INTERVIEW

Antony Hermus

“Ik wil de zangers een tapijt geven, waarop zij kunnen zweven” 

Antony Hermus behoort tot de jonge generatie van energieke dirigenten. Met zijn generatiegenoten Gustavo Dudamel en Andris Nelsons deelt hij het streven naar eenheid met het orkest dat hij leidt. Dit seizoen begint de Nederlander als General Musik Direktor in de Duitse stad Dessau, één van de drie grootste podia van Duitsland. In een gesprek met hem vallen zijn opmerkelijke muzikaliteit en bijzondere communicatieve vermogen op, die ook zo kenmerkend zijn voor zijn uitvoeringen.

De Nederlandse dirigent Antony Hermus (1973) kreeg begin 2000 bekendheid in Nederland door zijn optredens in de Duitse stad Hagen. De internationale pers sprak lovend over de uitvoeringen van opera’s als ‘Elektra’ van Richard Strauss en ‘Tannhäuser’ en ‘Der fliegende Holländer’ van Richard Wagner, die de jonge General Musik Direktor (GMD) daar speelde. “Mijn doel in Hagen is geweest een evenwichtig zangersensemble op te bouwen en van het orkest een echt operaorkest te maken. Ik heb me erg ingezet om het orkest te leren luisteren en te laten ademen met de zangers om hen te begeleiden zowel in timing als in klankkleur. Een helder klankbeeld vind ik daarbij heel belangrijk. Ik ga altijd voor een open klank waarin je tussenstemmen moet kunnen horen”, filosofeert Hermus.

Gedurende zijn tijd in Hagen verschenen van Hermus CD’s met het Philharmonisch Orchester Hagen van de ‘Orchestersuite’ van Hans Rott, de ‘Eerste Symfonie’ van Mahler in de Hamburger versie en een symfonische bewerking van ‘Tristan und Isolde’ door de Nederlandse componist Henk de Vlieger. Deze CD’s werden door de pers goed ontvangen. Zo had Antony Hermus op zijn 30e al het operahuis van Hagen op de kaart gezet.

“Maar op een gegeven moment moet je oppassen, dat je ontwikkeling niet stagneert. Routine is een gevaar voor een kunstenaar en je realiseert je dat je aan nieuwe uitdagingen en nieuwe artistieke impulsen toe bent.” Daarom besloot Hermus een jaar lang gastdirigentschappen te vervullen. De eerste helft van dat seizoen was gewijd aan concerten en balletten in onder andere Duitsland en Taiwan en de tweede helft aan opera, waaronder ‘Tsaar Saltan’ van Rimsky-Korsakov bij Opera Zuid, Mozart’s ‘Don Giovanni’ in Rennes en ‘Il Matrimonio Segreto’ van Cimarosa aan de Opéra Bastille in Parijs.

Gedurende dat jaar werd Hermus voorgesteld voor de positie van GMD in de Duitse stad Dessau. “In dit operahuis vindt momenteel een wisseling van de wacht plaats en komt er een nieuwe equipe. En het werken in een operahuis kriebelde toch bij me”, lacht Hermus. “Per jaar komen er maar heel weinig posities van GMD in Duitsland vrij, dus dit was een mooie gelegenheid. Het operahuis heeft een zeer goede naam en wordt ook wel het “Bayreuth van het Noorden” genoemd. Het theater heeft één van de drie grootste podia van Duitsland”. Van de ongeveer 120 kandidaten viel de keuze voor de GMD vacature op Hermus.

De Nederlander heeft grote plannen met Dessau. “Er heerst een soort “Aufbruchstimmung” (= “nieuwlandontdekking”, red.). Ik had het gevoel dat hier energie was om nieuwe dingen te bedenken en iets speciaals te doen. Er is een goed team om me heen om dat te realiseren en er zijn 84 orkestleden waar je echt het hele repertoire mee kan spelen. Het komende operaseizoen spelen we onder andere nieuwe producties van ‘Lohengrin’ en Auber’s ‘La muette de Portici’. Het concertseizoen openen we met onder andere het ‘Te Deum’ van Dvořák en later in het seizoen spelen we de ‘Negende Symfonie’ van Beethoven. De nadruk in het concertwezen zal in Dessau met name gaan liggen op het vocale symfonische werk waarmee ik een nieuw publiek wil aantrekken”.

Zijn nieuwe betrekking in Dessau staat Hermus ook nog toe voor de helft van de tijd gastoptredens elders te verzorgen. In januari 2010 zal hij in Nederland dirigeren bij de Nationale Reisopera in Verdi’s ‘Un Ballo in Maschera’ en treedt hij op bij het Noord Nederlands Orkest. Verder is hij het komende seizoen teruggevraagd door het Orchestre de l’Opera National de Paris, het WDR Rundfunkorchester en het Orchestre de Bretagne. En wie Hermus ziet en hoort, begrijpt waarom orkesten hem keer op keer terugvragen, want Hermus is een dirigent met een duidelijke, eigen visie. “Ik let erg op communicatie, op het “met elkaar” muziek maken en samen iets neerzetten. Ik probeer een orkest altijd zo te vormen, dat ze als het ware kamermuziek met elkaar spelen. Ik wil dat iedereen zó goed naar elkaar luistert en zó op elkaar reageert, dat men weet wie wanneer aan het leiden is. Als dirigent kun je de orkestleden daartoe uitnodigen en het orkest trainen een eigen kracht te ontwikkelen. Dit kan vaak het beste als je langere tijd met een orkest werkt. Dikwijls wordt ook voorbij gegaan aan de kwaliteiten en de musiceermogelijkheden van de individuele orkestleden. Het is mijn bedoeling en ik voel het als mijn plicht iedereen in die musiceersfeer te krijgen. En ik wil de zangers een tapijt geven, waarop zij kunnen zweven en hun prestaties op kunnen leveren. Dat is iedere keer weer een uitdaging!”

Home, Reportage