daar gingen dan de ramen open en liep het hele dorp uit om in de tuin met broodjes te luisteren naar mijn zangles! Pagliughi stelde mij in Milaan voor aan Gianandrea Gavazzeni, die toen artistiek directeur was van de Scala. Met hem studeerde ik in die tijd ook regelmatig in het Teatro alla Scala en hij bood mij de rol aan van Oscar in ‘Un Ballo in Maschera’. Daarna nam de carrière van Wilma Driessen een andere wending. “Op 13 februari 1966 werd mijn zoon Marco geboren en vervolgens kreeg ik een post-natale depressie. Na zeven jaren van continu keihard werken, succes en applaus kwam er een terugslag, die ik moeilijk kon verwerken. Ik werd in die tijd moreel enorm gesteund door mijn lerares in München, de Hongaarse coloratuursopraan Felicie Hüni-Mihascek. Zij was de eerste Falke in de wereldpremière van ‘Die Frau ohne Schatten’ van Richard Strauss en had veel gezongen in Wenen en München. Twee maal per jaar ging ik naar haar toe in München om te werken aan de partijen, die zij ook zelf had gezongen zoals Konstanze en Traviata. Vanaf 1966 leerde zij mij om ook het stemvak naast het lyrische coloratuurrepertoire te ontwikkelen, waardoor ik zo lang heb kunnen zingen. Aan haar heb ik veel te danken, ook op menselijk en psychologisch vlak. Ik ben bij haar blijven studeren tot kort voor haar overlijden in 1976.”

Operette

Op oudejaarsavond 1967 zong Wilma Driessen naast Rudolf Schock de rol van Lisa in de operette ‘Das Land des Lächelns’ van Lehár in Gent. “Rudolf Schock raadde mij aan meer operette te gaan zingen, omdat ik volgens hem de ideale combinatie had van persoonlijkheid en stem voor dat vak. In Gent zong ik daarna dan ook veel operetterollen naast de operapartijen van Gilda, Leïla, de titelrol in ‘Martha’ van Flotow en in het festival van Vlaanderen Sœur Constance in ‘Dialogues des Carmélites’ van Poulenc.” Zo zong Wilma Driessen tussen 1967 en 1971 in Gent onder andere de rollen van Hannerl in ‘Dreimädlerhaus’ van Berté, Victoria in ‘Victoria und ihr Husar’ van Abraham, Laura in ‘Der Bettelstudent’ van Millöcker, Jutta in ‘Das Hollandweibchen’ van Kalman, Varescu in ‘Die Csardasfürstin’ van Kalman, Eva in ‘Das Dorf ohne Glocke’ van Künneke, Colette in ‘Die Tanzgräfin’ van Stolz, Annina in ‘Eine Nacht in Venedig’ van Johan Strauss jr. en Angèle in ‘Der Graf von Luxemburg’ van Lehár.

Duitsland

“Daarna ging het leven zoals het ging,” constateert Wilma Driessen. “Vanaf 1974 heb ik enkele jaren met mijn zoon in Duitsland gewoond. Ik heb mij in die periode verder gespecialiseerd in de operette en de klassieke musical. Mijn man ging in die periode elk weekend op en neer naar Duitsland om bij ons te zijn. Het moet voor hem een zware periode zijn geweest.” In die periode zong Wilma Driessen zeer uiteenlopende rollen als Marie in de opera ‘Zar und Zimmermann’ van Lortzing, Cecily Cardew in de musical ‘Mein Freund Bunbury’ van Bez, Degenhardt en Natschinski, Adina in ‘L’Elisir d’Amore’ van Donizetti, Julia in de musical ‘Showboat’ van Kern en Hortense in de operette ‘Der Opernball’ van Richard Heuberger, de titelrol van Rozsika von Tamary in de operette ‘Die Perle von Tokay’ van Fred Raymond, Marie Jeanne Beçu in de operette ‘Die Dubarry’ van Carl Millöcker, de titelrol in ‘Frasquita’ van Franz Lehár, Lilli in de western-musical ‘Prairie Saloon’ van Wunderlich en Lo Bernas in de operette ‘Mädi’ van Robert Stolz.

Geschenk

“Ik ben altijd operaconcerten en liederenrecitals erbij blijven geven,” vertelt zij. “Bij liederen lag mijn hart, ook al werd ik geabsorbeerd door de opera en operette. In het liedrepertoire kon ik mijn innerlijke gevoelens kwijt. Jarenlang deed ik jaarlijks een liederenrecital voor de radio.” Wilma Driessen gaf vanaf de jaren tachtig verscheidene concerten in de Verenigde Staten en werd populair bij het grote publiek door radio- en televisieoptredens. Al met al zong zij ruim zeventig hoofdrollen, maakte verscheidene plaatopnamen voor His Master’s Voice en werkte verder onder anderen met de componisten Robert Stolz en Igor Stravinsky en dirigenten als Franz Allers, Franz Bauer-Theussl, Roberto Benzi en Alberto Erede. In 2008 gaf zij in De Doelen van Rotterdam op 70-jarige leeftijd haar laatste concert. Incidenteel geeft zij nog les en masterclasses. “Ik heb prachtige dingen gedaan en heb het geluk gehad dat mijn echtgenoot – met wie ik dit jaar 53 jaar gelukkig getrouwd ben – mij altijd heeft gesteund. En het belangrijkste voor mij is nooit mijn carrière geweest, maar het moederschap. Ik heb de keuzes in mijn leven daar altijd op aangepast. Ik ben dan ook bijzonder trots dat onze zoon Marco ondanks mijn ongewone levensloop zelf een vooraanstaand advocaat is geworden. Wij hebben ook een fantastische schoondochter. Dat is achteraf mijn grootste geschenk!”

Home, Reportage